woensdag, december 13, 2006

De E code



Welke rol heeft Pistolen P. in de hele affaire gespeeld ? Wat is de betekenis van de raadselachtige code op dat groene bord? En wie is die geheimzinnige figuur in het blauw bij de kerstboom? Kortom allemaal vragen, of beter gezegd mysteries, die Doarmer de laatste tijd bezighouden.

dinsdag, december 12, 2006

Desimberkjeld Decemberkou

Uit de serie dinsdagmiddaggedichten:

Hjoed , tiisdei, samar in petear
oer gewisse yn A.
Semantyk yn’ e desimberkjeld,
it deistige moetet de ferbjustering
foar it each, dat sjocht,
foar it ear, dat harket.
Emoasjes, ôfwiksele troch sifers,
sile yn dizige wurden
oer ûngelikense weagen,
in wolf tusken de skiep.

maandag, december 11, 2006

De wei en de skilen

De weg naar de Waarheid
is bezaaid met schillen

In flecht fûgels

En toen zijn hand de gouden lier bewoog,
Appollo’s gave, een klankenrijke zon,
was’t, of door’t grauw op de Acheron
een vlucht van schitt’rende gele vogels vloog.

En nu voor’t eerst cirkelde in lichte boog
om schimm’lig dodenland een horizon,
waar ’t grijs van de affodil tot roos begon
te ontvlammen, nu ’t van Orpheus vol zich zoog.

’t Leek, of de bovenwereld naar de Nacht
was neergezonken, nu tot wereldpracht
openstraalden Orpheus’ metamorfosen:

zijn purpren mantel was door eigen licht
een morgenhemel, en zijn wit gezicht
een stille Olympus, vol apotheosen.

J.A. Dèr Mouw

zondag, december 10, 2006

De waarheid, de schillenboer en de marktvrouw

Vandaag had Doarmer een aantal bijzondere ontmoetingen. Eerst kwam hij de Waarheid tegen. Hij had altijd gedacht, dat de Waarheid niet bestond, maar dat blijkt dus een vergissing te zijn. Toen Doarmer dit de Waarheid vertelde , moest zij , de Waarheid is uiteraard een vrouw, ontzettend lachen. “ Ja “, zei ze, “ dat misverstand kom ik wel vaker tegen, maar ik besta wel degelijk, dat zie je toch.” Dat kon Doarmer niet ontkennen en hij maakte meteen van de gelegenheid gebruik om de Waarheid een vraag te stellen. “ Ben ik aardig ?”, vroeg hij. “ Dat ben jij. “ antwoordde de Waarheid meteen. Opgelucht liep Doarmer verder, want de Waarheid had gesproken. Even later zag hij langs de weg naast een bak een schillenboer met een hart van mos zitten, die op nieuwe schillen wachtte. “ Volgens mij heb jij de Waarheid gezien”, riep de schillenboer “ doe je daar ook iets mee?” Tja, dacht Doarmer, wat moet je ermee , je kunt de Waarheid onder ogen zien, maar dan houdt het wel op. “Vergiss mich”, hoorde hij de schillenboer nog roepen, maar Doarmer liep stevig verder en na ongeveer een half uur stapte hij de herberg van het stadje D. binnen. Daar had hij zijn derde ontmoeting, want aan de bar zat een vrouw, die hij kende van de markt. “Je moet je haar niet kammen, anders word ik boos”, zei ze. Een boze marktvrouw is wel het laatste, wat Doarmer wil en hij beloofde meteen nooit weer een kam aan te raken. “ Zo mag ik het horen” gromde de vrouw “ terwijl ze een jenever achterover sloeg, “ maar spreek je de waarheid, ik vertrouw je niet helemaal, je bent het type computerreparateur.” Doarmer probeerde nog uit te leggen, dat hij eigenlijk een onschuldig kind is, dat naïef door de wereld dwaalt, maar de marktvrouw bleef onverbiddelijk. “ Vraag de schillenboer maar, die zit verderop bij een bak en anders de Waarheid zelf, want die loopt daar ook ergens rond”, zei Doarmer wanhopig. De marktvrouw greep hem bij de kraag en keek hem diep in de ogen en zei “ Nu moet jij eens goed luisteren, ventje , de Waarheid loopt niet rond, maar bevindt zich altijd op een vaste plaats, zodat zij gevonden kan worden en een schillenboer daarentegen zit niet op schillen te wachten maar loopt rond met de kar om ze te verzamelen, jij kletst maar wat.” De woorden van de marktvrouw raakten Doarmer diep en terwijl zij nog steeds stevig zijn kraag vasthield, besefte hij, dat het wel eens lastig is als je het leven als een grote droom beschouwt.

zaterdag, december 09, 2006

It each fan 'e sinne Het oog van de zon

‘t Wyt fen myn hert in sin
iz Galathæe.Ick bin
trog her snie-wijt, in wirde
oon her, ijn ljeafde, buw’n;
ick kin’t fen her naet hirdde,
æf ick flamje’ az in uwn’.

