zaterdag, maart 31, 2007

In drege kar Een moeilijke keuze


Dit is hem dus. Zal Doarmer er afstand van doen ter wille van zijn loopbaan als verkeersregelaar in het buitengebied?

Oandwaanlike skientme Ontroerende schoonheid

Mijn intrede in de Rooms Katholieke Kerk, waar ik het afgelopen half jaar eindelijk eens formeel mee bezig ben geweest, heeft nu een goede kans haar beslag te krijgen. ….. Ik ben de Katholieke Kerk dankbaar, dat zij de grote oerwaarheden zo zorgvuldig en met zulk een ontroerende schoonheid heeft verwoord & in steeds vernieuwde vertolkingen blijft ontwikkelen. Al vijf, zes jaar maak ik de facto deel uit van de katholieke geloofsgemeenschap en neem ik deel aan alle feesten; aldus is mijn intrede een formele bevestiging van een reeds bestaande toestand. Ik word reeds algemeen voor katholiek uitgekreten, dus kan ik het net zo goed worden ook……. Ik kan alle katholieke dogma’s van ganser harte omhelzen & onderschrijven, al heb ik mijn eigen, bovenhistoriese & boventijdelijke interpretatie. Ik geloof schijnbaar heel weinig, maar misschien wel heel veel: want wanneer ik in het Evangelie geloof, dan bedoel ik, dat er geen enkele plek in het Heelal, hoe ondeelbaar klein , en evenmin enig ogenblik, hoe ondeelbaar kort, in de tijd is, waarin niet de Maagd de verkondiging door Gabriël ontvangt, God geboren wordt, sterft, verrijst, ten hemel vaart & weer terugkeert.

Gerard Reve: Brieven aan Josine M.

vrijdag, maart 30, 2007

Triennen priuwe Tranen proeven

Fier wei, mar dochs sjoch ik
it sinneljocht derten spegeljen
yn de triennen op dyn antlit,
lytse fertrietsdripkes, ik priuw it sâlt.
Moai bist en by dy fleant hoedzjend
de tútfûgel, syn wite wjukken treaste
en heine eltse sinnetrien.

donderdag, maart 29, 2007

De hin en de njirre


Zij vrezen hun slavenziel en werpen die een koningsmantel om

Friedrich Nietzsche




Het vakblad


woensdag, maart 28, 2007

Ferbûnens Verbondenheid

Ook tussen de elementaire deeltjes is er sprake van eeuwige verbondenheid en liefde. Stel dat een deeltje explodeert en in twee stukken uiteen valt, die beide ongehinderd in verschillende richtingen wegvliegen, eventueel lichtjaren ver. Elk deeltje heeft twee mogelijkheden: met de klok mee of tegen de klok in draaien. Welke mogelijkheid werkelijkheid wordt hangt af van de waarneming! Volgens Bohr is een atoom slechts een schim , zolang er niet wordt waargenomen. Het wordt werkelijkheid als men ernaar kijkt!Maar nu komt het merkwaardige , hoe ver de deeltjes ook van elkaar verwijderd zijn, ze blijven met elkaar verbonden. Als deeltje A als gevolg van waarneming kiest voor de werkelijkheid om met de klok mee te draaien, dan zal deeltje B geen keuze meer hebben en zal tegen de klok in draaien. Dit is vreemd , want hoe kan deeltje B weten, dat A “gekozen” heeft voor die andere richting. “Gekozen”, want volgens het wereldbeeld van de kwantummechanica zijn wij het zelf die de wereld scheppen, gebeurtenis na gebeurtenis. Volgens Einstein overigens was dit gedrag van de beide deeltjes een paradox, de zogenaamde Einstein-Podolsky-Rosen- paradox (EPR-paradox). Doarmer herkent in het gedrag van de deeltjes een Platoonse bol, waarvan beide delen in feite eeuwig met elkaar verbonden zijn!

dinsdag, maart 27, 2007

Blidens Blijheid

In’t breede lommer van de lage bomen
Glipt, glipt het beekje langs de holle boorden;
Het streelt de blonde bloemen aan zijn zoomen,
En zingt een lied vol murmelende akkoorden.

Toen kost gij, lieve, uw lust niet meer betoomen
Maar waadde’ door de golfjes, die bekoorden:
Zij wijken, nu zij bij uw voetjes komen,
En kussend fluisteren zij liefdewoorden.

Hoe fronsen zich die gladde rozenvoeten
In’t rimpelend kristal…… O, laat mij beiden,
Om met een voetkus mijn vorstin te groeten

En ‘k liet het linnen van haar voeten drinken
Het water, weenend om het wreed verscheiden,
En zag haar oog van frisse blijheid blinken.

Jacques Perk

Frisselje Vlechten

Berkeley (1685-1753) ontkende het bestaan van materie. Men moet wel in het oog houden dat dit niet betekent dat hij het bestaan van kleuren, geuren, smaken, geluiden en gevoelswaarnemingen ontkende; wat hij ontkende was dat er, buiten deze waarnemingen die de externe wereld vormen, iets zichtbaars en onaantastbaars genaamd materie bestond. Hij ontkende dat er pijnen waren die niemand voelde, kleuren, die niemand zag, vormen die niemand aanraakte. Hij redeneerde dat het toevoegen van materie aan onze waarnemingen hetzelfde was als het toevoegen van een onvoorstelbare, overbodige wereld aan de wereld. Hij geloofde in de wereld van de verschijningen die door onze zintuigen in elkaar gevlochten werd, maar nam aan dat de materiële wereld een denkbeeldige verdubbeling was.

