donderdag, januari 18, 2007

In sipel ûnder de noas Een ui onder de neus

Het westelijke gedeelte dezer grietenij(Schoterland) werd in Februarij 1825 zoo geweldig geteisterd door den watervloed, dat men in de dorpen aan of nabij het Tjeukemeer gelegen eene geheele vernieling en eenen volkomen ondergang te gemoet zag. De dorpen, die in den meest beklagenswaardige toestand verkeerden, waren Delfstrahuizen en St.Jansga. Veertien boeren verloren hier twee honderd zes en zeventig stuks hoornvee. Vele boeren-achterhuizen gingen geheel te niet, en in laatstgenoemde plaats alleen werden wel zestig mindere woningen onbruikbaar. het water steeg hier tot 2.35 ell.; allen moesten vlugten, sommige naar de kerk, andere naar het naburige vlek Joure, en zelfs vond men er wel honderd in een schip bijeengeschoold, die daarin onderscheidene dagen doorbragten. twee mannen, den 7 Februarij hier door varende en nasporing doende, of er zich nog menschen in de overstroomde huizen bevonden, hooren op hun geroep, uit de kap van eenen watermolen, onder Delfstrahuizen, eene flauwe stem antwoorden, en vinden er, ingeklommen zijnde, man, vrouw, kind en eene hoogbejaarde moeder in den bittersten nood. Zij hadden al dien tijd geleefd van raauw meel, aangemengd met het zilt water dat den molen omspoelde, sneeuw van het dak was hun drank geweest, en eene uije, onder den neus gehouden, moest van tijd tot tijd de sluimerende geesten opwekken. De overige dorpen hier omtrent deelden, naar mate van hunne meer of min lage ligging, natuurlijk in de ramp. In de geheele grietenij waren daarbij 241 koeijen, 37 vaarsen, 72 hokkelingen, 3 kalveren, 7 paarden, 17 varkens, 125 schapen en 4 geiten verdronken; terwijl tevens 27 bijenkorven verloren gingen.
Van het internet

De stoarm De storm


Terwijl Doarmer dit schrijft, beukt de storm op de onderw. instelling, dakpannen worden opgetild en schieten als kleiduiven door de lucht. Af en toe vliegt een ontwortelde boom voorbij.De regen slaat horizontaal tegen de dakramen, zelfs in de gangen moet men tegen de wind inlopen. De kelder staat al helemaal onder water en het zal niet lang meer duren, voor de begane grond ontruimd moet worden. Het is tijd voor Doarmer om zijn testament op te maken en terug te blikken op zijn leven. Het gebouw is uitgestorven, slechts de huisvrouw te H. is onverstoorbaar bezig proefwerken te maken, gekleed in een korte broek tegen het hoge water, zij heeft volledig vrede gesloten met zichzelf en de wereld. Zover is Doarmer nog niet. Hij weet, dat zijn einde nabij is, maar hij kan het nog niet accepteren, er zijn nog zo veel dingen, die hij had willen doen, woorden, die hij had willen zeggen. Laat dit een les zijn voor de overlevenden, wacht niet met die ene daad, dat ene woord. Daar gaat het dak............

woensdag, januari 17, 2007

De tút op ‘e foarholle De kus op het voorhoofd

De purpren avond was in 't west verdwenen
En glanzend zilver droomde op donkere aarde,
Toen is de blonde Muze mij verschenen ...
Mijn ziel werd vuur, toen haar mijn oog ontwaarde.

Geknield strekte ik mijn armen naar haar henen,
'k Omhelsde louter lucht - ik viel aan 't weenen:
Haar blik was eindloos-teêr, toen ze op mij staarde,
'k Gevoelde een kus op 't voorhoofd, - ze openbaarde:

'Een hooge liefde zal uw hart doordringen:
Gij zult beminnen, zalig zijn en scheiden,
Gescheiden zwerven, zwervend liefde zingen,

En peinzend zult gij 't wederzien verbeiden,
En naar een vrouw gedachte en smachten leiden,
En mijmrend leven van herinneringen.'