O goune Galathæe!
Môcht ick mey dy, ijn free,
Libbje, ik hie wâd in winsche.
O! ‘k nijd’ nin forst, ho heag,
‘k wier de lockigste minsche,
dy aerne ’t sinne’ eag seag.

Gysbert Japix

Goedkarre Goedkeuren

Het is niet waar, dat het onbewuste doel in de ontwikkeling van ieder bewust wezen (dier, mens, mensheid enz.) diens “hoogste geluk” zou zijn; veeleer is er op alle trappen der ontwikkeling een bijzonder en onvergelijkbaar, hoger noch laag, maar gewoon hoogsteigen geluk te bereiken. Ontwikkeling is niet uit op geluk, maar op ontwikkeling en verder niets. Slechts wanneer de mensheid een algemeen erkend doel zou hebben, zou men zich kunnen voorstellen “ zo en zo moet er gehandeld worden”: voorlopig bestaat een dergelijk doel niet. Dus dient men de eisen der moraal niet in betrekking te brengen met de mensheid, dit is onredelijk en onserieus. De mensheid een doel aanbevelen is heel iets anders: dan wordt het doel gedacht als iets dat aan onze goedkeuring wordt overgelaten; gesteld dat de mensheid haar goedkeuring hecht aan wat wordt voorgesteld, dan zou zij zichzelf vervolgens ook een moraalwet kunnen geven, eveneens vanuit haar eigen goedkeuring. Maar tot dusver moest de moraalwet boven de goedkeuring staan: men wilde deze wet eigenlijk niet geven, maar haar ergens nemen ofwel ergens ontdekken ofwel ergens vandaan bevolen krijgen.

Friedrich Nietzsche: Morgenröte

Nietzsche redeneert in dit stuk eigenlijk heel democratisch. Hij stelt, dat de moraal (goed en kwaad) afhankelijk is van waar wij naar toe willen, ons doel. Dit doel is er volgens hem niet en daarom is het zinloos om vast te stellen, wat goed en kwaad is. Voor Nietzsche kan het hoogste geluk nooit het doel der mensheid zijn, omdat dit puur individueel bepaald is. Tot nu toe, zegt hij, wordt de moraalwet ergens “van boven” gehaald. Goed en kwaad worden in feite bepaald door de machthebbers, die daarmee hun eigen doel nastreven. Grappig is het woordje voorlopig, als hij zegt voorlopig bestaat een dergelijk doel niet. Er is dus nog hoop voor de moraalridders!

vrijdag, december 08, 2006

De aksje

De fruitmandactie is in volle gang. Op bovenstaande foto een enthousiaste medewerk(st)er van de pastoor te H., die vol trots een kist zelfgeplukte tomaten toont en dat allemaal voor Henk. Hartverwarmend!
Comité van aanbeveling:
pastoor te H.
de H.vader
Prof. Dr.P.T. Olmenbos
Dr. Oetker

donderdag, december 07, 2006

It fertriet Het verdriet

Het is december, Sinterklaas is geweest, maar de spanning is dan nog niet uit de lucht, want over twee weken komt .......... het kerstpakket!!!! Doarmer kan het in die tijd nauwelijks uithouden, zo is hij ermee bezig, in zijn gedachten loopt hij al in een badjas met een koffertje achter zich aan, terwijl hij smult van een ananas. De schrik was dan ook ontzettend groot, toen hij vandaag in de stad dr. Oetker tegenkwam , de doctor fietste langs het kanaal met de kraag omhoog tegen de harde wind in en somber kijkend riep hij, “ Ik vrees het ergste voor het kerstpakket dit jaar, wie gaat daar nu voor zorgen?”. Meer zei hij niet en hij fietste moeizaam trappend verder, een verbijsterde Doarmer achterlatend. Dit is zo erg en Doarmer vraagt zich af of ooit de zon nog zal terugkeren in zijn leven?

