Klimt
vrijdag, november 17, 2006
donderdag, november 16, 2006
In oar petear Een ander gesprek
woensdag, november 15, 2006
Een gesprek In petear
dinsdag, november 14, 2006
De herfst, de kalkoenen, de engelen en de wolf
Toornige vreugde doet mij rechtop gaan
dwars door de herfstige plantsoenen
waar in het nat verwilderd gras
rillend naast de zwarte plas
een troep verregende kalkoenen
verworpen, onheilspellend staat.
De wind schuift in de glazen wolken
lichtende wakken hemel open
en wervelt glinsterende kolken
omhoog uit gele bladerhopen.
Als gevallen englen hokken
door geen zon meer te verzoenen
in een somber dreigend mokken
daar mijn broeders de kalkoenen.
Maria Vasalis
Gesneeuwd heeft het
in deze vlakste aller vlakten
Een wolf voelt zich
geroepen tot bewegen
en zet zich dan ook
werkelijk in beweging
Een goede wolf draaft links
de dageraad tegemoet
Kwade wolven ook.
Erik Spinoy
dwars door de herfstige plantsoenen
waar in het nat verwilderd gras
rillend naast de zwarte plas
een troep verregende kalkoenen
verworpen, onheilspellend staat.
De wind schuift in de glazen wolken
lichtende wakken hemel open
en wervelt glinsterende kolken
omhoog uit gele bladerhopen.
Als gevallen englen hokken
door geen zon meer te verzoenen
in een somber dreigend mokken
daar mijn broeders de kalkoenen.
Maria Vasalis
Gesneeuwd heeft het
in deze vlakste aller vlakten
Een wolf voelt zich
geroepen tot bewegen
en zet zich dan ook
werkelijk in beweging
Een goede wolf draaft links
de dageraad tegemoet
Kwade wolven ook.
Erik Spinoy
De OOA
Een OOA in opleiding tijdens snuffelstageSoms hoor je verhalen, waarvan je denkt, dat kan gewoon niet waar zijn. De ervaring heeft Doarmer echter geleerd, dat de werkelijkheid meestal nog gekker is. Zo hoorde hij vandaag, dat er ergens in Nederland een onderw. instelling is, die een OOA in dienst heeft genomen, een onderw. ondersteunende aap. Ja, het is niet eens meer nodig, dat men in het onderw. de competentie “rechtop lopen” heeft. De primaat schijnt redelijk te functioneren en het management heeft dan ook plannen om het niet bij deze éne aap te laten, hoewel het volgens de directeur wel nodig is, “ dat er een stevig stukje scholing op gezet wordt”. Een sterk punt van de aap is volgens hem de non-verbale benadering van de leerling, dit in tegenstelling tot de menselijke docent, die de neiging heeft de leerling met woorden te bestoken en hiermee het zelfstandig leren in de weg staat. Ook in de docentenkamer heeft de OOA zijn plaatsje inmiddels gevonden, meestal zit hij op een speciaal voor hem aangebrachte tak, vlakbij de telefoon. In het begin werd hij door de collega’s genegeerd, echter alleen maar omdat ze dachten , dat hij een nieuw lid van het management was. Zo zie je weer, je moet niet altijd op het uiterlijk afgaan!
De herfst en het masker
Hy rint yn de hjerstwyn,
in momkape lutsen oer syn oantlit,
ferwaaid troch in wyn twirrelje
syn tinzen tusken de blêden,
dy’t stil en net mear grien en beamferbûn
om 'e nocht wachtsje op in nije simmer.
in momkape lutsen oer syn oantlit,
ferwaaid troch in wyn twirrelje
syn tinzen tusken de blêden,
dy’t stil en net mear grien en beamferbûn
om 'e nocht wachtsje op in nije simmer.
zondag, november 12, 2006
1973
Op de foto een Elzasser, een Italiaan, een Deen en een Fries. Deze vier jongemannen studeerden een tijd lang aan de universiteit van Stuttgart, te vergelijken wat het niveau betreft met die van Harderwijk. De stad Stuttgart ligt in een diepte met rondom "bergen". De jongemannen woonden in een buitenwijk bovenop zo'n berg en elke morgen daalden zij met de tram af naar het centrum om daar college's te volgen. Vooral als het de avond ervoor heel gezellig was geweest, werd die tocht met de piepende tram een soort afdaling in de hel. Doarmer ziet nog de bleek-groene gezichten voor zich, maar je moet er wat voor over hebben, als je kennis wilt vergaren! Op de foto is te zien, dat Doarmer een roker was. Kijk goed naar de rechter hand!Kompensaasje
O, mijn ziel, haak niet naar het onsterfelijke leven,
maar haal alles uit de akker der mogelijkheden
Pindarus
maar haal alles uit de akker der mogelijkheden
Pindarus
Wie kan zeggen: ik heb acht volmaakte dagen gehad? Mijn geheugen zegt me dat en ik weet dat het niet liegt. Ja, dat beeld is volmaakt zoals die lange dagen volmaakt waren. Die vreugden waren alle lichamelijk en ze hadden alle de instemming van de geest. Dat is de volmaaktheid, de tevredenheid met het eigen lot, de erkentelijkheid en het respect van de mens.
De troost van deze wereld is dat er geen onafgebroken lijden bestaat. Een pijn verdwijnt en een vreugde herleeft. Alle houden ze elkaar in evenwicht. Dit is een wereld van compensatie.
Albert Camus
De troost van deze wereld is dat er geen onafgebroken lijden bestaat. Een pijn verdwijnt en een vreugde herleeft. Alle houden ze elkaar in evenwicht. Dit is een wereld van compensatie.