Borges

Ook in de kwantummechanica zegt men: “ Geen enkel elementair verschijnsel is een verschijnsel totdat het een waargenomen verschijnsel is”. Doarmer vindt dit een geweldige opvatting, want wat je waarneemt en hoe je waarneemt, daarop heb je invloed en daarmee bepaal je in zekere zin je leven of zoals Doarmer graag zegt je “dream”.

maandag, maart 26, 2007

Gerlind dwaande Gerlind bezig


Skieppeskeare Schapen scheren

Gerlind R. op weg naar het werk

Interview met Gerlind R. , schapenscheerster :
Weblog: Schapenscheerster, een eerzaam beroep, hoe bent u eigenlijk hiertoe gekomen?
Gerlind:Tja, eigenlijk was ik het altijd al, maar ik wilde het niet toegeven. Je hebt dat soms in je leven, dat zinloze verzet. Ik heb van alles geprobeerd, en op het laatst was ik zo wanhopig, dat ik zelfs in het onderw. gewerkt heb.Ik had wel altijd een grote tondeuse bij mij en één keer werd de drang om te scheren zo groot, dat ik daarmee een complete klas onder handen heb genomen. Voor mij was dat het teken, dat ik mijn verzet moest opgeven en mijn hart moest volgen. Vandaar.
Weblog: Verdient het goed?
Gerlind :Redelijk, ik rij BMW en voor de boodschappen heb ik een Fiat.
Weblog:Heeft u een opleiding gevolgd?
Gerlind: Nee, schapenscheren is passie, je hebt het of je hebt het niet. Als kind al, als ik een schaap zag, dan moest ik het scheren. Op mijn dertiende had ik mijn eerste schaap te pakken. En eigenlijk ben je dan helemaal verloren.Ja, het is nu mijn leven, de rest vind ik onbelangrijk, ik zal ook nooit trouwen, want er zal nooit een man tussen mij en mijn schapen komen.
Weblog: Hartelijk dank voor dit openhartig gesprek, waardoor de webloglezer toch een beetje in de ziel van een schapenscheerster heeft kunnen kijken.

zondag, maart 25, 2007

It ljocht biidzje Wachten op het licht

Over “de hele ruimte, op dit moment” spreken betekent eigenlijk over iets heel abstracts spreken. U ziet de hele ruimte op dit moment zeker niet. De boom die u ziet is eigenlijk de boom van een tienmiljoenste seconde geleden, de maan die u ziet is de maan van twee seconden geleden, het licht van de ondergaande zon begon zijn reis negen minuten geleden, en de flonkerende sterren liggen honderden of duizenden jaren in het verleden teruggeworpen. In werkelijkheid kunt u niets zien dat exact nu gebeurt. U moet wachten tot het licht naar u toekomt.

R.Rucker

Je zou echter in je geest een “nu” kunnen beredeneren, als je weet hoe lang het licht erover doet om je te bereiken. Helaas is er ook nog sprake van een relatieve gelijktijdigheid, die samenhangt met de beweging van de waarnemer. Afhankelijk van de richting waarin deze waarnemer zich beweegt, zal hij tot een andere conclusie komen over de volgorde in tijd van twee gebeurtenissen, die wij als “stilstaande” waarnemer als gelijktijdig beredeneerd hebben. Misschien is het verstrijken van de tijd toch een illusie.

zaterdag, maart 24, 2007

Fjouwer diminsjes Vier dimensies

Een dag, of dat nu zes of zeven dagen geleden is, of meer dan zesduizend jaar geleden, is net zo dicht bij het heden als gisteren. Waarom? Omdat alle tijd vervat is in het Nu-moment. Om over de wereld te spreken als morgen door God gemaakt of gisteren door God gemaakt zou onzin zijn. God schept de wereld en de dingen in dit ene moment. Tijd die duizend jaar geleden is verstreken, is nu net zo aanwezig en dicht bij God als dit ene ogenblik.

De mysticus Meister Eckhardt (ca.1260 – 1328)

Normaal gesproken zien mensen de wereld als een driedimensionale ruimte die verandert met het verstrijken van de tijd. Het verleden is verdwenen, de toekomst bestaat nog niet, en alleen het heden is werkelijk. Maar er is een andere manier om naar de wereld te kijken: we kunnen de wereld voorstellen als een blokuniversum. Als we ons de wereld voorstellen als een blokuniversum stoppen we alle tijd en ruimte bij elkaar om zo één enkel gigantisch voorwerp te maken. Het blokuniversum is gemaakt van tijdruimte. Tijdruimte is vierdimensionaal: drie ruimtelijke dimensies plus één tijddimensie. Van buitenaf naar de tijdruimte kijken is buiten de geschiedenis staan en de dingen sub specie aeternitatis (vanuit het gezichtspunt der eeuwigheid) bekijken.

R. Rucker

Volgens Rucker is het verstrijken van de tijd een illusie, een gevoel, dat wij hebben omdat wij “slechts” een bepaald patroon in de tijdruimte zijn.

vrijdag, maart 23, 2007

Efkes lins Even rust

Terwijl Zijn handen de bank vasthouden, rust de engel even uit na een lange vlucht.

