Ik wit net wat sil it betsjutte
dat ik sa drôvich bin
in mearke út oerâlde tiden
dat komt my net út it sin
de loft is kâld en it tsjustert
en rêstich streamt de Rijn.
dat ik sa drôvich bin
in mearke út oerâlde tiden
dat komt my net út it sin
de loft is kâld en it tsjustert
en rêstich streamt de Rijn.
lâns it sânpaad
de iene jout rjochting oan
strieljend, Bregje
de oare harket en fytst
Sinne mei lytse sturtjes
yn it ljocht fan'e sinne
de beam noeget swiet fan fierrens
Twee meisjes op weg
langs het zandpad
de ene geeft richting aan
stralend, Bregje
de andere luistert en fietst
Sinne met kleine staartjes
in het licht van de zon
van verre nodigt de boom zoetjes uit
Dit is een foto van een voorouder. Hij is geboren in 1844 en Doarmer schat dat deze foto zo omstreeks 1900 gemaakt is. Opvallend bij deze oude beelden is dat je eigenlijk nooit lachende mensen ziet, iedereen kijkt " streng ". Men heeft verschillende theorieën waarom dat zo is. Een simpele opvatting is dat het samenhangt met de sluitertijd van de oude fototoestellen. Men moest " bevroren " in de camera kijken en dat is lachend erg moeilijk.
Wat ons in verwarring brengt, is natuurlijk de uniforme gedaante waarin de woorden ons gesproken, geschreven of gedrukt tegemoet treden. Want hun gebruik staat ons niet zo helder voor ogen. En met name niet wanneer wij filosoferen!
Wittgenstein: Filosofische Onderzoekingen
Om een voorbeeld van Wittgenstein zelf te nemen, het woordje "is" in " twee plus twee is vier" heeft een andere betekenis in de zin "de roos is rood".
De een: Je moet in het leven de lat altijd hoog leggen, maar nooit voor jezelf altijd voor de ander, want de ander, daar gaat het om.
De ander: Ik zal in mijn leven altijd jouw best doen.
De een: Ok, als jij mijn best doet, doe ik jouw best.
Vandaag las Doarmer op de filosofiekalender de volgende uitspraak van Auguste Comte: " Alleen de mensheid bestaat............. het begrip individu is slechts een abstractie van onze intelligentie ". Dit bracht Doarmer een beetje in verwarring, want hij moest denken aan de filosofische strijd tussen Nominalisten en Realisten in de Middeleeuwen en vanuit nominalistisch standpunt zou je ook het tegenovergestelde kunnen beweren.
Zo ook geldt het volgende. 'Er is een geur' betekent dat een geur' wordt geroken, 'er is een geluid' betekent dat een geluid wordt gehoord en als er een kleur of vorm is, wordt deze waargenomen door het gezichtsvermogen of de tastzin. Alleen in deze zin kan ik deze en soortgelijke stellingen begrijpen.............Hun zijn is waargenomen worden en het is niet mogelijk dat ze op enige wijze bestaan buiten de geesten, oftewel de denkende dingen die ze waarnemen.
George Berkeley (1685-1753)
De verwaarlozing van het thymotische maakt heel veel aspecten van het menselijke gedrag onbegrijpelijk.......... Zodra er bij individuen of groepen ' symptomen ' optreden als trots, verontwaardiging, woede, ambitie, grote geldingsdrang en acute strijdvaardigheid, neemt de vertegenwoordiger van de thymos-negerende cultuur zijn toevlucht tot het idee dat deze lieden wel het slachtoffer moeten zijn van een neurotisch complex.......Wanneer men van de trots zegt dat hij de vader is van alle ondeugden, dan spreekt men daarmee de overtuiging uit dat de mens geschapen is om te gehoorzamen.
Peter Sloterdijk
Enige tijd geleden schreef Doarmer dat hij maximaal drie problemen in zijn leven toelaat. Eén probleem was de deur van een keukenkastje die maar niet recht wilde hangen. Dat probleem is inmiddels opgelost en er is dus ruimte voor een nieuw probleem. Doarmer twijfelt nog tussen een mondiaal probleem of een persoonlijk probleem. Voordeel van het eerste is dat het vaak onoplosbaar is en dan hoeft hij niet steeds op zoek naar een vervangend probleem.