Albert Camus
zaterdag, november 11, 2006
Waarnemingen
We nemen bijvoorbeeld aan, dat de meubels van onze kamer blijven bestaan, wanneer wij ze niet zien. Het gewone denken meent, dat datgene, wat voortbestaat, datgene is, wat we zien, wanneer we kijken, maar de natuurkunde zegt, dat wat voortbestaat, de uitwendige oorzaak is van wat we zien, d.w.z. een uitgebreide verzameling van atomen welke voortdurend quantumtransformaties ondergaan. In de loop van deze transformaties stralen zij energie uit, welke, wanneer zij in aanraking komt een menselijk lichaam, verschillende uitwerkingen heeft, waarvan sommige “waarnemingen” worden genoemd.
Bertrand Russell
De nieuwe droom
In nije dream komt de doarmer oer ‘t mêd
gearstald út in wurdsje, in eachopslach , in swijen
plôke op in reinige sneon yn ‘t twiljocht,
op samar in plak yn in ûnfoarsisbere wrâld,
mei dreamen besiedde foar wa’t sjen kin.
gearstald út in wurdsje, in eachopslach , in swijen
plôke op in reinige sneon yn ‘t twiljocht,
op samar in plak yn in ûnfoarsisbere wrâld,
mei dreamen besiedde foar wa’t sjen kin.
vrijdag, november 10, 2006
Ien jier boartersplak


Het feest is begonnen en zal waarschijnlijk nog tot in de kleine uurtjes duren. Hier al vast een paar indrukken. Al uren voor de aanvang stond de arme bevolking van de stad A. buiten in de kou te wachten op de genodigden om maar een glimp op te vangen en niet tevergeefs! Wat een pracht toen ze kwamen voorrijden in hun limousines . Bijna iedereen is gekomen, niet alleen professor Olmenbos en Priscilla , maar ook de pastoor te H. en zelfs de H. vader. En natuurlijk de huisvrouw, Peerke, Dr. Oetker , te veel om op te noemen. Sommige toeschouwers beweren zelfs Hem gezien te hebben! En ondanks het feit, dat ze nog herstellende is van een zware ziekte, is ook I., die zich tegenwoordig D. laat noemen, verschenen. Toen deze fragiele schoonheid uitstapte, was het even doodstil in de menigte.Terwijl de genodigden tussen een haag van zich vergapende toeschouwers doorliepen, wierpen zij muntgeld naar het volk, hetgeen aanleiding gaf tot enige consternatie. Nadat de deuren van het feestgebouw zich weer sloten en het feest begon, bleef het volk nog urenlang buiten rondhangen in het besef, dat daarbinnen iets gebeurde dat de moeite waard was, maar helaas voor hen onbereikbaar.
donderdag, november 09, 2006
Nieuwtjes Nijs
Morgen is de grote dag. It boartersplak bestaat een jaar. De belangstelling voor het gemaskerde slotfeest is overweldigend. Waarschijnlijk zal er uitgeweken moeten worden naar een grotere locatie. Helaas is het niet altijd feest. Er gebeuren ook droevige dingen. Zo is I., die zich tegenwoordig D. laat noemen, ziek. Waarschijnlijk is de oorzaak het feit, dat haar emailprogramma niet goed werkt. Gevoelig als ze is, trekt ze zich die dingen erg aan. Doarmer hoopt, dat de fruitmand haar goed zal doen.
woensdag, november 08, 2006
It famkesboek Het meisjesboek
maandag, november 06, 2006
Noaskje Snuffelen
Twintig willekeurige Amsterdammers in een spoorwegcoupe blijven twintig individuen, tot ze gaan spreken. In hun accent, hun thematiek en hun onprovinciale beeldspraak herkennen ze elkaar. Door hun jargon overbruggen ze de afstand die er in eerste instantie was. Honden doen dat snuffelend, mensen verbaal. Zo kan men zich ook op de meest definitieve wijze afscheiden van een groep door te zwijgen of, omgekeerd, door doodgezwegen te worden. Vanuit die gezichtshoek is zwijgen, evenals verzwijgen een negatieve handeling. Waar de groep kan en mag spreken, is zwijgen de negatie van verbondenheid…….. Wij spreken niet, we worden gesproken heeft Heidegger gezegd, hetgeen niets minder betekent dan dat wij niet de taal maken maar dat de taal ons maakt tot wat we zijn. Met de nodige variaties kunnen wij een dergelijke visie evenzeer terugvinden bij Descartes en bij Kant….. Juist die taal, het universele muntstelsel waarmee wij elkaar betalen, bepaalt waar de grenzen van ideeën, concepten en gewoontes liggen, omdat die taal het enige concrete is te midden van zoveel vormen van abstractie….. Pas als moment van taal wordt de notie uitgetild boven de strikt individuele ervaring, wordt ze bezit van de groep en wordt ze kenmerkend voor die groep.
F.Droste
F.Droste
Jubileum
Professor Olmenbos op weg naar de lezing
Het is een bijzondere week, want aanstaande vrijdag 10 november bestaat het boartersplak precies één jaar. Gedurende de hele week zijn er activiteiten om bij dit feit stil te staan. Zo heeft de u wel bekende professor Olmenbos , ja hij is er nog steeds, een lezing gegeven met als onderwerp “ De invloed van moderne meisjesboeken op het boartersplak “. In deze lezing vergeleek hij de taal uit bijv. “Het verwende nest “ met die uit het boartersplak. Verder zal de pastoor te H. in de Grote Kerk een mis opdragen speciaal voor de webloglezers. Het geld ,dat tijdens deze mis wordt ingezameld, gaat uiteraard naar een goed doel, in dit geval wordt hiermee hooi aangekocht voor de uit zee geredde paarden. Vrijdag vindt dan het grote slotfeest plaats. De webloglezers zijn hiervoor uitgenodigd. Om de anonimiteit te handhaven is het de bedoeling dat men gemaskerd verschijnt.