De laits De lach

Zooals wanneer op eens de zonneschijn
Door’t zwart der breede wolken heen komt breken,
En schittert in de tranen, die er leken
Van blad en bloem, als vloeiend kristallijn,

Zoo dat het weenen lachen schijnt te zijn:
Zoo is, wat mij ontstemt, op eens geweken,
Mathilde! Ontsluit uw mond zich om te spreken,
En doolt een glimlach om uw lippen, fijn:

Doch van den lach is glimlach dageraad,
En klinkt uw lach, hoe drinken hem mijne ooren!
De vreugde vaart door pols en vezel rond,

En met geloken oog zie’k uw gelaat
Zoo zonnig: ‘k meen uw zilvren lach te hooren,
Wanneer ik roerloos wacht op de’ uchtendstond……

Jacques Perk (1859 – 1881) uit sonnettenkrans Mathilde

donderdag, maart 22, 2007

Betizing Verwarring

Het zijn niet de dingen zelf die de mensen in verwarring brengen, maar hun meningen omtrent die dingen.... Laten wij daarom, wanneer wij gehinderd, in verwarring gebracht of gekwetst worden, nooit iets of iemand de schuld geven dan onszelf, dat wil zeggen onze eigen meningen. Het is het werk van een onopgevoed mens anderen de schuld te geven wanneer hij zelf de oorzaak van het onheil is, zichzelf verwijten maken is het werk van iemand wiens opvoeding een aanvang genomen heeft; wie noch zichzelf, noch een ander iets verwijt, diens opvoeding is voltooid.

Epictetus Encheiridion

It oersjoch Het overzicht

Ook op het terrein van het verkeer regelen in het buitengebied staat de tijd niet stil. Zo heeft Doarmer bijvoorbeeld de beschikking over een helikopter, waardoor het overzicht een stuk beter wordt.Dit noemt men in vaktermen de helikopterview . Onderweg naar zijn werk heeft Doarmer de bovenstaande foto gemaakt. Waar de huizen staan valt uiteraard niet onder het buitengebied, maar men kan duidelijk zien, waar het begint. Opvallend zijn overigens de vele mooie tuinen!

woensdag, maart 21, 2007

Rûngear Ineengedoken

Ûnhearber lústerje ik myn sielewurden
tsjin de nacht en yn it wiete tsjuster
sit rûngear de tútfûgel , ferreind,
in fallen wite leafdesingel.

Oersetting:

Onhoorbaar fluister ik mijn zielewoorden
tegen de nacht en in het natte duister
zit ineengedoken de kusvogel, verregend,
een gevallen witte liefdesengel.

maandag, maart 19, 2007

It tiidwurd Het werkwoord

Verbuiging van werkwoorden op -je:

voorbeeld wurkje(=werken)

notiid (tegenwoordige tijd)
ik wurkje
do wurkest
hy /hja/it wurket
wy wurkje
jimme wurkje
hja wurkje
jo wurkje (=u werkt)
mulwurd (voltooid deelwoord)
ik haw wurke

Verbuiging van werkwoorden op -e:

voorbeeld heine(= opvangen)

notiid
ik hein
do heinst
hy/hja/it heint
wy heine
jimme heine
hja heine
jo heine
mulwurd
ik haw heind

In tsjustere sneon Een donkere zaterdag

Zoals u misschien wel weet, is Doarmer al sinds jaar en dag lid van een wandelclub en afgelopen zaterdag was het weer zover. De opdracht was deze keer een tocht in de buurt van de stad O., 47 km met zware bepakking in zeer heuvelachtig terrein. De groep bestond uit vijf personen, een kaartlezeres en tevens eiervrouw , twee brandweerlieden , een schillenboerin en Doarmer de visboer. ’s Ochtends om half zes verzamelde de groep zich voor het station van O, er stond een stormachtige wind en een striemende regen deed een vergeefse poging de straten van de stad O. van hun zonden te reinigen. Het was bijna uitgestorven bij het station, alleen voor de vervallen loodsen stonden een paar zware shag rokende Bulgaarse vrouwenhandelaren met hun totaal natgeregende koopwaar. De tocht begon al moeizaam, bij het beklimmen van de eerste hoogte werd de groep tot driemaal toe teruggeworpen door de wind en de allesverwoestende waterstromen die zich naar beneden stortten. Pas nadat de brandweerlieden een provisorische brug hadden geslagen, lukte het de top te bereiken. Eigenlijk ging het zo urenlang, verbeten en zwijgend worstelde de groep zich door een weerbarstig landschap, geteisterd door de elementen. Af en toe had men een lichte wanhoop in de ogen van de reisgenoten kunnen zien, maar nooit leidde dit ertoe dat men opgaf. Een licht zuchten, meer niet. Toen men eindelijk tegen de avond terugkeerde in de stad O. , de handelaren en hun verkleumde koopwaar stonden er nog steeds, nam de groep zwijgend afscheid van elkaar en ieder verdween met de kraag omhoog in de donkere straten van O. Er hoefde ook niets gezegd te worden, men wist wat de ander had meegemaakt. Het was een medelijden in de waarste zin van het woord.

