Ik stjoer dy de wite tútfûgel,
mei de sêfte fearren
en in tûfke op ‘e holle.
Yn ‘e tún sil hy dy in liet sjonge,
in liet fan leafde en waarmens
en tsjirpende tútsjes sille rûntwirje
as lije reindripkes yn ‘e simmer.
Folslein bedutsen begjinst te dûnsjen.
Oersetting:
Ik stuur je de witte kusvogel
met de zachte veren
en een kuifje op het hoofd.
In de tuin zal hij een lied voor jou zingen,
een lied van liefde en warmte
en tsjilpende kusjes zullen ronddwarrelen
als lauwe regendruppels in de zomer.
Helemaal bedekt begin je te dansen.
maandag, januari 29, 2007
Rabje Lasteren
Lezers en bewonderaars van Plato maakten zich schuldig aan laster doordat ze het lef hadden te beweren dat alle gedachten van onze Heer Jezus Christus, die ze wel moesten bewonderen en prijzen, door Hem geleerd waren uit Plato’s geschriften, aangezien niet ontkend kan worden dat Plato lang voordat de Heer in menselijke gedaante verscheen, heeft geleefd.
Men weet toch dat de genoemde bisschop (Ambrosius) door bestudering van de profane geschiedenis ontdekt heeft dat Plato ten tijde van Jeremia naar Egypte is vertrokken, waar die profeet toen was? Ambrosius heeft laten zien dat het waarschijnlijker was dat Plato door Jeremia in onze literatuur onderricht is, wat hem in staat stelde zijn onderwijs en geschriften te produceren die terecht veel lof verdienen.
Aurelius Augustinus
Men heeft het christendom wel eens Plato voor de gewone man genoemd, maar de kerkvader draait het hier om. Ook uit de 20ste eeuw zijn er voorbeelden van landen/ideologieën, die het om een andere reden noodzakelijk vonden te beweren dat zij alles hadden bedacht. En in Friesland is men nog steeds van mening, dat lopen op de schaats (klúnje), de relativiteitstheorie en spaarpunten bij pakken koffie Friese uitvindingen zijn.
Men weet toch dat de genoemde bisschop (Ambrosius) door bestudering van de profane geschiedenis ontdekt heeft dat Plato ten tijde van Jeremia naar Egypte is vertrokken, waar die profeet toen was? Ambrosius heeft laten zien dat het waarschijnlijker was dat Plato door Jeremia in onze literatuur onderricht is, wat hem in staat stelde zijn onderwijs en geschriften te produceren die terecht veel lof verdienen.
Aurelius Augustinus
Men heeft het christendom wel eens Plato voor de gewone man genoemd, maar de kerkvader draait het hier om. Ook uit de 20ste eeuw zijn er voorbeelden van landen/ideologieën, die het om een andere reden noodzakelijk vonden te beweren dat zij alles hadden bedacht. En in Friesland is men nog steeds van mening, dat lopen op de schaats (klúnje), de relativiteitstheorie en spaarpunten bij pakken koffie Friese uitvindingen zijn.
zondag, januari 28, 2007
De toarnbeien smeitsje De bramen smaken
Alle ferhalen, hoe treurich besleinSette almeast wakker aardich útein.
’t Begjin is in poppe yn ’t widske bestoppe.
Dy’t sûcht op ‘e tomme. De buorfroulju komme
En beare: hoe leaf en hoe swiet!
Se winskje ’t lyts minskje lok en geniet.
Ider ferhaal…, hoe mâl it ek rint,
It hat ornaris in leaflik begjin.
In jonkje dat boartet mids fûgels en blommen,
De toarnbeien smeitsje, de ingelen weitsje
En jûns seit er it bernegebet.
Sa’n jonge kin sjonge, soarch hat er net
Lied uit de “histoarje fan Eije Wykstra” , de viervoudig moordenaar.