zondag, november 05, 2006
Unsinnich
Wanneer ik op een heldere avond naar de sterren kijk, oefent elke ster, die ik zie, invloed op mij uit, en op het oog eerder dan op de geest. Daaruit volgt, dat er in de oppervlakte van het oog iets gebeurt, dat causaal samenhangt met iedere zichtbare ster. Hetzelfde geldt voor de gewone objecten, die we overdag zien. Op dit ogenblik zie ik witte bladzijden, met schrift bedekt; een paar boeken, een ovale tafel, talloze schoorstenen, groene bomen, wolken en een blauwe hemel. Ik kan deze dingen zien, omdat een keten van fysische oorzaken en gevolgen loopt van hen naar mijn ogen en vandaar naar mijn hersens. Daaruit volgt, dat wat er omgaat in de oppervlakte van mijn oog even gecompliceerd is als het geheel, dat ik kan zien. Deze gecompliceerdheid moet van fysische aard zijn, en niet uitsluitend van fysiologische of psychologische; de gezichtszenuw kan slechts zo gecompliceerd reageren, dank zij even gecompliceerde prikkels. Wij moeten aannemen, dat overal, waar het licht van een bepaalde ster doordringt, iets gebeurt, dat met die ster samenhangt……. Deze dingen worden slechts “ervaren” op plaatsen, waar een registrerend zenuwstelsel aanwezig is, maar dat zij ook elders gebeuren, kan worden aangetoond door fototoestellen.
Bertrand Russell
Een citaat uit een hoofdstuk, waarin hij spreekt over het individuatiebeginsel, wat bedoelen wij met iets op zichzelf staands? Welke objecten hebben recht op een eigennaam? Waarom delen wij de wereld in, zoals wij hem indelen? Stel ik tel verschillende voorwerpen, hoe komt het dat ik bijvoorbeeld twee verschillende voorwerpen tel en niet drie? Dit lijkt een onzinnige vraag, maar toch. Een opvatting zegt, wanneer A en B verschillen in tijdruimtelijke positie, dan zijn A en B twee. Ook bij Schopenhauer speelt dit principium individuationis . Voor hem is dit in feite de schijn, als je de sluier wegtrekt , blijft er geen verschil over. Alles is één.
Bertrand Russell
Een citaat uit een hoofdstuk, waarin hij spreekt over het individuatiebeginsel, wat bedoelen wij met iets op zichzelf staands? Welke objecten hebben recht op een eigennaam? Waarom delen wij de wereld in, zoals wij hem indelen? Stel ik tel verschillende voorwerpen, hoe komt het dat ik bijvoorbeeld twee verschillende voorwerpen tel en niet drie? Dit lijkt een onzinnige vraag, maar toch. Een opvatting zegt, wanneer A en B verschillen in tijdruimtelijke positie, dan zijn A en B twee. Ook bij Schopenhauer speelt dit principium individuationis . Voor hem is dit in feite de schijn, als je de sluier wegtrekt , blijft er geen verschil over. Alles is één.
zaterdag, november 04, 2006
It patsje
In blom op himsels
Het idealisme bestaat in de opvatting dat er geen andere wezens zijn dan denkende en dat de andere dingen die we in de aanschouwing menen waar te nemen slechts voorstellingen in de denkende wezens zijn, waarmee in werkelijkheid geen voorwerp buiten hen correspondeert. Ik beweer daarentegen dat ons dingen zijn gegeven als buiten ons bestaande voorwerpen van onze zintuigen. Alleen, we weten niets van dat wat ze op zich mogen zijn. Wij kennen alleen hun verschijningen, dat wil zeggen, de voorstellingen die ze in ons teweegbrengen doordat ze onze zintuigen aandoen.Ik geef dus wel degelijk toe dat er buiten ons lichamen zijn, dat wil zeggen, dingen die we, ook al zijn ze ons volledig onbekend als het gaat om dat wat ze op zich mogen zijn, niettemin kennen door de voorstellingen die hun invloed op onze zintuiglijkheid ons verschaft. We noemen deze dingen lichaam; een woord dat dus niet alleen de verschijning aanduidt van dit ons onbekende, maar desalniettemin werkelijk voorwerp. Kan dit idealisme genoemd worden? Het is eerder precies het tegenovergestelde hiervan.
Immanuel Kant: De kritiek van de zuivere theoretische rede
Kant beweert hier, dat de dingen die wij waarnemen ook echt bestaan en niet alleen een product van “onze geest, ons denken “ zijn. Dit laatste zegt eigenlijk een Berkeley. Kant noemt dit dogmatisch idealisme. Hij voegt er echter wel aan toe, dat wij de dingen die wij waarnemen, nooit “ op zich" ( dt. an sich) kunnen kennen, alleen zoals ze aan onze zintuigen verschijnen (dt. Erscheinungen). Dit doet sterk denken aan de grot van Plato.
Doarmer blijft echter met het probleem zitten, dat als hij de wereld waarneemt, hij toch sterk het gevoel heeft, dat hij de wereld indeelt, namen geeft. Hij zegt, dat is een roos en dat is een tulp, hij had ook kunnen zeggen, dat zijn bloemen of een heel ander wezen had kunnen zeggen, dat is koolstof, zuurstof en nog wat elementen. Vandaar dat hij de opvatting van Berkely heel sympathiek vindt. Wat is het verschil tussen de tulp als Erscheinung en de tulp an sich ?
Immanuel Kant: De kritiek van de zuivere theoretische rede
Kant beweert hier, dat de dingen die wij waarnemen ook echt bestaan en niet alleen een product van “onze geest, ons denken “ zijn. Dit laatste zegt eigenlijk een Berkeley. Kant noemt dit dogmatisch idealisme. Hij voegt er echter wel aan toe, dat wij de dingen die wij waarnemen, nooit “ op zich" ( dt. an sich) kunnen kennen, alleen zoals ze aan onze zintuigen verschijnen (dt. Erscheinungen). Dit doet sterk denken aan de grot van Plato.