Fertizing oeral Verwarring alom

Het is waar, dat een wiskundige, die door een schipbreuk op een onbewoond eiland beland is en in bezit is gebleven van een potlood en aantekenboekje, zal trachten zijn eenzaamheid dragelijk te maken door een berekening, dus de taal der wiskunde zal gebruiken. Het is eveneens waar, dat soms iemand een dagboek bijhoudt, dat voor geen ander oog dan het zijne is bestemd. En ook in het dagelijkse leven gebruiken de meeste van ons woorden, wanneer zij bij zichzelf denken. Toch blijft het hoofddoel van de taal: mededeling aan anderen, en om deze mogelijk te maken, moet zij een algemeen karakter hebben, en geen particulier taaltje van de spreker alleen zijn. Het gevolg daarvan is, dat juist het allerpersoonlijkste in de menselijke ervaring de neiging heeft te vervluchtigen tijdens dit proces van omzetting van de taal. Sterker nog: het algemene karakter van de taal zelf is een hersenschim. Een bepaalde combinatie van woorden zal gewoonlijk door competente hoorders worden uitgelegd op een wijze, die voor hen allen gemeenschappelijk is, maar desalniettemin zal zij niet voor allen dezelfde betekenis hebben. Verschillen, die geen betrekking hebben op de juistheid of onjuistheid van een mededeling, zijn in de regel van weinig praktische betekenis, en worden derhalve genegeerd Het gevolg daarvan is, dat wij allen overtuigd zijn, dat ons persoonlijke wereldje in veel sterkere mate overeenstemt met de algemene wereld, dan in werkelijkheid het geval is.

Bertrand Russell

woensdag, december 06, 2006

Doarmer en de kevers

Doarmer regelt het verkeer in het buitengebied. U ziet, dat hij onverstoorbaar volledig opgaat in de taak, waarvoor hij hier op aarde is, naast de vishandel uiteraard.

maandag, december 04, 2006

Gies Ganzen

Iedereen die een beetje op de hoogte is van de gang des levens in de vogelwereld, weet dat er tussen de wilde en de tamme ganzen, hoe verschillend ze verder ook zijn, een soort onderling begrip bestaat. Als je de trek van de wilde ganzen in de lucht hoort en er lopen tamme ganzen rond beneden op de grond, dan merken die dat onmiddellijk, tot op zekere hoogte begrijpen ze wat het is. Daarom stijgen ze ook op, slaan met hun vleugels, gakken en vliegen in chaotische, lelijke wanorde een stukje vlak over de grond, en dan is het weer voorbij.

Søren Kierkegaard (1813-1855)

Jitris goed en kwea Nog eens goed en kwaad

Of God goed genoemd kan worden vóór de schepping.

Men vraagt echter of God, voordat hij de dingen geschapen had, goed genoemd kan worden, en uit onze definitie schijnt te volgen dat God een dergelijk attribuut niet gehad heeft, omdat wij zeggen dat een ding, als het alleen in zichzelf beschouwd wordt, noch goed, noch slecht genoemd wordt. Velen zal dit ongerijmd voorkomen, maar ik weet niet waarom. Wij kennen immers vele attributen van dit soort aan God toe, die voordat de dingen geschapen werden, hem niet toekwamen, behalve in mogelijkheid, zoals wanneer hij schepper, rechter, barmhartig enz. genoemd wordt. Daarom behoeven dit soort argumenten ons niet op te houden.

Spinoza

De opvatting, die Spinoza over goed en kwaad heeft, doet denken aan de opvattingen van Nietzsche. Goed en kwaad zijn relatieve begrippen. Spinoza zegt “ Een ding op zichzelf beschouwd noemt men niet goed of slecht, doch alleen met betrekking tot een ander ding... Daarom kan ieder ding in verschillende betrekkingen en terzelfder tijd goed en slecht genoemd worden.” Op God toegepast betekent dit dus, dat God pas “goed” genoemd kan worden als er iets anders is ten opzichte waarvan hij “goed” kan zijn. Spinoza betrekt dit ook op zijn andere eigenschappen. Dus wat zou Hij zonder ons moeten?

zondag, december 03, 2006

Er is altijd een pontje

De werkelijkheid laat zich door niets veranderen dan door de geest. Daar ben ik wel achter. Om de dingen anders te maken hoef je ze niet aan te raken, je moet ze alleen anders zien. Het is niets. Het licht moet er even op vallen, dat is alles, zoals op de gravure achter het glas. Ineens merk je hem op en je kunt nauwelijks nog geloven dat hij je daarvoor altijd was ontgaan. Dit is dat ongrijpbare kosmische proces. Ik ken het. Ik heb het ervaren. Noem het liefde en ik ben een magiër.

Voor mij is het tenminste altijd een enorme troost geweest, voegde ik eraan toe, te weten dat men op een dag alles achter zich kan laten en zich – wanneer het nodig is – van zijn bestaan kan verwijderen, letterlijk, zoals een slang die zijn huid heeft achtergelaten tussen twee stenen.

“Hiervoor heb ik mijn hele leven gegeven,” snikte ik, “van alle aardse geneugten heb ik afstand gedaan om op een dag over het water naar de overkant te kunnen lopen.” Christus’ gezicht vertrok van medelijden. “Ach “, sprak de Heiland, “Wat zonde van je tijd, een paar honderd meter verder vaart een pontje.”