Gezongen door Roel Slofstra
Oersetting:
Alle verhalen, hoe treurig ze ook aflopen
beginnen meestal heel aardig
Het begin is een baby toegedekt in het wiegje,
die zuigt op zijn duim. De buurvrouwen komen
en zeggen overdreven: wat lief en wat zoet!
Ze wensen het kleine mensje geluk en genot.
Ieder verhaal…, hoe gek het ook loopt,
heeft gewoonlijk een lieflijk begin.
Een jongetje dat speelt temidden van vogels en bloemen,
de bramen smaken, de engelen waken
en ’s avonds zegt hij zijn kindergebed.
Zo’n jongen kan zingen, zorgen heeft hij niet.
zaterdag, januari 27, 2007
De priis en de jierdei
Vandaag is het dubbel feest. De jongedame Joosje uit A. heeft de eerste prijs van de Nederlandse Bond van Christelijke Vishandelaren in ontvangst genomen. Ook de duidelijk teleurgestelde nummer twee is op de foto te zien. Bovendien is de pater vandaag jarig, hetgeen hem er niet van weerhouden heeft een groot gedeelte van de dag in een plaatselijke onderw.instelling door te brengen. Dat is nog eens barmhartigheid! Heel hartelijk gefeliciteerd, pater, en dat het vuur moge blijven branden.
vrijdag, januari 26, 2007
It famke skriuwt Het meisje schrijft
Indien ik nog geruime tijd leef, word ik een oud man.
De wanhoop is nog groter geworden,
maar veelvuldiger dan ooit
wordt ik aangezocht inleidingen, lezingen, hallo,
voordrachten uit eigen werk
te komen houden voor inrichtingen van onderw. (1)
Om mijn geitestrot hangt de te wijde boord
van het smetteloze overhemd,
waarop de das met streepjes.
Mijn gelaat is een varkenslederen masker.
Soms, als de samenkomst, wegens fraai weder,
in de tuin van de campus wordt gehouden,
ben ik de enige die koud krijgt
en huivert in zijn boers nieuw, duur donkerblauw
en aangemeten pak:
het vuur in mij brandt nog maar laag.
Een meisje schrijft alles op, en als: ik zeg
‘Die en die is een groot dichter’.
dan schrijft ze neer in groot leesbaar schrift:
‘Die en die is een groot dichter’.
Als ik mijn eigen door de dood naar mij teruggevoerde stem hoor,
wil ik schreeuwen dat het geen zin heeft nu allen dood zijn,
en dat ik naar huis wil.
Maar wie begrijpt dat.
Plotseling staat de wind stil, en is er een schaduw over alles,
en hijg ik van angst, maar voor wie of wat dan toch,
in Godsnaam?
Reve
De wanhoop is nog groter geworden,
maar veelvuldiger dan ooit
wordt ik aangezocht inleidingen, lezingen, hallo,
voordrachten uit eigen werk
te komen houden voor inrichtingen van onderw. (1)
Om mijn geitestrot hangt de te wijde boord
van het smetteloze overhemd,
waarop de das met streepjes.
Mijn gelaat is een varkenslederen masker.
Soms, als de samenkomst, wegens fraai weder,
in de tuin van de campus wordt gehouden,
ben ik de enige die koud krijgt
en huivert in zijn boers nieuw, duur donkerblauw
en aangemeten pak:
het vuur in mij brandt nog maar laag.
Een meisje schrijft alles op, en als: ik zeg
‘Die en die is een groot dichter’.
dan schrijft ze neer in groot leesbaar schrift:
‘Die en die is een groot dichter’.
Als ik mijn eigen door de dood naar mij teruggevoerde stem hoor,
wil ik schreeuwen dat het geen zin heeft nu allen dood zijn,
en dat ik naar huis wil.
Maar wie begrijpt dat.
Plotseling staat de wind stil, en is er een schaduw over alles,
en hijg ik van angst, maar voor wie of wat dan toch,
in Godsnaam?