Doarmer blijft echter met het probleem zitten, dat als hij de wereld waarneemt, hij toch sterk het gevoel heeft, dat hij de wereld indeelt, namen geeft. Hij zegt, dat is een roos en dat is een tulp, hij had ook kunnen zeggen, dat zijn bloemen of een heel ander wezen had kunnen zeggen, dat is koolstof, zuurstof en nog wat elementen. Vandaar dat hij de opvatting van Berkely heel sympathiek vindt. Wat is het verschil tussen de tulp als Erscheinung en de tulp an sich ?
vrijdag, november 03, 2006
Fisk Vis
Uit het dagblad T. :
'Over 50 jaar bijna geen vis meer'
WASHINGTON (ANP) - Als de overbevissing en vernietiging van het zeeleven in het huidige tempo doorgaat, zal er medio deze eeuw bijna niets meer te vissen zijn. Dat staat in een groot internationaal wetenschappelijk onderzoek waarvan de resultaten donderdag zijn gepubliceerd in het blad Science.
'Over 50 jaar bijna geen vis meer'
WASHINGTON (ANP) - Als de overbevissing en vernietiging van het zeeleven in het huidige tempo doorgaat, zal er medio deze eeuw bijna niets meer te vissen zijn. Dat staat in een groot internationaal wetenschappelijk onderzoek waarvan de resultaten donderdag zijn gepubliceerd in het blad Science.
Doarmer las vandaag het bovenstaande schokkende nieuws in de krant. Hij dacht altijd, dat hij als visboer een eenvoudig, maar zeker bestaan zou hebben, maar opnieuw wordt duidelijk, dat er in dit leven werkelijk geen enkele zekerheid bestaat. De enige troost is, dat Doarmer zelf over 50 jaar waarschijnlijk ook uitgestorven is.
Weikrûpertsje boartsje Verstoppertje spelen
Andersom was een smet, een enkele misstap of verspreking genoeg om alle gunsten te verspelen die in het afgelopen jaar waren verworven. Dit is de reden waarom er in Venetië maskers worden gedragen. Daar is niets speels of feestelijks aan, zoals buitenstaanders denken. Alleen door zich te verbergen kan men hier nog ontsnappen aan de verstikkende controle en zelf kiezen aan wie men zich wel kenbaar maakt en aan wie niet....... Alleen door glashard vol te houden dat hij niet is voor wie men hem aanziet en dat men achter het masker de verkeerde vermoedt, kan hij de schande afwentelen en het ergste voorkomen.Er wordt mij wel vaker verweten dat ik mezelf achter mijn voile verstop, maar het tegendeel is waar. Ik verstop de wereld. Ik heb een sluier voor haar neergelaten. Door die waas van kant en zijde oogt zij zoveel zachter.
Japin: Een schitterend gebrek
Lústerje Fluisteren
Waar stil toen
de abrikozeboom stond,
sta ik nu stil.
Tussen de gladiolen
weet ik de plek waar
zij toen stond: zij
wierp mij de abrikoos
toe – toen. Nu,
terwijl herinnering met zich
doet wat zij wil, beginnen
wij opnieuw met bijten,
haast tegelijk, tussen
de maïsplanten: zij in haar
abrikoos, ik in mijn abrikoos;
terwijl de kleine vossen nog door
de wijngaard sluipen, en de zee,
fluisterend: bij mij is ze niet;
nee, hier vind je het niet;
in mij is zij niet.
Hans Faverey
de abrikozeboom stond,
sta ik nu stil.
Tussen de gladiolen
weet ik de plek waar
zij toen stond: zij
wierp mij de abrikoos
toe – toen. Nu,
terwijl herinnering met zich
doet wat zij wil, beginnen
wij opnieuw met bijten,
haast tegelijk, tussen
de maïsplanten: zij in haar
abrikoos, ik in mijn abrikoos;
terwijl de kleine vossen nog door
de wijngaard sluipen, en de zee,
fluisterend: bij mij is ze niet;
nee, hier vind je het niet;
in mij is zij niet.
Hans Faverey
donderdag, november 02, 2006
Koe meer
woensdag, november 01, 2006
Van broeken en koningen
Ik heb lang met een van hen gepraat. Maar ik had een slechte tolk, die zo dom was dat hij mijn gedachten niet begreep, zodat ik geen plezier beleefde aan dit gesprek. Toen ik mijn bezoeker vroeg welk voordeel hij had van de hoge positie onder de zijnen (want hij was een leider en onze matrozen noemden hem koning) , antwoordde hij: het voordeel voorop te lopen tijdens een oorlog. Toen ik hem vroeg hoeveel mannen hem volgden, wees hij me een terrein, om aan te geven dat het er zo veel waren als er op dat terrein konden staan: dat zullen er vier - of vijfduizend geweest zijn. Ik vroeg hem of met de oorlog ook zijn gezag ten einde was. Hij zei dat het in zoverre bleef dat, als hij de dorpen bezocht die van hem afhankelijk waren, er paden voor hem werden vrijgemaakt in het struikgewas van hun bossen, zodat hij er gemakkelijk doorheen kon.
Dat is allemaal zo slecht nog niet, maar, het is waar, ze dragen geen broeken.