Jacques Perk

De ôfkarring De afkeuring

Vandaag is er een gesprek geweest tussen de pastoor te H. en Dr.Oetker naar aanleiding van het “tragische”bericht van gisteren. Ook Doarmer was hierbij aanwezig. Alle betrokken partijen hebben hun afkeuring uitgesproken en unaniem is men van mening, dat bepaalde grenzen overschreden zijn. Humor is leuk, maar men moet niet overdrijven. De pastoor heeft aangekondigd, dat hij tijdens de komende mis in de Grote Kerk te H. op de zaak zal terugkomen om de parochianen nogmaals te wijzen op de geestelijke verloedering die onze maatschappij is binnengeslopen. Letterlijk zei hij : “Hier ligt een taak voor ons allemaal en wij mogen ons hieraan niet onttrekken, dat is een plicht niet alleen voor een christen, maar voor ieder mens.” Doarmer hoopt, dat alles goed zal aflopen en dat je geen toestanden krijgt zoals bij Elvis en Jimmy H., van wie ook ten onrechte werd beweerd, dat zij overleden zouden zijn. De zogenaamde grappenmakers realiseren zich niet wat ze aanrichten in iemands persoonlijke leven.

dinsdag, januari 16, 2007

Fertizing Verwarring

Doarmer las vandaag in de krant een tragisch bericht over iemand, die zich uitgeeft voor Dr. Oetker, maar Doarmer zag op de foto bij het artikel een hem totaal onbekende man. Wat speelt hier allemaal en kan men alles nog wel geloven, wat er in de krant staat?

It hat sa wêze moatten of net

Stel nu immers dat u zou mogen zeggen: “Als ik nu eens de macht bezat om dit of dat te kiezen.” Wel, wat u zou kiezen ligt al in de ordening vast, omdat uw rol geen aparte scène op het toneel van het heelal is, maar u als degene die u bent allang ingecalculeerd bent. Maar waar komt dan die eigen persoonlijkheid vandaan? Met dit probleem kan men twee kanten op. Enerzijds kan men vragen of men de schuld dat een individu dit of dat karakter heeft moet herleiden tot de schepper, als er een schepper is, of tot het geschapene zelf, of dat men anderzijds helemaal niet moet zoeken naar een schuld, zoals men bij het ontstaan van planten ook niet beschuldigend zegt dat ze geen waarnemingsvermogen hebben of bij andere levende wezens dat ze niet zo zijn als mensen. Want dat is hetzelfde als de vraag: “ Waarom zijn de mensen niet hetzelfde als de goden?” Waarom is het dan niet terecht dat we hier bij die planten en die levende wezens de schuldvraag stellen en waarom zouden we in het geval van mensen wel beschuldigend mogen zeggen dat een mens niet beter is dan hij is?

Plotinos (204- 270)

In hoeverre kan een mens schuldig zijn? De opvattingen hierover lopen uiteraard sterk uiteen, zowel in de filosofie als daarbuiten en ze hangen samen met het al dan niet accepteren van een “vrije wil”. Er zijn perioden, dat de mens verantwoordelijk wordt geacht voor zijn daden en perioden, waarin de mens gedetermineerd en in zekere zin onschuldig is. Bijvoorbeeld in de rechtspraak kan het milieu, de jeugd van een verdachte een rol spelen. Maar als de daden van iemand te verklaren zijn, moet iemand dan nog bestraft worden. Is “iemand begrijpen” gelijk aan “iemand vergeven”? Kortom een oud probleem. Als men Doarmer wijst op het feit, dat hij een slecht karakter heeft, antwoordt hij: “ Dat weet ik ook wel, maar het is niet leuk, dat je er steeds weer over begint.”