zondag, maart 18, 2007

Bylden Beelden

twa gies yn it lân

in frou mei hûn

twee leden van de vrijwillige brandweer in staat van paraatheid


in frou yn petear mei de gies


zaterdag, maart 17, 2007

In gleon aai Een heet ei

22 februari
Heel goed geslapen. Ik was wat vermoeid van het rijden met de koets . Driemaal gezweet, één stoelgang. Het is mijn slechte dag. Om het uur liet ik mij een heet ei op de pols leggen. Ik heb geen koorts gehad, maar om half drie kreeg ik een aanval die mij enigszins verzwakte. Ik moet oppassen met eieren, die verhitten mij te veel. Ik heb nog niet eerder zo’n dorst gehad.
23 februari
Goed geslapen, tweemaal gezweet. ’s Ochtends en ’s middags naar de kerk geweest. Daarna met de koets wat gewandeld. Mellinga bedankte mij voor zijn promotie.
24 februari
Goed geslapen, tweemaal gezweet, tweemaal ontlasting. Ik heb op drie paarden gereden; de drie gebroeders Camstra waren bij mij. Bij de heer Frans Donia wezen wandelen. Om vier uur gespeeld met de raadsheren Viersen, Boshuizen, Loo en Hauwerda, tot tien uur. Vanavond geen vlees gegeten. Zeer veel bier gedronken.

Uit het dagboek van Willem Frederik van Nassau-Dietz , stadhouder van Fryslân (1645)

vrijdag, maart 16, 2007

Witte en leauwen Kennis en geloof

Om twee redenen is “kennis” een vaag begrip. Om te beginnen aangezien de betekenis van een woord altijd min of meer vaag is, behalve in de logica en de zuivere mathematica; en in de tweede plaats omdat alles, wat wij als kennis beschouwen, in meerdere of mindere mate onzeker is; en er is geen methode om vast te stellen, hoe groot de mate van onzekerheid is, die een geloof onwaardig maakt om “kennis” te worden genoemd, evenmin als het vast staat, hoeveel verlies van haar iemand “kaal” doet worden. “Kennis” is wel eens omschreven als “waar geloof”, maar deze definitie is te ruim. Wanneer ge op een klok kijkt, waarvan ge meent, dat hij loopt, doch die in werkelijkheid stil is blijven staan, en ge doet dit op het ogenblik, dat hij toevallig de juiste tijd aanwijst, dan komt ge tot een “waar geloof” inzake de werkelijke tijd, maar men kan niet met recht beweren, dat men dan kennis bezit. De juiste definitie van “kennis’ doet niet ter zake op dit ogenblik, daar we het hier over geloof hebben.

Bertrand Russell

Túnleafde Tuinliefde

De sinne glimket oer in readbarkje,
ik sjoch dyn tútlipkes tusken de tûken
in iere apelblossem, in read hertsje,
ik boartsje mei dyn earlapkes,
yn myn noasters de rook fan dyn hier
do wjuddest foaroerbûge, útnoegjend,
ik befiel hoeden dyn abrikoaske
en núnderje in meldij fan lok.

donderdag, maart 15, 2007

Smeitsje Smaken

Voor de ouders hem voor een beroep bestemmen, roept de natuur hem tot een leven als mens. Leven is het beroep, dat ik hem wil onderwijzen. Komend uit mijn handen, zal hij niet zijn – ik erken het volmondig – magistraat, soldaat of priester; hij zal in de eerste plaats mens zijn; al wat een mens moet zijn, hij zal het zijn, zo nodig even goed als wie ook; en het lot moge hem van de ene plaats naar de andere doen gaan, hij zal altijd op zijn eigen plaats zijn….. Leven, dat is niet ademhalen, dat is handelen, gebruik maken van onze organen, onze zinnen, onze vermogens, van alle delen van ons zelf, die ons het besef van ons bestaan geven. De mens die het meest geleefd heeft, is niet degene die de meeste jaren heeft, maar degene die het meest het leven gesmaakt heeft.

Rousseau (1712-1778)

Apels ploaitsje Appels plukken



Noeste arbeid tijdens de appelpluk in het Paradijs. Hoewel men de neiging heeft het paradijs te idealiseren, blijkt uit het bovenstaande, dat het niet voor iedereen een pretje was. Er waren daar bijvoorbeeld geen ladders, hetgeen tot dergelijke toestanden leidde.

woensdag, maart 14, 2007

Túnkje Tuinieren

Ik ben een tuinman, niets dan dat
met aarde en met mest bespat
ik buig mij neer, ik richt mij op
ik klem de schoffel en de schop.

Ik wied, ik volg de diepste wet
als ik de naakte zaailing zet
ik richt mij op, ik buig mij neer
een tuinman ben ik en niets meer.

Ga ik met donker stram naar huis
de pijn spaart schouderblad noch kruis
ik waak nog altijd als ik rusten mag
mijn land, mijn land: het is kort dag.

Delft straks uw spa voor mij de wig
vergeet waar ik geborgen lig
voorbij mijn moeite nood en pijn
moet er een tuin van sterren zijn.

Ida Gerhardt

dinsdag, maart 13, 2007

Túnhakje De tuin omspitten


Bericht van de noordgrens

De Friezen zijn zonder twijfel buitengewoon trots op hun eigen land. Ze beschouwen hun leefomgeving als het middelpunt van de wereld; bijna als het paradijs. Er bestaat een verhaal over een bewoner van För, die in de hemel kwam. Hij keek wat om zich heen en mompelde toen “Precies zoals thuis op För”.