Reve
(1) Reve gebruikt hier een woord, dat Doarmer fatsoenshalve maar afkort, omdat ook minderjarigen deze weblog lezen.
Angelje Hengelen
Met de wereld om mij heen heb ik niets te maken. Ik leef in de zeventiende, begin achttiende eeuw. Dat ik in een auto rij vind ik eigenlijk iets volslagen krankzinnigs……Ik ben geen stadsmens. Ik voel mij veeleer een boer, een visser. Ik ben een archetypisch mens. In mij leven de symbolen nog. Een boom is een symbool, een mens is een symbool…. Ik ken de vervoering van een mens, in lang vervlogen tijden levend. Mij zeggen het ritueel in een tempel en de mis in de kerk nog iets. De taak van de religie is om met bepaalde diensten het mysterie te vieren. Niet om de wereld te verbeteren. Dat zeggen ze wel, maar dat is gelul…. De katholiek wendt zich ook niet tot Hem, de Zoon, maar altijd tot de Moeder. Dan zegt Zij: “ Een beetje geduld; ik breng het wel voor mekaar.” Woensdagmorgen gaat Hij vissen met Zijn Kornuiten. Hij is dan altijd in een geweldige stemming. En terwijl Hij net die hele hengelboel op de bromfiets hijst, zegt Zij: “ D’er is nog wat. Teken het eventjes.” En dan tekent Hij dat. Dan is het rond. Zij is goed, zonder rechtvaardig te zijn. Zij is geen rechter. Kijk, als ik mij bij Haar moet verantwoorden, speel ik het wel klaar. Ik vraag me wel af wat mijn taak daar precies zal zijn. Hopelijk verwart Hij me aan de hemelpoort met Zijn ouwe kop niet met Wolkers of Mullis.
Gerard Reve
Gerard Reve
donderdag, januari 25, 2007
woensdag, januari 24, 2007
Skrousk Kil
Binn’ t gjin kunden! Sjoch de swarte giet foarop,Dan Jan en Klaske; trije-oer is wat steech;
Dêr draaft de bûnte, ’t weake lân jout mei.
En ’t wetter spat, de âlde nei, omheech.
Wien’ hja ús folk gjin freonen? Simmertiids
Gong ieuwen-lang de finne lâns har paad;
En kaam de kjeld yn’t skrouske winterlân,
De bûnte rige waard nei’t hege hússtee laat.
Obe Postma
In frjemdling Een vreemdeling
Stel, wij zijn vreemdelingen die alleen maar gelukkig kunnen leven in hun vaderland en we willen, ongelukkig als we zijn door ons verblijf in den vreemde, aan die ellendige situatie een einde maken en terugkeren naar ons vaderland. Dan hebben we vervoermiddelen over land en zee nodig, die we moeten gebruiken om het vaderland waarvan we moeten genieten te bereiken. Maar als we plezier hebben in de toeristische attracties onderweg en in de reis zelf, gaan we ertoe over te genieten van wat we hadden moeten gebruiken. We willen onze reis niet vlot beëindigen, worden verstrikt in een verkeerd soort genietingen, en raken vervreemd van de geneugten van ons vaderland die ons gelukkig kunnen maken.
Zo is het ook in dit sterfelijk bestaan, waarin we ver van de Heer in den vreemde zijn. Als we terug willen keren naar het vaderland waar we gelukkig kunnen zijn, moeten we gebruik maken van deze wereld, niet ervan genieten.
Aurelius Augustinus (354 -430)
Dat veel christenen er moeite mee hebben om van het leven te genieten, wordt al duidelijk uit de woorden van deze kerkvader. Hij maakt een duidelijk verschil tussen gebruiken en genieten. Wij moeten ons leven op aarde slechts gebruiken om tot de Heer te komen, maar we mogen er niet van genieten. Doarmer voelt meer voor de Engelse uitspraak: happiness is found along the way, not at the end of the road.