In deadzjende leafde

Ivan was een scherpe messenwerper in een heel mooi russisch pak
Niemand wierp zijn scherpe messen scherper en met zo'n volmaakt gemak
Messen werpen naar zijn partner was zijn hoogste doel
En bij al dat werpen had hij nimmer het gevoel
Dat in 't voorwerp zijn Arborber ook nog een groot hart vol liefde stak
En als hij messen naar haar smeet, zong zij onhoorbaar maar vol leed

Ivan ik kan je niet missen, maar hopelijk mis je mij wel
Want zou je je 1 keer vergissen, dan stak er zo'n mes in m'n vel
Wanneer ik jou messen zie keilen, dan voel ik me bleek en verward
Want Amor mist nooit met zijn pijlen, die heeft me geraakt in m'n hart

Maar na jaren werd het haar te machtig en vertelde zij 't 'm maar
Ivan vond dat eigenlijk wel prachtig en werd snel verliefd op haar
Maar toen hij dus zijn aanstaande voor de scheids zag staan
Keek hij haar ineens met andere ogen aan
Werd nerveus, hij trilde mis te raken en zij zakte in elkaar
En met een laatste blik op hem, zong zij met reeds gebroken stem
Ivan eerst kon je me missen, maar nu je niet zonder me kan
Moest jij je natuurlijk vergissen, da's nou weer echt iets voor een man
Maar kun je ook niet met me trouwen, nu jij me in't hart hebt geraakt
Toch heb je door van me te houden, me dodelijk gelukkig gemaakt

Corry B.

maandag, januari 15, 2007

De sûnde De zonde

De meeste mensen denken dat er niets meer te doen valt als ze het bijgeloof van hun jeugd hebben afgeworpen. Ze beseffen niet dat dit bijgeloof onderhuids nog steeds op de loer ligt. Als een rationele overtuiging is bereikt, is het noodzakelijk erover na te denken, de consequenties ervan te accepteren ……. en als het zondebesef krachtig wordt, wat af en toe zal gebeuren, dat niet als een openbaring en een oproep tot hogere dingen te beschouwen, maar als een ziekte en een zwakheid…….
In feite is zondebesef allesbehalve de bron van een goed leven, maar juist het tegenovergestelde. Het maakt de mens ongelukkig en geeft hem het gevoel minderwaardig te zijn. Als hij ongelukkig is, is de kans groot dat hij buitensporige aanspraken op andere mensen doet, aanspraken die zijn geluk in persoonlijke relaties zullen belemmeren. Als hij zich minderwaardig voelt, zal hij wrok koesteren jegens mensen die superieur aan hem lijken te zijn. Het zal hem moeilijk vallen iemand te bewonderen en gemakkelijk jaloers op iemand te zijn. Hij zal in het algemeen een onaangenaam mens worden en merken dat hij steeds meer geïsoleerd komt te staan. Een expansieve en edelmoedige houding jegens andere mensen maakt niet alleen anderen gelukkig, maar is een grote bron van geluk voor degene die deze houding heeft, want hij zal daardoor geliefd zijn. Maar een dergelijke houding is nauwelijks mogelijk voor iemand die achtervolgd wordt door zondebesef. Het is het resultaat van zelfverzekerdheid en zelfvertrouwen.

Bertrand Russell

zondag, januari 14, 2007

In smoarch fanke

Uit een proces in een barbaarse tijd:

Verdachte P. begon in het Friesch en weigerde Nederlandsch te spreken, hoewel de kantonrechter hem er op wees, dat de griffier en de ambtenaar van het O.M. geen Friesch verstonden, waardoor zijn antwoorden op de gestelde vragen niet genotuleerd zouden kunnen worden. Verdachte V. en mr. v.d. Schaaf antwoordden in het Nederlandsch. Een getuige à décharge, J. de Jong uit Leeuwarden begon eveneens in 't Friesch en noemde het een misstand dat de heeren, die al zoo lang in Friesland waren, zich de taal van het volk niet hadden eigen gemaakt. Daarna legde hij zijn verklaring in het Nederlandsch af, omdat de beleefdheid dit eischt en, aldus getuige, een Fries altijd beleefd - hij zei, denk ik, fatsoenlijk - is. Bij de behandeling van de zaak bleek o.a. nog, dat verdachten van den verbaliseerenden agent, die evenmin Friesch kende, geëischt hadden, dat hij deze taal tot hen sprak.En wat ‘die misstand’ betreft, het volgende ter opfrissing van 't geheugen. In de dagen van Domela Nieuwenhuis is er in Friesland een proces geweest tegen iemand, die in 't openbaar gezegd had, dat het toch bar was, dat ‘sa'n smoarch fanke’ - hij zei zeer waarschijnlik smoá (spr. smwa) - zoveel geld had. Hiermee doelde hij op onze jonge Koningin. Majesteitschennis natuurlijk. Totdat uitgemaakt werd door Fries-deskundigen, dat ‘smoárch’ heel vaak gebruikt werd, in verband met kinderen, in de zin van ‘nog niet volwassen’ (Zie ook Fries Wdb. III 152, 1e kolom). Daar had toch iemand in de gevangenis kunnen komen wegens gebrek aan taalkennis bij de rechters. Overdreven was het dus niet, dat de getuige à décharge op deze ‘misstand’ opmerkzaam maakte. De rechters zijn er bijna 50 jaar geleden al op gewezen.
Doarmer moet hierbij wel opmerken, dat het woord fanke in plaats van famke voor meisje voor hem wel een wat negatieve klank heeft, maar dat hoefden die Hollanders natuurlijk niet te weten.

Romeinske bylden

De pakesizzer fan Augustus(De kleindochter van Augustus)

De hurdravers (De hardlopers)

It hart en de hûnen (Het hert en de honden)

zaterdag, januari 13, 2007

De hamsterwangen

Beeld van een Romeins jongetje dat zojuist heeft afgezwommen voor zijn A- diploma en nu met een badhanddoek om aan de kant staat om de verrichtingen van de anderen te bekijken. Als beloning voor zijn prestatie heeft hij van zijn moeder al twee lekkere toverballen gekregen .

donderdag, januari 11, 2007

Sykhelje Ademen

En peinzend zie 'k uw zeeblauwe ogen pralen
waarin de zachtheid kwijnt, de liefde droomt,
en weet niet wat mij door mijne âren stroomt:
ik zie naar u en kan niet ademhalen.

Een gouden waterval van zonnestralen
heeft nooit een schoner aangezicht bezoomd . . .
't Is of me een engel heeft verwellekoomd,
die met een paradijs op aard kwam dalen.

'k Gevoel mij machtig tot u aangedreven
en buiten mij. 'k Was dood, ik ben herrezen
en voel mij tussen zijn en niet-zijn zweven.

Wat hebt gij, toveres, mij goed belezen!
Aan u en aan uwe ogen hangt mijn leven:
een diepe rust vervult geheel mijn wezen.

Jacques Perk (1859-1881)

De oertsjûging

Volgens de filosoof Nietzsche is de leugen niet de vijand van de waarheid, maar de vaste overtuiging, men zou ook kunnen zeggen het vaste geloof, in welke vorm dan ook. Vraag blijft natuurlijk, kan een samenleving bestaan zonder een onderliggende overtuiging of geloof? Doarmer heeft soms de indruk, dat dit niet kan. “Men”heeft dat gewoon nodig en eigenlijk is het ook niet erg, het volk houdt zich beter aan regels, het vuil wordt opgehaald en waarschijnlijk zijn de meeste mensen zelfs gelukkiger. Een geloof of overtuiging moet ook niet beoordeeld worden op het feit of het waar is of niet , maar of het functioneert of niet. Het probleem is echter, dat in sommige samenlevingen ook de herders gaan geloven, dat hun de overtuiging “waar” is en dan is het hek van de dam , je krijgt fanatisme met al de gevolgen daarvan. Daarom pleit Doarmer ook sterk voor schijnheiligheid. Zonder deze schijnheiligheid is er geen beschaving mogelijk, sterker nog : beschaving is schijnheiligheid. Elke overtuiging moet gerelativeerd worden , willen rampen voorkomen worden. In een wereld van overtuigde herders met hun schapen blijft slechts de rol van wolf over. Hij eet misschien eens een schaap op, maar hij zal nooit grote rampen veroorzaken.

woensdag, januari 10, 2007

Mevrouw M.Hari

‘k wol jim oer it lot fortelle
fan in kreaze Fryske faem
‘t is ‘t forhael fan Grete Zelle
dy’t sa drôf om’t libben kaem.