Met het groeiende Friese bewustzijn ontwikkelde zich een steeds grotere claim op erkenning van de taal en het volkskarakter. Het waren moeilijke tijden in de jaren rond het midden van 19e de eeuw, met de twee Sleeswijkse oorlogen van 1848-1850 en 1864. Vaak was het toevallig oorlogsgeluk, dat bepaalde of kortere of langere tijd de Duitsers, dan wel de Denen de macht hadden in de Friese parochies en gemeenten. Burgemeesters, ambtenaren, priesters en leraren werden onafgebroken vervangen door de partij die binnentrok en de steden overnam. Zowel de
Duitsers als de Denen keerden zich daarbij tegen de Friezen, die vaak door beide partijen werden beschouwd als reële of potentiële verraders; in ieder geval als onbetrouwbaar, omdat ze zich niet wilden binden aan de ene, dan wel de andere partij. Er was sprake van zowel Duitse als Deense onderdrukking van de Friese zaak.

Niettemin ondervinden de Friese taal en cultuur meer en meer begrip. In 2004 nam de Landdag van de deelstaat Sleeswijk Holstein een aantal wetten aan, die in de gebieden waar Fries wordt gesproken, op diverse gebieden het Duits en het Fries gelijkstelt. Er is dan ook bepaald dat alle openbare gebouwen in deze gebieden nu zowel het Duitse, als het Friese wapenschild moeten voeren, dat alle straatnaamborden ook de Friese namen moeten vermelden en dat de lokale taal moet worden ondersteund. Daar is men niet alleen in het district Nordfriesland blij mee, maar bijvoorbeeld ook op het eiland Helgoland.

B.Siewertsen

maandag, maart 12, 2007

Kleine vogel

Flii, latje föögel

Flii, latje föögel, lök weer’s as
Seed me, weer’s weese köö
Seed har, dåt ik har liif hääf, ferteel har dåt ik har nüsi brük
Seed har, dåt ik niks ouers nüsi brük

Åliine e moune önj e hamel, åline e san schint
Sliird foon e win, sliird me as et bejart min gesicht
Åliine e san as deer, åliine e moune schint
ouers tör ik går ninte.

Dü möist har fine, flii oufstää latje föögel
Lök weer’s weese köö
Bräng har min bräif, ferteel har dat ik har liif hääw
Seed har dåt ik har nüsi brük

Åliine e moune önj e hamel ......
Kom uler, wan dü nü ai kamst
uler liiw me, wan dü nü ai heer bast

Een liedje uit Nordfriesland

De nuddel De naald

De moralisten die de liefde tot het waarnemen missen en slechts het genoegen van het pijnigen kennen, hebben de geest en de verveling van kleinsteedse burgers; hun even wreed als erbarmelijk genoegen bestaat hieruit, de naaste op de vingers te kijken en ongemerkt ergens een naald aan te brengen, zodat hij er zich aan prikt.

Kent gij de wraak der verlegen mensen, die zich in gezelschap gedragen alsof zij hun ledematen gestolen hadden? De wraak der deemoedige christelijk-achtige zielen, die op aarde overal maar doorheen sluipen? De wraak diergenen, die altijd meteen oordelen en altijd meteen ongelijk krijgen? De wraak der dronkaards aller soorten, voor wie de morgen het akeligste deel van de dag is?...... Het aantal dezer kleine wraakzuchtigen en zeker hunner kleine wraakoefeningen is ontzaglijk; de hele lucht gonst voortdurend van de afgeschoten pijlen en pijltjes hunner boosaardigheid, zodat de zon en de hemel des levens daardoor verduisterd worden, niet alleen voor hen, maar meer nog voor ons, de anderen, overigen.

Midden onder het scheppen nemen wij gewoonlijk niet de tijd om te oordelen over het leven en het bestaan, en midden onder het genieten ook niet: komt het er echter toch eens van, dan geven wij hem, die op de zevende dag en de rust wachtte om alles wat bestaat zeer mooi te vinden, niet langer gelijk, hij heeft het beste ogenblik voorbij laten gaan.

Fr.Nietzsche: Morgenröte

Nietzsche vindt, dat je niet tot de avond moet wachten om de dag te prijzen. Waarschijnlijk, zegt hij ergens, ben je dan zo moe, dat je tot een somber oordeel somber komt. Je moet van de dag genieten, als het dag is en zeker niet “beste ogenblik voorbij laten gaan”. Ook heeft nogal wat moeite met lieden, die niet van de dag, de morgen, houden en de “zon en de hemel des levens” met hun kwaadaardige pijltjes verduisteren. Het zijn maar kleine pijltjes, tot meer zijn deze lieden niet in staat, maar het zijn er wel ontzettend veel!

zondag, maart 11, 2007

De eagen ticht De ogen dicht

Vanochtend heeft Doarmer een 15 km wedstrijd gelopen. De start was in de stad H., maar het parcours liep door het buitengebied. Het was een prachtige vroege voorjaarsdag , de zon scheen volop en Doarmer rook de geur van boerenerven. Dat stimuleert , het is net alsof de zwaartekracht wegvalt ,er ontstaat een dansende lichtheid en hij voelde zich tijdens het rennen, zoals een Friese dichter schreef ,“ als een leeuwerik , die dronken van zijn eigen klank, alleen maar zilveren blijheid kent”. Toen hij na ca.13 km op een lange rechte weg, een jonge man inhaalde, zag hij iets merkwaardigs. De jonge man liep, zijn hoofd schuin omhoog naar de zon gericht, met zijn ogen gesloten en Doarmer dacht, wat kunnen mensen toch verschillend op de lente reageren. Terwijl hij niet alleen de geuren maar ook de kleuren wil opnemen en niets wil missen, geniet die ander door zijn ogen te sluiten. Na een paar honderd meter was er wel een vrij scherpe bocht naar links, maar toen was Doarmer al lang deze loper voorbij.