Zo is het ook in dit sterfelijk bestaan, waarin we ver van de Heer in den vreemde zijn. Als we terug willen keren naar het vaderland waar we gelukkig kunnen zijn, moeten we gebruik maken van deze wereld, niet ervan genieten.
Aurelius Augustinus (354 -430)
Dat veel christenen er moeite mee hebben om van het leven te genieten, wordt al duidelijk uit de woorden van deze kerkvader. Hij maakt een duidelijk verschil tussen gebruiken en genieten. Wij moeten ons leven op aarde slechts gebruiken om tot de Heer te komen, maar we mogen er niet van genieten. Doarmer voelt meer voor de Engelse uitspraak: happiness is found along the way, not at the end of the road.
dinsdag, januari 23, 2007
De kleurwedstrijd

De grote kleurwedstrijd, uitgeschreven door de Nederlandse Bond van Christelijke Vishandelaren, is in volle gang. Overal in het land is men enthousiast bezig met de kleurplaat en Doarmer is erg benieuwd wie gaat winnen. Op bovenstaande foto’s ziet u één van de kanshebsters, de jongedame Joosje uit de stad A. Vol trots toont zij haar product en terecht!maandag, januari 22, 2007
Farske fisk Verse vis
Net wichtich Niet belangrijk
De maatschappij vind ik iets bijkomstigs, maar je kunt haar niet geheel negeren. Je moet haar, als het kan, gebruiken, dienstbaar maken aan je kunst, dan is ze tenminste nog ergens goed voor. Maar niet nodeloos sputteren en trappelen, dat is zonde van je energie en je tijd. Veel kunstenaars zetten zich schrap tegen ik weet niet wat allemaal, en ik snap zelden waarom. Ik vind iemand die uit principe geen boeken in een boekwinkel signeert, of geen lintje van de koningin aanneemt, eigenlijk veel ijdeler dan iemand die dat rustig wel doet. Geef aan de keizer wat des keizers is. En beweer desnoods dat je boeken goed zijn tegen slapeloosheid, nachtangst, waterzucht, krop en zinkingskoorts – als je maar jezelf niets wijsmaakt.
Gerard Reve.
Gerard Reve.
Skriuwe en de wierheid Schrijven en de waarheid
Ik zou nooit de moed hebben mij aan het schrijven van een boek te zetten, waarin ik zou meedelen, wat ik al heb gedacht. Ik schrijf juist omdat ik nog niet weet wat ik van een onderwerp dat mijn belangstelling trekt, moet denken. Terwijl ik schrijf, verandert het boek mij; het wijzigt wat ik denk; elk werk verlegt de denklimieten die ik met mijn vorige boek had bereikt….. Wanneer ik schrijf, doe ik dat vooral om mezelf te veranderen en om niet meer hetzelfde te denken als voorheen.
Het probleem van de waarheid van wat ik zeg, is voor mij heel moeilijk en ook centraal. In feite is het de vraag die ik tot op heden nog niet heb beantwoord.
In mijn opeenvolgende boeken gebruik ik methoden die deel uitmaken van het klassieke repertoire: bewijsvoering, gebruik van historische bronnen, het citeren van teksten, het verwijzen naar gezaghebbende commentaren, relaties tussen ideeën en feiten, het opstellen van verklarende schema’s, enzovoort. In dat alles steekt niets origineels. In dat opzicht kan al wat ik in mijn geschriften beweer, worden bevestigd of worden weerlegd, zoals voor elk ander historisch boek geldt. Desondanks zeggen mensen die mij lezen, ook die mijn werk appreciëren, vaak met een lachje:” In de grond weet je best dat de dingen die je zegt enkel fictie zijn!” Mijn antwoord luidt dan steevast: “ Wie heeft ooit gemeend iets anders dan fictie te maken?”.
Michel Foucault
Het probleem van de waarheid van wat ik zeg, is voor mij heel moeilijk en ook centraal. In feite is het de vraag die ik tot op heden nog niet heb beantwoord.