Fier fan ’t lân fan reamme en skieptsiis
by de poarten fan ’e hel
makke hja in dryste striptease
oant har spierlik bleate fel.

Uit: Mata Hari van F.Schurer

Wjergalmje

Zie je dat…. Hij geeft toe dat hij de wet niet kent en tegelijkertijd beweert hij dat hij onschuldig is.

Kafka: Het Proces

De wet wint het spel op voorwaarde dat de onderdanen het spel spelen. Haar enige strategie is dus hen tot spelen te dwingen. Om de onderdanen voor te bereiden op het genieten van hun rechten door zich aan de wet te onderwerpen, zijn er het gezin, de school, de gevangenissen en alle bijzondere kennis die daarmee verband houdt: pedagogie, morele en godsdienstige opvoeding, opvoeding tot burger, psychiatrie, criminologie enzovoort…….
Vroeger was de overheid van goddelijke oorsprong, zij “weergalmde” en haar stem deed zich als een bijbelse donder horen,onkwetsbaar,onweerlegbaar maar onbegrijpelijk. Tegenwoordig ontleent het werelds geworden gezag haar doelmatigheid nog steeds aan het feit dat het onbegrijpelijk is……. Omdat de wet van nature onbegrijpelijk is, zal niemand haar beter uitvoeren dan een domkop.

André Glucksmann: De Meesterdenkers

Undogens Ondeugend

Gisteravond werd in de leesclub “met de anderen” het boek van W. besproken. Er waren taartjes en er werd wijn gedronken en natuurlijk moest ook over het boek gediscussieerd worden. Voor Doarmer werd in de loop van de avond steeds duidelijker, dat hij een moralistisch boek gelezen had, waarbij aan het eind slecht gedrag bestraft wordt , maar met een interessante boodschap. De mannelijke hoofdpersoon staat dan met lege handen en krijgt bovendien een taakstraf van 60 uur, want het blijft Holland! De vrouwelijke hoofdpersoon, die veel meer voorbij Goed en Kwaad leeft, ontspringt de dans .Bestraft word je dus alleen als je het toelaat! Als in werkelijkheid het Kwaad bestraft zou worden en het Goede beloond, dan zouden wij allemaal goed leven. Wij weten allemaal dat dit niet het geval is, “stoute”mensen zijn vaak heel gelukkig, maar wij willen het zo graag, al die opofferingen, al die ontzeggingen, al dat lijden, daar moet toch iets tegenover staan. De vrouwelijke hoofdpersoon maakt duidelijk dat stoute mensen niet gestraft worden. Helaas, ook Doarmer kan er niets aan doen, als iemand zich dingen ontzegt, dan komt dat waarschijnlijk door conditionering en dient het geen enkel doel en bewijst het ook niets. Het leven wil slechts geleefd worden en bestraft al te grote “braafheid”.