Oer wurkje, feiligens en dreame

Bij de verheerlijking van de “arbeid”, bij de onvermoeibare redevoeringen over “ de zegen van de arbeid” zie ik dezelfde bijgedachte als bij de lof der persoonlijke handelingen tot nut van het algemeen: die van de vrees voor het individuele. Welbeschouwd voelt men thans, bij de aanblik van de arbeid – en daarmee bedoelt men altijd de harde arbeidzaamheid van vroeg tot laat – dat een dergelijke arbeid de beste politie is, dat hij iedereen in toom houdt en de ontwikkeling van de rede, de begeerte, de lust tot onafhankelijkheid krachtig vermag te belemmeren. Want hij verbruikt buitengewoon veel zenuwenergie en onttrekt deze aan het nadenken, peinzen, dromen, zorgen, liefhebben, haten, hij stelt altijd een klein doel voor ogen en verschaft lichte en regelmatige bevredigingen.Zo zal een maatschappij, waarin voortdurend hard gearbeid wordt, meer veiligheid genieten: en veiligheid aanbidt men thans als de hoogste godheid.

In alles wilt gij verantwoordelijk zijn! Alleen niet voor uw dromen! Wat een ellendige zwakkelijkheid, wat een gebrek aan consequente moed! Niets is meer uw eigendom dan uw dromen!Niets meer uw werk!
Fr.Nietzsche:Morgenröte

zaterdag, maart 10, 2007

Werberte Herboren

Ik doar wer neaken om te rinnen
en sykhelje út en yn
ik doar wer alles lûdop sizze
of stil te swijen
in moai en evenredich dier
hat yn myn fel syn wenning fûn
of hingje ik miskien
in stjer yn ûnoantaastber lykwicht
oan de himel

Tiny Mulder

Oersetting:
Ik durf weer naakt te gaan
en vrij te ademen in en uit
ik durf weer alles uit te spreken
of stil te houden
een mooi en rustig dier
heeft in mijn vel zich thuisgemaakt
of hang ik misschien
een ster in onaantastbaar evenwicht
aan de hemel.

Krigel Volhardend

Wees ook een zon door uw onderricht, een maan door afwisseling, een wind door sterk bestuur, lucht door zachtmoedigheid, vuur door schoon en geleerd onderw. Begin dit in de mooie dageraad en volbreng het in het stralende licht. Volhard hierin kloekmoedig, opdat gij in eeuwigheid moogt leven.

De mystica Hildegard von Bingen (1098 – 1179)
Harkje nei har (Luister naar haar):

Aankomst in Malaga

Eindelijk stapt D. na een lange reis uit de nachttrein, gelukkig heeft ze goed geslapen, en kan ze haar Henk in de armen sluiten. Het lijkt wel een sprookje!

donderdag, maart 08, 2007

Mei sin sjitte Gericht schieten

Wij stellen ons voor dat iemand met een geweer voor een scherm als doelwit staat. Bij het afvuren van zijn geweer richt hij het regelmatig van de ene kant naar de andere. Het resultaat is een patroon van kogelgaten die steeds op dezelfde afstand van elkaar liggen. Een tweedimensionaal wezen dat gedwongen is voor altijd in het platte vlak van het scherm te leven, zou deze reeks gebeurtenissen opvatten als het regelmatig verschijnen van kogelgaten in zijn wereld. Na zorgvuldig waarnemen zou hij de conclusie trekken dat de gaten niet willekeurig gevormd worden, maar op een regelmatige manier en dat ze bovendien meetkundig eenvoudig gerangschikt liggen: namelijk op gelijke afstanden van elkaar. Deze platlander zou vol vertrouwen een nieuwe wet over de platland-natuurkunde kunnen opstellen: de wet over het ontstaan van gaten. Hij zou tot de conclusie komen dat het verschijnen van elk gat de verschijning van het volgende veroorzaakt, op een regelmatige manier. Een gat wordt immers altijd gevolgd door een ander, in een eenvoudige opeenvolging. Vanuit het beperkte gezichtsveld van zijn tweedimensionale wereld ziet de platlander in het geheel niet dat de gaten in werkelijkheid volledig onafhankelijk van elkaar zijn en dat de regelmaat in hun ordening alleen veroorzaakt wordt door het gedrag van de schutter.

P. Davies

Deze tweedimensionale platlander wordt geconfronteerd met een driedimensionaal verschijnsel, natuurlijk moet hij dat wel verkeerd interpreteren. Mensen hebben weliswaar een driedimensionaal gezichtsveld, maar als het heelal meer dimensies heeft, kloppen onze conclusies over oorzaak en gevolg dan wel? En bovendien wie is dan de kosmische schutter?