Japin: Een schitterend gebrek

zaterdag, december 02, 2006

Doarmer bij Sinterklaas

As pykjes Als kuikentjes

Maar de derde groep, die dan nog overblijft, die van de kleinmoedigen en ongelukkigen, zal naar ons toe kruipen en het aan onze voeten uithuilen: “Ja, gij hebt gelijk gehad, gij alleen doorgrondt zijn mysterie en wij keren tot u terug. Redt ons van onszelf!”En als zij uit onze handen de broden ontvangen, zullen zij natuurlijk duidelijk inzien dat wij het brood dat zij uit eigen arbeid hebben verworven van hen wegnemen om het vervolgens weer te verdelen zonder dat er sprake is van enig wonder. Dan zullen zij zien dat wij geen stenen in brood veranderen , maar voorwaar, zij zullen blijer zijn met het feit dat zij het brood uit onze handen ontvangen dan met het brood zelf!........ De kudde zal zich weer bijeenvoegen en onderwerpen en dan voorgoed. Dan zullen wij hun het kalme en nederige geluk verschaffen dat past bij de zwakke schepselen, die als zodanig geschapen werden….. Zij zullen schuchter naar ons opzien en zich in angst tegen ons aandrukken als kuikentjes tegen de kloekhen. Zij zullen zich over ons verwonderen en ontzag voor ons hebben en trots zijn op ons omdat wij zo machtig en wijs zijn dat wij die hele miljoenkoppige woelige kudde konden temmen. Zij zullen sidderen voor onze toorn, hun geest zal versagen, hun ogen zullen zich snel met tranen vullen als bij vrouwen en kinderen, maar slechts op een enkel gebaar onzerzijds zullen zij weer vrolijk zijn en lachen en stralend van vreugde een kinderliedje zingen. Zeker, wij zullen hen dwingen te werken……….

Dostojevski: De grootinquisiteur uit De gebroeders Karamazov

De grootinquisiteur, de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder, legt in deze woorden aan Christus, die als gevangene teruggekeerd is op aarde, uit, dat het volk helemaal niet vrij wil zijn.

Foarby goed en kwea

De lytse wite ienhoarn,
mearkeëftige suverens
mei sulveren wjukken,
boppe goed en kwea,
tusken momkape en fleane,
dûnsjend yn in twirre
fan frijdom.

vrijdag, december 01, 2006

Oer de tiid Over de tijd

Tenslotte kunnen wij ons vóór de schepping geen tijd of duur voorstellen: deze zijn met de dingen begonnen. Tijd is immers de maat van duur, of liever: is niets anders dan een vorm van denken. Daarom vooronderstelt de tijd niet slechts ieder willekeurig geschapen ding, maar vooral denkende mensen. Duur houdt echter op wanneer de geschapen dingen ophouden te zijn, en begint wanneer de geschapen dingen beginnen te bestaan. Geschapen dingen zeg ik, want dat God geen duur toekomt doch slechts eeuwigheid, hebben wij boven reeds voldoende overtuigend aangetoond. Daarom vooronderstelt duur geschapen dingen, of impliceert ze op z’n minst. Zij die zich echter duur en tijd voorstellen vóór de geschapen dingen, lijden aan hetzelfde vooroordeel als degenen die buiten de materie een ruimte verzinnen, zoals op zichzelf al duidelijk is. Tot zover de definitie van de schepping.

Spinoza (1633- 1677)

De opvatting van Spinoza over de tijd lijkt veel op die van de kerkvader Augustinus (354- 430) , namelijk dat de tijd gelijk met de schepping geschapen is en dat dus de vraag ”wat was er voor de schepping?“ onzinnig is. De opmerking, dat tijd niets anders is dan een vorm van denken vindt men later ook bij Immanuel Kant (1724 -1804).

Verloop van een b. op t. gesprek

Zo eindigt het..........

Zo begint het....... Let op de rustige, afwachtende houding.

Het hemelsblauwe boekje

Vandaag bladert Doarmer verder in het mysterieuze hemelsblauwe boekje, zich steeds afvragend wie die onbekende vrouw toch was en waarom zij juist hem dat boekje had gegeven. In het boekje wordt gesproken over Plato, het Vaticaan, wolven enz., dus echt een boekje voor Doarmer , waar hij erg blij mee is , maar tegelijkertijd is hij ook een beetje verdrietig, want de mooie vrouw is zo plotseling verdwenen zonder een aanwijzing achter te laten. Of toch…. Er staat voor in het boekje een opdracht in sierlijk handschrift geschreven. Doarmer kan het niet goed ontcijferen, maar dat komt nog wel.

Een ander citaat uit het boekje (waarschijnlijk bedoeld voor managers)

“Wij zouden allemaal perfect gelukkig zijn indien wij al de energie die wij besteden om onze stommiteiten te herstellen, zouden aanwenden om deze stommiteiten te vermijden”.