maandag, januari 08, 2007

Gjin ferlechje Geen excuus

Wat betekent hier de stelling dat het bestaan aan de wezensbepaling voorafgaat? Het betekent dat de mens eerst bestaat, zich voordoet, in de wereld verschijnt. En dat hij daarna zich nader bepaalt. Dat de mens zoals de existentialist zich hem denkt iets onbepaalds is, komt doordat hij aanvankelijk nog niets is. Hij kan alleen iets worden, en dan zal hij zijn wat hij van zichzelf maakt. Er bestaat dus niet iets als de menselijke natuur, want er is geen God die zich die natuur denken kan.De mens is niet alleen slechts zoals hij zichzelf denkt, maar ook zoals hij zichzelf wil, en zoals hij zichzelf ontwerpt nu hij er eenmaal is, zoals hij wil worden nu hij eenmaal bestaat; de mens is niets anders dan wat hij van zichzelf maakt……Als het bestaan inderdaad aan de wezensbepaling voorafgaat, kan men nimmer een gegeven vaststaande menselijke natuur ter verklaring aanvoeren; met andere woorden, van determinisme kan geen sprake zijn, de mens is vrij, de mens is vrijheid. Anderzijds hebben we, als God niet bestaat, geen waarden of stelregels voorhanden die ons gedrag kunnen rechtvaardigen. Zo zijn wij in het domein der waarden voor noch achter door rechtvaardigingen of excuses gedekt. Wij zijn alleen zonder excuus. Dat bedoel ik wanneer ik zeg dat de mens gedoemd is om vrij te zijn.

Sartre

Volgens Sartre zijn wij als "een onbeschreven blad" in het bestaan “geworpen” .

zondag, januari 07, 2007

In Frânske skeakel Een Franse link

Klik hier

De betsjoende prinsesse

Ik heb de moed te twijfelen, ik geloof aan alles; de moed te strijden, ik geloof met alles. Maar de moed iets te bekennen, iets te bezitten, mij toe te eigenen, die heb ik niet. De meeste mensen klagen erover, dat de wereld zo prozaïsch is; dat het in het leven niet zo loopt als in een roman, waar alles zo gemakkelijk gaat; ik klaag erover, dat het in het leven niet is als in een roman, waar men met hardvochtige vaders, heksen en kabouters kan vechten en betoverde prinsessen kan bevrijden. Wat zijn al die boze machten, vergeleken met de bleke, bloedeloze, taaie nachtelijke gestalten, waarmee ik strijd, en aan welke ik zelf leven en aanzijn geef.

Søren Kierkegaard

zaterdag, januari 06, 2007

De tosken opinoar De tanden op elkaar

Vraag: Wat is het nut van een krant?
Antwoord: Je kunt daarmee gebakken vis inpakken.

Uit: Hoe word ik een goede visboer?

Volgende week dinsdag is het weer zover. De leesclub “het betere boek” heeft dan weer een bijeenkomst met “die andere leesclub”. Het blijft toch wennen, want nu staat echt het boek centraal en dat betekent, dat er gelezen moet worden. Kleding en eten zijn totaal onbelangrijk geworden en Doarmer krijgt zelfs de indruk, dat men liever niet heeft, dat deze dingen ter sprake komen. Ze blijven vreemd , die onderw. mensen. Nu heeft Doarmer helemaal niets tegen boeken, als men maar niet overdrijft en dat laatste was nu beslist het geval, 321 bladzijden en het ging allemaal over muziek en vrouwen, twee dingen waar een eenvoudige visboer maar weinig verstand van heeft. Het einde was ook heel droevig en ook dat vond Doarmer heel erg. Waarom mocht die pianoleraar niet gelukkig worden en dan wordt wel gezegd “ tanden op elkaar en incasseren”, maar waar is dat voor nodig? Er is al zo veel ellende op de wereld, laat het dan in de boeken wat vrolijker zijn. Dat heb je toch als schrijver zelf in de hand! Bovendien was dit het debuut van de schrijver, een jonge vent en dan al zo pessimistisch! Als deze W. op een zaterdag op de markt zou komen, zou Doarmer hem een krant met een gebakken visje erin in de handen duwen en hem zeggen, dat er toch zo veel mooie dingen in het leven zijn en dat die ook best eens beschreven mogen worden. Dat er wel eens erge dingen gebeuren, ok, maar het einde, het einde moet goed zijn. Doarmer heeft lang geleden eens een vrouw gekend, die zei, dat voor haar het einde van een boek het belangrijkste was en Doarmer zei toen” nee, het gaat om het verhaal en het einde, we weten toch hoe alles afloopt”, maar toen hij dit boek gelezen had, moest hij aan de woorden van die vrouw terugdenken.