Montaigne (1533-1592) beschrijft hier een gesprek, dat hij voerde met een indiaan , die speciaal uit het pas ontdekte Amerika naar Europa was gehaald omdat de Franse koning graag een inboorling wilde ontmoeten.Vooral in de 17de en 18de eeuw heerste bij bepaalde filosofen de opvatting, dat de mens in zijn natuurlijke staat goed was, er ontstond het beeld van “ de edele wilde”, vooral indianen leken hiervoor zeer geschikt en ze werden inderdaad soms ook aan Europese hoven geïntroduceerd en koningen “herkenden” dan in een of ander opperhoofd een natuurlijke soortgenoot. Eigenlijk is de edele wilde nooit uitgestorven en het verschijnsel duikt steeds weer op. Doarmer heeft wel eens mensen ontmoet, die zo over Friezen spraken, primitief, maar recht door zee enz. Nu is Doarmer helemaal niet snel op zijn teentjes getrapt, maar als hij dergelijke beschuldigingen hoort dan gaat hij meteen in de verdediging, want voordat je het weet word je op schaatsen en met een kievitsei in je broekzak als curiositeit ten paleize ontvangen.
Dat is allemaal zo slecht nog niet, maar, het is waar, ze dragen geen broeken.
Montaigne (1533-1592) beschrijft hier een gesprek, dat hij voerde met een indiaan , die speciaal uit het pas ontdekte Amerika naar Europa was gehaald omdat de Franse koning graag een inboorling wilde ontmoeten.Vooral in de 17de en 18de eeuw heerste bij bepaalde filosofen de opvatting, dat de mens in zijn natuurlijke staat goed was, er ontstond het beeld van “ de edele wilde”, vooral indianen leken hiervoor zeer geschikt en ze werden inderdaad soms ook aan Europese hoven geïntroduceerd en koningen “herkenden” dan in een of ander opperhoofd een natuurlijke soortgenoot. Eigenlijk is de edele wilde nooit uitgestorven en het verschijnsel duikt steeds weer op. Doarmer heeft wel eens mensen ontmoet, die zo over Friezen spraken, primitief, maar recht door zee enz. Nu is Doarmer helemaal niet snel op zijn teentjes getrapt, maar als hij dergelijke beschuldigingen hoort dan gaat hij meteen in de verdediging, want voordat je het weet word je op schaatsen en met een kievitsei in je broekzak als curiositeit ten paleize ontvangen.
Even wennen
Dat was wel even wennen. De leesclub “Het betere boek” ging voor het eerst samen met die andere leesclub twee boeken bespreken. Al vanaf het begin waren de verschillen duidelijk, terwijl bij "Het betere boek" eindeloos wordt nagedacht over zaken als “welke kleding dragen we en wat en waar eten we en hoe stemmen we dit op elkaar af?” staat bij die andere leesclub het boek centraal. Nu wilden we niet meteen op de eerste bijeenkomst daar een punt van maken, maar het zal in de toekomst beslist aan de orde komen. I. , die zich tegenwoordig D. laat noemen , weerde zich kranig in de nieuwe omgeving. Helemaal in het zwart gekleed, plaatste ze de ene spitsvondige opmerking na de andere en Doarmer dacht, het enige, wat nog ontbreekt is een nonchalant sigaretje in haar mondhoek. Ook de leden van die andere club vielen niet tegen, zeker niet als je weet, dat ze allemaal in het onderw. werken of er gewerkt hebben, alleen aan het eind, toen over het boek voor de volgende bijeenkomst werd gesproken en de prijs en een eventuele korting genoemd werden, kwam die schimmige onderw. wereld met zijn plastic koffiebekertjes, verkeerde truien en minisalarisjes toch weer even aan de oppervlakte. Over het geheel beschouwd echter viel het niet tegen. It koe minder zoals de Friezen zeggen, als ze iemand een groot compliment willen geven.
maandag, oktober 30, 2006
Dreamen weidzje
Hastou ‘t lân fen jonge langstme
‘t Hege lok op ierde foun?
Fier haw ik myn dreamen weide
En de himel iepen sjoen.
Mar dou wierst in ienlik swalker
En de ljeafde koestou net.
Ljochte ierde wie myn ljeafde
Mei hjar hertslach gong myn hert.
Lyts en earmtlik wie dyn libben
En dyn krêft wol ier forgien.
Mar op sêftste amme triljend
Haw ik Skiente’ lûd forstien.
Astou weitsjochst, scill’net bliuwe
Treastlik, ljeaven fen dyn bloed.
As dit eigen libben bloeide
Nei syn aerd, den is it goed.
Obe Postma
‘t Hege lok op ierde foun?
Fier haw ik myn dreamen weide
En de himel iepen sjoen.
Mar dou wierst in ienlik swalker
En de ljeafde koestou net.
Ljochte ierde wie myn ljeafde
Mei hjar hertslach gong myn hert.
Lyts en earmtlik wie dyn libben
En dyn krêft wol ier forgien.
Mar op sêftste amme triljend
Haw ik Skiente’ lûd forstien.
Astou weitsjochst, scill’net bliuwe
Treastlik, ljeaven fen dyn bloed.
As dit eigen libben bloeide
Nei syn aerd, den is it goed.
Obe Postma
zondag, oktober 29, 2006
In tsjoenster Een tovenares
W.Barker : Circe (ca.1890)Circe was een tovenares, die op een eiland leefde en de merkwaardige gewoonte had om mannen in zwijnen te veranderen. De zeelieden van Odysseus kregen hiermee te maken, maar gelukkig kon deze schrandere zwerver hen redden. Nu wordt volgens bepaalde kringen de toverkunst van deze Circe schromelijk overschat, omdat zij van mening zijn, dat de meeste mannen toch al zwijnen zijn.