De fakânsje De vakantie

Na jaren hard werken en zuinig zijn, is het dan eindelijk zover. Het boswachtersechtpaar gaat op vakantie en wel naar Antalya, tien dagen volledig verzorgd. Morgen vertrekken ze per vliegtuig samen met andere leden van de NCBB (Nederlandse Christelijke Boswachters Bond). Toen Doarmer hen vandaag sprak, zei zij: “ Ik ben zo blij, dat we er een keer uitkomen, je wilt wel eens iets anders dan alleen bomen,reeën en altijd die eekhoorns en dat groen. We hebben speciaal voor de reis andere kleren gekocht. Hendrik wilde eerst niet, maar ik heb gezegd ‘ Hendrik, ie goat in het poars ‘ en toen moest hij wel.” Hendrik zei niets, maar zijn gezicht sprak boekdelen.

In sêfte t.


In suvere do Een reine duif

Zoals God in de ziel komt:
Ich komm zu meinem Lieb wie der Tau auf die Blume.

God vergelijkt de ziel :
O du schöne Rose im Dorne!
O du fliegende Biene im Honig!
O du reine Taube in deinem Sein!
O du schöne Sonne in deinem Schein!
O du voller Mond in deinem Stande!
Ich kann mich nicht von dir wenden.

Du schmeckst wie eine Weintraube,
Du duftest wie ein Balsam,
Du leuchtest wie die Sonne,
Du bist ein Wachstum meiner höchsten Minne.

Mechtild van Maagdenburg

woensdag, maart 07, 2007

Over een leesclub en een wandmeubel

Gisteravond was er weer een bijeenkomst van “die andere leesclub” in het Paradijs en er werd deze keer over twee boeken gesproken. Het ene boek ging over het leven op het Vlaamse platteland, wielrennen en pintekes, en het andere boek ging over een vrouw uit de grote stad A., die van haar man een wandmeubel met ingebouwde tv kreeg. Natuurlijk kreeg ze die niet meteen en er waren eerst allemaal problemen en zo, maar uiteindelijk kwam het dankzij Neckermann toch goed. Het was voor Doarmer een bijzonder leerzame avond, iedereen probeerde een bijdrage te leveren, hoewel je aan D. kan merken, dat ze haar hoofd er af en toe niet bij heeft sinds die nieuwe aanbidder ten tonele is verschenen! Aan het eind van de avond kwam de onderw. aap toch weer even uit de mouw. Er was namelijk een al een nieuwe datum afgesproken , maar dat ging niet door, omdat er op diezelfde dag een ouderavond was! Het blijven voor Doarmer raadselachtige en grillige figuren, hoewel ze ongetwijfeld hun eigen logica zullen hebben.

dinsdag, maart 06, 2007

In twapetear Een tweegesprek

God:
Jij bent mijn hoofdkussen, mijn lieflijk bed, mijn heimelijkste rust, mijn hoogste eer. Jij bent een lust voor mijn goddelijkheid, een troost voor mijn menselijkheid, een beek voor mijn dorst.
De ziel:
O Heer min mij geweldig en heb mij vaak en lang lief, hoe vaker Gij mij liefhebt, des te reiner word ik; hoe geweldiger Gij mij liefhebt, des te mooier word ik; hoe langer Gij mij liefhebt, des te heiliger word ik.
God:
Dat ik je vaak liefheb, dat komt voort uit mijn natuur, want ikzelf ben de liefde. Dat ik je heftig liefheb dat komt voort uit mijn begeerte, want ook ik begeer dat men mij heftig liefheeft. Dat ik je lang liefheb, dat komt voort uit mijn eeuwigheid, want ik ben zonder einde.

Mechtild van Maagdenburg (1207-1282):Het vloeiend licht der godheid.

maandag, maart 05, 2007

Yn it kleaster In het klooster

De norbertines en mystica zuster Godelieve in gebed verzonken.
Op de achtergrond de kloostertuin vol krentenbloesems

zondag, maart 04, 2007

Foar dy

In iere maaitiidsrook
is oer de wiete wintergrûn lutsen
en yn ‘e keale tûken sjongt en laket
de wite tútfûgel syn sulvren liet,
lûden mei inglewjukken,
troch teare sinnestrielen frissele,
meldij op in himelske noatebalke.

In amerij Een ogenblik

Dat is een blik die niet meer ongekeken
worden kan. Hij zet zich in mij vast, beeld
in mijn hoofd waarvan ik weet zal hebben
tot het laatste weten dooft. In dit moment
valt zenden samen met ontvangen. Ruisloos
komt het bericht met helderheid als pijn
en splijt de tijd in voor en na: ja,ja.

Dat is een blik waarin ik mij verander.
Ogen waar ik even in besta. Wij plaatsen
wetend de caesuur. Nu. De vrienden
bloed en vuur, in rood livrei, zijn bij
de plechtigheid present. Dankbaarheid
past ons aan de tijd die even struikelt,
aan het oog, dat kwetsbaar instrument.

Anna Enquist

zaterdag, maart 03, 2007

De reinbôge De regenboog

Zhuang Zhou droomde dat hij een vlinder was. Toen hij wakker werd vroeg hij zich het volgende af: Was hij nu Zhuang Zhou die droomde dat hij een vlinder was, of was hij een vlinder die droomde dat hij Zhuang Zhou was.