In mijn opeenvolgende boeken gebruik ik methoden die deel uitmaken van het klassieke repertoire: bewijsvoering, gebruik van historische bronnen, het citeren van teksten, het verwijzen naar gezaghebbende commentaren, relaties tussen ideeën en feiten, het opstellen van verklarende schema’s, enzovoort. In dat alles steekt niets origineels. In dat opzicht kan al wat ik in mijn geschriften beweer, worden bevestigd of worden weerlegd, zoals voor elk ander historisch boek geldt. Desondanks zeggen mensen die mij lezen, ook die mijn werk appreciëren, vaak met een lachje:” In de grond weet je best dat de dingen die je zegt enkel fictie zijn!” Mijn antwoord luidt dan steevast: “ Wie heeft ooit gemeend iets anders dan fictie te maken?”.
Michel Foucault
Foucault zegt, dat hij gevormd is door denkers als Nietzsche, Bataille en Blanchot. Dit is zeker in zijn opvatting over de "waarheid" terug te vinden.
zondag, januari 21, 2007
It ferrin fan in jierdei Het verloop van een verjaardag
De jidju van Doarmer is toch anders verlopen. Hij had gerekend op een rustige eenzame avond, wat tv kijken, een kopje thee met een gevulde koek, dat laatste natuurlijk vanwege de jidju, maar het liep heel anders. Ze waren er allemaal, Dr.Oetker, Peerke, de huisvrouw te H., D.,de pater s.j. en nog veel meer…….. Ze hadden ook van alles voor Doarmer meegenomen, een zelfmaakpakket voor kwarktaart, Belgisch bier, DVD’s, wijn, flamingo’s, bloemen en boeken, heel veel boeken. Dat laatste is Doarmer wel gewend, want als men hoort, dat hij visboer is krijgt men haast automatisch de neiging om hem ontwikkeling bij te brengen. Doarmer is in deze ook een dankbaar object, want ,omdat hij zo weinig weet, kan men hem veel leren. Hij wordt dan ook altijd gevraagd voor cursussen en studiedagen. De jidju duurde tot in de kleine uurtjes en eindigde pas toen de door de buren gealarmeerde politie verscheen. Nadat de vechtenden gescheiden en in busjes afgevoerd waren, bleef Doarmer weer alleen achter, maar nu omgeven door cadeautjes.zaterdag, januari 20, 2007
Jidju
Jidju, zo wordt het Friese woord jierdei uitgesproken. In het Nederlands vertaald betekent het jarig. Dit woord kent het Fries ook wel, maar als jongensnaam.Doarmer is dus vandaag jidju en het zal een zware dag worden. Hij is gewend aan een sober en eenzaam leven, waarbij de dagen gevuld worden met hard werken. Maar op zo'n jidju denkt Doarmer daar wel eens over na en hij is altijd blij, dat de dag weer voorbij is en hij weer aan het werk kan. Dan is de eenzaamheid ook beter te verdragen.
vrijdag, januari 19, 2007
Swije Zwijgen
Dit boek zal misschien alleen iemand begrijpen, die de gedachten welke erin uitgedrukt zijn – of soortgelijke gedachten – zelf al eens gedacht heeft. Het is dus geen leerboek. Het zou zijn doel hebben bereikt, als het iemand die het met begrip leest, genoegen deed.
Het boek behandelt de filosofische vraagstukken en toont - zoals ik denk – dat de probleemstelling van deze vraagstukken op misverstand inzake de logica van onze taal berust. De hele zin van het boek zou ongeveer in deze woorden kunnen worden uitgedrukt: Wat gezegd kan worden, kan duidelijk worden gezegd worden; en van dat waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen.
Ludwig Wittgenstein ( voorwoord van de Tractatus logico-philosophicus)
Vooral de laatste zin van dit citaat wordt vaak “verkeerd” uitgelegd. Wittgenstein zegt in het Duits „wovon man nicht reden kann, darüber muß man schweigen“ en niet „ soll man schweigen". Het Duits heeft twee werkwoorden voor „moeten“, sollen drukt een bevel uit en müssen geeft o.a. aan, dat iets onvermijdelijk is. Je hoeft dus je mond niet te houden, maar ook al spreek je, je zegt niets, je zwijgt in feite. Vooral preken verdampen compleet door deze uitspraak van Wittgenstein.