zaterdag, oktober 28, 2006
Draken
Wij zijn echter geen gevangenen. Om ons heen zijn geen vallen en strikken geplaatst, en niets zou ons hoeven beangstigen of kwellen. Wij zijn in het leven gezet , als het element waarin wij het beste passen, en wij zijn bovendien door een aanpassing van duizenden jaren zo sterk op dit leven gaan lijken dat wij, als we ons rustig houden, door een gelukkige mimicry nauwelijks te onderscheiden zijn van alles wat ons omgeeft. Wij hebben geen reden tot argwaan jegens onze wereld, want zij is niet tegen ons. Heeft zij verschrikkingen, dan zijn het onze verschrikkingen; heeft zij afgronden, dan behoren die afgronden ons toe; zijn er gevaren, dan moeten wij proberen ze lief te hebben…….. Hoe zouden wij die oude mythen kunnen vergeten die aan de wieg van alle volkeren staan – de mythen over draken die op het allerlaatste ogenblik in een prinses veranderen; misschien zijn alle draken uit ons leven wel prinsessen die er alleen maar op wachten ons eens mooi en moedig te zien. Misschien is al het verschrikkelijke in diepste wezen wel het hulpeloze dat ons om hulp vraagt.Rainer Maria Rilke
vrijdag, oktober 27, 2006
It goede njonken it bettere
Het karakter van de innerlijke stem is “luciferisch” in de wezenlijkste en ondubbelzinnigste betekenis van het woord, en daarom plaatst ze de mens voor de uiterste morele beslissingen. Zonder deze wordt hij nu eenmaal nooit bewust, of een persoonlijkheid. Op ondoorgrondelijke wijze is vaak het laagste en hoogste, het beste en gemeenste , waarste en leugenachtigste vermengd in de stem van het innerlijk – ze splijt een afgrond van verwarring, misleiding en vertwijfeling open.
Het is natuurlijk belachelijk om de stem van de alom-goede en alom-verwoestende natuur aan te klagen wegens slechtheid. Wanneer ze ons voornamelijk slecht toelijkt, dan berust dat in wezen op de oude waarheid dat het goede altijd de vijand van het betere is . Wij zouden immers dwaas zijn, wanneer we ons niet aan het traditioneel goede hielden, zolang dat maar mogelijk is. Maar zoals Faust zegt:
Wanneer wij ‘t goede dezer aard erlangen,
Dan heet het beetre schijn en waan
Iets goeds is helaas niet eeuwig goed, want anders zou er niets beters bestaan. Zodra het betere komt, moet het goede wijken. Daarom zegt immers Meester Eckhardt:
“God is niet goed, want anders zou hij beter kunnen zijn”.
Het is natuurlijk belachelijk om de stem van de alom-goede en alom-verwoestende natuur aan te klagen wegens slechtheid. Wanneer ze ons voornamelijk slecht toelijkt, dan berust dat in wezen op de oude waarheid dat het goede altijd de vijand van het betere is . Wij zouden immers dwaas zijn, wanneer we ons niet aan het traditioneel goede hielden, zolang dat maar mogelijk is. Maar zoals Faust zegt:
Wanneer wij ‘t goede dezer aard erlangen,
Dan heet het beetre schijn en waan
Iets goeds is helaas niet eeuwig goed, want anders zou er niets beters bestaan. Zodra het betere komt, moet het goede wijken. Daarom zegt immers Meester Eckhardt:
“God is niet goed, want anders zou hij beter kunnen zijn”.
Carl Gustav Jung (1875 - 1961)
donderdag, oktober 26, 2006
Bern fan tafal en fertriet
Er is een oude sage die zegt dat koning Midas lange tijd in het bos jacht maakte op de wijze Silenus, de metgezel van Dionysus, zonder hem te pakken te krijgen. Als hij hem ten slotte toch in handen valt, vraagt de koning wat het allerbeste en allervoortreffelijkste is voor de mens. De demon hult zich in een koppig en onverstoorbaar stilzwijgen totdat hij, door de koning gedwongen, ten slotte in lachen uitbarst en de volgende woorden spreekt: “ Jullie, beklagenswaardig eendagsgeslacht, kinderen van toeval en kommer, waarom dwing je me te zeggen wat je veel beter niet kunt horen? Het allerbeste is voor jou totaal onbereikbaar, namelijk niet geboren te zijn, niet te zijn, niets te zijn. Het op één na beste echter is – zo spoedig mogelijk te sterven.” Op dezelfde manier , zo meen ik, voelt de Griekse cultuurmens zich in het aangezicht van het saterkoor opgeheven: en het meest directe gevolg van de Dionysische tragedie is dat de staat en de maatschappij, en trouwens elke kloof tussen mens en mens, moeten wijken voor een oppermachtig eenheidsgevoel dat ons terugleidt naar de boezem van de natuur. De metafysische troost – waarmee, zoals ik hier al aangaf, elke waarachtige tragedie ons naar huis stuurt – dat het leven in de grond van de zaak ondanks alle wisselvalligheid van de verschijnselen onverwoestbaar machtig en vol lust is, deze troost openbaart zich in tastbare duidelijkheid als saterkoor, als koor van natuurwezens die in zekere zin achter het decor van de beschaving onuitroeibaar voortleven en ondanks alle wisseling van generaties en de grillige geschiedenis der volkeren eeuwig dezelfde blijven.
Friedrich Nietzsche: Die Geburt der Tragödie
Friedrich Nietzsche: Die Geburt der Tragödie
woensdag, oktober 25, 2006
Sukade en pistaches
“Ik weet ook,” zei Candide, “dat wij onze tuin moeten bebouwen.”
“Gij hebt gelijk,” zei Pangloss, “want toen de mens in de Hof van Eden werd geplaatst, gebeurde dat ut operaretur eum, opdat hij hem zou bewerken; hetgeen bewijst, dat de mens niet geschapen is om te rusten.”
“ Laten wij werken, zonder te redeneren, “ zei Martijn, “ dat is het enige middel om het leven draaglijker te maken.”