Zoals reeds genoemd, de filosoof Wittgenstein komt met de uitspraak " Die Welt ist alles was der Fall ist ". Er gebeurt van alles op de wereld, maar hebben wij daar invloed op? Soms wel , als Doarmer besluit om vanavond hutspot te eten en geen macaroni, dan is dat het geval. Sommige filosofen en hersenwetenschappers zullen echter zeggen dat zo'n beslissing van Doarmer volkomen gedetermineerd is en dat hij daarom eigenlijk geen invloed heeft op die beslissing en dat er geen sprake is van een vrije wil. Voor Doarmer is dat echter een semantische kwestie, wat verstaat men onder " vrije wil " en wat is het " ik " die de beslissingen neemt ? Hoe dan ook er gebeuren dingen waarop Doarmer beslist geen invloed heeft en die kunnen dan problematisch zijn. En daar duikt die vrije wil weer op, Doarmer is er een groot voorstander van om het aantal problemen beperkt te houden. Dus er gebeurt veel maar de mens bepaalt of het een probleem is en daarbij is het verstandig een grens te stellen. Hij persoonlijk vindt drie problemen genoeg. Momenteel probeert hij bijvoorbeeld een deur van een keukenkast recht te krijgen en dat lukt niet goed. Dat is al één probleem en hij kan er dus nog twee bij hebben. Daarna is het stop, als dan iemand bijvoorbeeld zegt " wij hebben een stikstofprobleem " dan antwoordt Doarmer " jij hebt dat probleem want ik zit al vol, je moet wachten tot ik het keukenkastje gerepareerd heb, daarna kan ik het misschien als probleem toelaten ". Doarmer adviseert wel een aantal problemen te houden, want een leven zonder een enkel probleem is een verschrikking, dat is geen leven.
In hun gevecht met de taal hebben filosofen de neiging een eigen definitie aan begrippen te geven of zelfs nieuwe begrippen te introduceren. Heidegger is hiervan een berucht voorbeeld. Voor de lezer die probeert hun gedachtengang te volgen is dat wel eens moeilijk en soms ook verwarrend. Zo las Doarmer vandaag op de filosofiekalender de uitspraak van Nietzsche " er bestaan geen feiten, alleen interpretaties ". Als men dit vergelijkt met de uitspraak van Wittgenstein " de wereld is alles, wat het geval is " dan zou men kunnen denken dat beide filosofen een tegengestelde mening hebben, terwijl ze precies hetzelfde bedoelen.
Momenteel leest Doarmer " Over het wezen van de menselijke vrijheid " van de filosoof Friedrich Schelling (1775-1854). Hij vindt het een nogal warrig maar ook vermakelijk en interessant werk. Schelling schrijft over het al dan niet hebben van een vrije wil en daarmee samenhangend over het kwaad in de wereld. De man worstelt echt met dit probleem. Later zal Nietzsche dit heel anders benaderen. Het Kwade bestaat niet en ook het Goede niet. Natuurlijk verricht de mens handelingen en of deze handelingen goed of kwaad zijn is relatief, het is een menselijk oordeel. De vraag of de mens een vrije wil heeft staat dus los van het zogenaamde Kwaad in de wereld. De wereld is gewoon en als de inbreker gepakt wordt is dat goed voor degene bij wie ingebroken is en slecht voor de inbreker en of de inbreker inbreekt uit vrije wil of omdat hij daartoe gedetermineerd is, dat is een ander probleem.
Zoals trouwe lezers van deze blog wel weten , Doarmer heeft het probleem dat het hem altijd meezit in het leven. Zo heeft hij nu weer een geschenkenbon ter waarde van 500 euro gewonnen. Sommigen vragen zich natuurlijk af, waarom is dat een probleem. Nu dat ligt wel iets ingewikkelder dan het op het eerste gezicht lijkt. Doarmer is een gelovig mens en hij gelooft dat er een soort kosmisch evenwicht bestaat . Dus de hoeveelheid geluk is even groot als de hoeveelheid ongeluk. Doarmer ziet en leest in de media dat er veel mensen zijn die het altijd tegenzit en hij vraagt zich wel eens af of hij de oorzaak daarvan is of dat hij last heeft van een dolgedraaid schuldgevoel.
Hjoed hat Doarmer in eintsje hurdrûn, hy kin it net litte mar it wie vrij near en hy tocht om't it tongersdei is soe it wol efkes tongerje meie. De loft is yn elts gefal glei. Sa dat wie Doarmer's waarpraatsje.
Vandaag heeft Doarmer een stukje hardgelopen, hij kan het niet laten maar het was tamelijk drukkend en hij dacht omdat het donderdag is zou het wel even mogen donderen. De lucht voorspelt dat in elk geval. Zo dat was Doarmer's weerpraatje.