Het boek behandelt de filosofische vraagstukken en toont - zoals ik denk – dat de probleemstelling van deze vraagstukken op misverstand inzake de logica van onze taal berust. De hele zin van het boek zou ongeveer in deze woorden kunnen worden uitgedrukt: Wat gezegd kan worden, kan duidelijk worden gezegd worden; en van dat waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen.
Ludwig Wittgenstein ( voorwoord van de Tractatus logico-philosophicus)
Vooral de laatste zin van dit citaat wordt vaak “verkeerd” uitgelegd. Wittgenstein zegt in het Duits „wovon man nicht reden kann, darüber muß man schweigen“ en niet „ soll man schweigen". Het Duits heeft twee werkwoorden voor „moeten“, sollen drukt een bevel uit en müssen geeft o.a. aan, dat iets onvermijdelijk is. Je hoeft dus je mond niet te houden, maar ook al spreek je, je zegt niets, je zwijgt in feite. Vooral preken verdampen compleet door deze uitspraak van Wittgenstein.
Het verhaal van cowboy H.
Cowboy H. was een Henk, die in de stad A. leefde. Hij werd zo genoemd, omdat hij altijd , weer of geen weer, een grote cowboyhoed droeg. Als men hem vroeg, waarom hij dit deed, antwoordde hij steeds, omdat het zo stoer is, maar de werkelijke reden was, dat hij in deze hoed altijd zijn afvinkformulieren bewaarde en omdat je nooit weet, wanneer er afgevinkt moet worden, was dit wel een heel praktische oplossing.
Nu stak er in de stad A. zo’n 20 jaar geleden een vreselijke storm op. Zo erg, dat niemand nog de straat op durfde, iedereen bleef thuis en ook de onderw.instellingen bleven leeg. De mensen zaten angstig in hun kelders, maar niet cowboy H. , op zijn fiets ging hij naar het werk, de grote hoed op. Dit is hem noodlottig geworden, de storm tilde hem als het ware bij de randen van zijn hoed op en cowboy H. is voorgoed verdwenen, dacht men, want toen er een half jaar later weer een zware storm was, zag men door de straten van de stad A. een eenzame figuur met cowboyhoed tegen de wind in lopen, jawel cowboy H. De inwoners van de stad zijn er inmiddels aan gewend, steeds als het stormt , “verschijnt”cowboy H. Wat leert dit verhaal ons? Aangezien zijn ziel blijkbaar geen rust heeft kunnen vinden, bewijst dit dat onderw.mensen , hoe gek het ook klinkt, toch een ziel hebben.
Nu stak er in de stad A. zo’n 20 jaar geleden een vreselijke storm op. Zo erg, dat niemand nog de straat op durfde, iedereen bleef thuis en ook de onderw.instellingen bleven leeg. De mensen zaten angstig in hun kelders, maar niet cowboy H. , op zijn fiets ging hij naar het werk, de grote hoed op. Dit is hem noodlottig geworden, de storm tilde hem als het ware bij de randen van zijn hoed op en cowboy H. is voorgoed verdwenen, dacht men, want toen er een half jaar later weer een zware storm was, zag men door de straten van de stad A. een eenzame figuur met cowboyhoed tegen de wind in lopen, jawel cowboy H. De inwoners van de stad zijn er inmiddels aan gewend, steeds als het stormt , “verschijnt”cowboy H. Wat leert dit verhaal ons? Aangezien zijn ziel blijkbaar geen rust heeft kunnen vinden, bewijst dit dat onderw.mensen , hoe gek het ook klinkt, toch een ziel hebben.
Abonneren op:
Posts (Atom)