Geheel het troepje verklaarde zich eens met dit voorstel en elkeen begon zich naar zijn aanleg te bekwamen. Het stukje grond bracht heel wat op. Cunegonda was wel lelijk, maar ze werd een voortreffelijk banketbakster; Paquette borduurde, de oude droeg zorg voor het linnengoed. Ja zelfs broeder Giroflee maakte zich verdienstelijk; hij werd een behendig timmerman en zelfs een fatsoenlijk mens, en Pangloss zei soms tot Candide: “ Alle gebeurtenissen zijn aaneengeschakeld in deze best denkbare aller werelden, want, nietwaar? Als gij niet uit een schoon kasteel waart weggejaagd met een paar flinke schoppen tegen uw zitvlak, omdat gij mejuffrouw Cunegonda bemindet; indien gij niet met die inquisitie had kennisgemaakt, en Amerika te voet had doorkruist; indien gij de baron niet een stevige degenstoot had toegediend en al uw schapen van het goede Eldorado-land verloren had, zou u thans niet hier gekonfijte sukade en pistaches eten.”
“Dat heeft u voortreffelijk gezegd,” antwoordde Candide, “maar laten wij onze tuin bewerken.”
Voltaire : Candide
In dit werk wordt de opvatting van de filosoof Leibniz, dat wij in de bestmogelijke van alle mogelijke werelden leven door Voltaire op ironische wijze beschreven. De hoofdpersonen maken de vreselijkste dingen mee, maar zoals uit bovenstaand citaat blijkt, was dat niet gebeurd, dan hadden ze nu niet sukade en pistaches gegeten.
“Gij hebt gelijk,” zei Pangloss, “want toen de mens in de Hof van Eden werd geplaatst, gebeurde dat ut operaretur eum, opdat hij hem zou bewerken; hetgeen bewijst, dat de mens niet geschapen is om te rusten.”
“ Laten wij werken, zonder te redeneren, “ zei Martijn, “ dat is het enige middel om het leven draaglijker te maken.”
Geheel het troepje verklaarde zich eens met dit voorstel en elkeen begon zich naar zijn aanleg te bekwamen. Het stukje grond bracht heel wat op. Cunegonda was wel lelijk, maar ze werd een voortreffelijk banketbakster; Paquette borduurde, de oude droeg zorg voor het linnengoed. Ja zelfs broeder Giroflee maakte zich verdienstelijk; hij werd een behendig timmerman en zelfs een fatsoenlijk mens, en Pangloss zei soms tot Candide: “ Alle gebeurtenissen zijn aaneengeschakeld in deze best denkbare aller werelden, want, nietwaar? Als gij niet uit een schoon kasteel waart weggejaagd met een paar flinke schoppen tegen uw zitvlak, omdat gij mejuffrouw Cunegonda bemindet; indien gij niet met die inquisitie had kennisgemaakt, en Amerika te voet had doorkruist; indien gij de baron niet een stevige degenstoot had toegediend en al uw schapen van het goede Eldorado-land verloren had, zou u thans niet hier gekonfijte sukade en pistaches eten.”
“Dat heeft u voortreffelijk gezegd,” antwoordde Candide, “maar laten wij onze tuin bewerken.”
Voltaire : Candide
In dit werk wordt de opvatting van de filosoof Leibniz, dat wij in de bestmogelijke van alle mogelijke werelden leven door Voltaire op ironische wijze beschreven. De hoofdpersonen maken de vreselijkste dingen mee, maar zoals uit bovenstaand citaat blijkt, was dat niet gebeurd, dan hadden ze nu niet sukade en pistaches gegeten.
dinsdag, oktober 24, 2006
Toarnroaske
It mearke fan toarnroaske.Toarnroaske wie in famke, dat tige lang lei te sliepen. Mar op in moarn waard hja skille troch in prins. Hja sei “ Ik hear dyn mobyltsje, mar wêr is dyn hynder? As’t gjin hynder hast, sliep ik fierder. Ik sliep as in roas.” Fansels hie de prins gjin hynder, wêr helje jo hjoeddeis samar in hynder wei?
Gewurde litte
Dingen op hun beloop laten, een tactiek die vooral van belang is bij stormachtige situaties binnens- of buitenshuis. In de menselijke verhoudingen komen maalstromen van hartstocht voor, stormen van emoties: dan is het verstandig zich terug te trekken in de veilige haven van het werkeloos toezien. Vaak verslechtert de kwaal door de remedie. Men moet bij ziekte de natuur de vrije hand geven, en hoog oplaaiende hartstochten laten uitwoeden. Iets of niets voorschrijven vergt van een arts evenveel geleerdheid, en soms is het de kunst geen medicijnen toe te dienen. Opwinding bij het volk brengt men tot bedaren door er de handen van af te houden en af te wachten. Nu een stap terug doen leidt later tot de overwinning. Een bron kan door een kleine beweging vertroebeld worden, en wordt dan niet helder doordat men er iets aan doet, maar doordat men haar met rust laat.
Baltasar Gracián y Morales (1601-1658)
Deze jezuïet verafschuwde de massa, voor hem ging het altijd om het individu. Hij heeft invloed gehad op o.a. La Rochfoucauld, Voltaire, Stendhal, Nietzsche en Schopenhauer.
Baltasar Gracián y Morales (1601-1658)
Deze jezuïet verafschuwde de massa, voor hem ging het altijd om het individu. Hij heeft invloed gehad op o.a. La Rochfoucauld, Voltaire, Stendhal, Nietzsche en Schopenhauer.
maandag, oktober 23, 2006
zondag, oktober 22, 2006
In brimstige tsjerkvaar
Enkele van mijn vrienden, die zelf drager zijn van Christus, hebben mij laten doorschemeren dat jij de geheime bedoeling had om de vulgaire lof van pluimstrijkers te oogsten met jouw gemanipuleer van mij door iedereen te laten weten dat jij mij had uitgedaagd, maar dat ik ervoor was teruggedeinsd; dat jij, de geleerde, brieven schreef, terwijl ik, domkop, mijn mond hield…..Jij mag, hoewel jong al geplaatst op een hoge bisschopszetel, de naties onderwijzen en de Romeinse huizen opsmukken met je exotische Afrikaanse producten, terwijl ik me tevreden moet stellen met de fluisteringen tot een deemoedige luisteraar of lezer in mijn klooster.