Men heeft de eeuwen door van mening verschild over wat ten onrechte het “scepticisme ten aanzien van de zintuigen “ is genoemd. Tal van verschijnselen zijn bedrieglijk. Dingen, die men in de spiegel ziet, kan men voor realiteit houden. Onder bepaalde omstandigheden zien mensen dubbel. De regenboog schijnt op een bepaald punt de grond te raken, maar als men naar dat punt toeloopt, vindt men haar niet. Het merkwaardigst zijn in dit opzicht de dromen: hoe levendig zij ook mogen zijn geweest, wanneer wij weer wakker zijn, nemen wij aan, dat de voorwerpen, die wij meenden te zien, slechts een illusie waren. Maar in al die gevallen zijn het niet de gegevens als zodanig, doch slechts de afgeleide veronderstellingen, die illusoir zijn. Mijn gezichtsgewaarwordingen, wanneer ik in de spiegel kijk of dubbel zie, zijn precies datgene, waarvoor ik ze houd. De dingen aan de voet van de regenboog hebben werkelijk kleur. Als ik droom, beleef ik alles, wat ik schijn te beleven; slechts de dingen buiten mijn geest zijn tijdens mijn droom niet, zoals ik meen, dat ze zijn. In werkelijkheid bedriegen de zintuigen dan ook niet, doch is er uitsluitend sprake van fouten in de interpretatie van gewaarwordingen als symbolen van andere dingen. Of, om exacter uit te drukken, er zijn geen aanwijzingen voor de bedrieglijkheid van de zintuigen.

Bertrand Russell

Wiet fan dize en gers Vochtig van nevel en gras

De wind graaide zacht in de bomen,
wij waren vochtig van nevel en gras.
Ik was je lichaam niet nader gekomen,
ik keek omdat het onwerkelijk was

naar je borsten. Mijn vingers bleven
denkbeeldige strelingen zonder houvast,
een vrijheid die mij was overgebleven
van toen ik het bos alleen voor me had.

Toen vroeg je iets, de ogen gesloten.
Ik zag hoe je lichaam ontstond.
De wind graaide zacht in de bomen.
Wij lagen gewoon op de grond.

C.Ducal

vrijdag, maart 02, 2007

Op wei nei Ljouwert Op weg naar Leeuwarden

DEN HAAG - Onderwijsminister Ronald Plasterk wil duidelijk maken dat hij het Fries wel degelijk serieus neemt. De bewindsman plant deze maand nog een bezoek aan Friesland waar hij deels in het Fries een toespraak wil houden.
Hiermee hoopt hij de indruk weg te nemen die hij zeven jaar geleden in een column wekte dat hij de tweede rijkstaal onzin vindt.
Donderdag woont Plasterk net als Beatrix de opening van het Pooljaar bij in het Natuurmuseum in Leeuwarden. Een week later wil hij de hogescholen in de stad bezoeken. Daar houdt hij een Friese rede.
Út de Ljouwerter fan hjoed (Uit de Leeuwarder van vandaag)

De fûgel fan’e moanne De vogel van de maand

de ljip

As in bern Als een kind

Harkje nei de ljurk

Ik kin’t net keare, dat de floed
Fan sinnepracht myn hert berint
En dat myn jong en bûnzjend bloed
De moaie ierde fûl bemint,
Dat hiel de rike, wûndre wrâld
My finzen hâldt

De waarme weelde fan’e dei
De blom dy’t foar myn finster stiet,
De lytse brune faam dy’t mei
Bananen by de doarren giet-
Myn leafde neamt se allegear
Aloan en wer.

‘k Stean by de bern, as yn’e loft
in glânzge fleanmasine bromt;
ik rin mei eltse blide kloft,
En as Michiel te spyljen komt
Dan bringt my syn harmoanika
Oan’t skriemen ta.

Hâld jimmer Hear, myn eagen rein,
Om wiid ferwûnd’re as in bern,
By alles wat dizz’ ierde skein’
It moaie dat ús bliuwt, te sjen.
Dan bloeit ek út’e lytste knop
It wûnder op.

In ljurk, dy’t yn’e súv’re moarn
De lege lânen efterlit,
Dy’t dronken fan syn eigen toan,
Oars net as sulvren blidens wit,
En as syn liet nei d’ein ta rint
Al wer begjint;

Sa springt myn hert, út leed en ûnk,
Ut lege mieden fan fertriet
En sjit omheech, in ljochte fûnk,
In blinkend, selsfergetten liet
Dat sjongend altyd heger klimt
En nea gjin ein mear nimt

Fedde Schurer Muzyk: Sânman en Sikke

donderdag, maart 01, 2007

In Fryske bewurking

Fryske boekewiken

Het boekenweekgeschenk 2007 geschreven door Koos Tiemersma is een vrije bewerking van het verhaal van Orpheus en Euridice

Boarne Drenken

Par les soirs bleus d’été, j’irai dans les sentiers,
Picoté par les blés, fouler l’herbe menue :
Rêveur, j’en sentirai la fraîcheur à mes pieds.
Je laisserai le vent baigner ma tête nue.

Je ne parlerai pas, je ne penserai rien :
Mais l’amour infini me montera dans l’âme,
Et j’irai loin, comme un bohémien,
Par la Nature, - heureux comme avec une femme.

Ik zal op pad gaan in het zomers avondblauw,
Geprikt door korenaren over dun gras lopen:
Verdroomd zal ik mijn voeten drenken in de dauw
En ik zal door de wind mijn haren laten dopen.

Elk woord, elke gedachte zal me dan vergaan:
Maar weidse liefde zal zich in mijn ziel verbreiden
En als een vagebond zal ik ver, heel ver gaan
Door de Natuur – verblijd alsof een vrouw me leidde.

Arthur Rimbaud (1854 – 1891)