Brief van een andere kerkvader, Hieronymus van Stridon , aan Augustinus, die had namelijk geprobeerd d.m.v. brieven contact te krijgen met hem. Hieronymus, die in tegenstelling tot Augustinus ook Hebreeuws en Grieks beheerste, leefde in een klooster en was bezig de bijbel opnieuw in het Latijn te vertalen. De man had een nogal knorrig en wantrouwend karakter, zoals uit het bovenstaande wel blijkt. Augustinus had bezwaren tegen al te drastische veranderingen in de Latijnse vertaling, omdat hij bang was voor de uitwerking daarvan op de gelovigen, vooral was hij bevreesd voor de reactie van een christelijke sekte in Noord-Afrika, de Donatisten. Doarmer begrijpt de houding van Augustinus heel goed, je hebt zomaar ruzie als je een woord anders uitlegt. Het feit, dat de kudde zich kan opwinden over een woord is overigens op zich wel positief, het bewijst dat ze niet alleen maar “graast”.
Brief van een andere kerkvader, Hieronymus van Stridon , aan Augustinus, die had namelijk geprobeerd d.m.v. brieven contact te krijgen met hem. Hieronymus, die in tegenstelling tot Augustinus ook Hebreeuws en Grieks beheerste, leefde in een klooster en was bezig de bijbel opnieuw in het Latijn te vertalen. De man had een nogal knorrig en wantrouwend karakter, zoals uit het bovenstaande wel blijkt. Augustinus had bezwaren tegen al te drastische veranderingen in de Latijnse vertaling, omdat hij bang was voor de uitwerking daarvan op de gelovigen, vooral was hij bevreesd voor de reactie van een christelijke sekte in Noord-Afrika, de Donatisten. Doarmer begrijpt de houding van Augustinus heel goed, je hebt zomaar ruzie als je een woord anders uitlegt. Het feit, dat de kudde zich kan opwinden over een woord is overigens op zich wel positief, het bewijst dat ze niet alleen maar “graast”.
zaterdag, oktober 21, 2006
Kommunikaasje
Het woord bestaat in mijn geest voordat het in taal is omgezet. Ik zoek naar de juiste klanken om het tot uiting te brengen. Het moet jullie kunnen bereiken zonder dat het mij verlaat. En zogauw jullie horen wat ik in mijn hart heb, is het in jullie hart. Het bevindt zich in ons beiden, en jullie bezitten het nu zonder dat ik het ben kwijtgeraakt. En zoals mijn woord omgezet moest worden in geluid om gehoord te worden, zo nam Gods woord gedaante van vlees aan om gezien te worden.
Augustinus : Sermones (Preken)
Deze klassieke opvatting, waarbij de taal als een perfect communicatiemiddel functioneert “ zogauw jullie het horen , zit het ook in jullie hart” wordt door een aantal 20ste eeuwse taalfilosofen onderuit gehaald. Wat zit er in het hart van de toehoorder? En hoe “vertalen” wij onze gedachten in taal? Je hoort mensen wel eens zeggen “taal is voor mij communicatie”, maar misschien heeft taal ook wel een “verhullende functie”, je wilt d.m.v. de taal iets beslist niet duidelijk maken. Het steeds wisselend woordgebruik op maatschappelijk gebied is in deze zeer interessant. Zelfs de uitspraak van Augustinus “zonder dat ik het ben kwijtgeraakt” is twijfelachtig. Ja, it bliuwt nijsgjirrich.
Augustinus : Sermones (Preken)
Deze klassieke opvatting, waarbij de taal als een perfect communicatiemiddel functioneert “ zogauw jullie het horen , zit het ook in jullie hart” wordt door een aantal 20ste eeuwse taalfilosofen onderuit gehaald. Wat zit er in het hart van de toehoorder? En hoe “vertalen” wij onze gedachten in taal? Je hoort mensen wel eens zeggen “taal is voor mij communicatie”, maar misschien heeft taal ook wel een “verhullende functie”, je wilt d.m.v. de taal iets beslist niet duidelijk maken. Het steeds wisselend woordgebruik op maatschappelijk gebied is in deze zeer interessant. Zelfs de uitspraak van Augustinus “zonder dat ik het ben kwijtgeraakt” is twijfelachtig. Ja, it bliuwt nijsgjirrich.
donderdag, oktober 19, 2006
Herfstgevoel
Hjerst, brún-reade tiid fan mankelikens,
tear glimkjen, langjen nei ferlerne myldens
mimerjende tiid fan útwreidzjend tsjuster,
huverjend troch grize reinen,
ferwezen tiid fan in útdôvjende leafde.
tear glimkjen, langjen nei ferlerne myldens
mimerjende tiid fan útwreidzjend tsjuster,
huverjend troch grize reinen,
ferwezen tiid fan in útdôvjende leafde.
woensdag, oktober 18, 2006
Loksillige hjerst
Thomas MoranGewaltig endet so das Jahr
Mit goldnem Wein und Frucht der Gärten.
Rund schweigen Wälder wunderbar
Und sind des Einsamen Gefährten.
Da sagt der Landmann: Es ist gut.
Ihr Abendglocken lang und leise
Gebt noch zum Ende frohen Mut.
Ein Vogelzug grüßt auf der Reise.
Es ist der Liebe milde Zeit.
Im Kahn den blauen Fluß hinunter
Wie schön sich Bild an Bildchen reiht -
Das geht in Ruh und Schweigen unter.
Georg Trakl
Overpeinzing Oertinking
In de teleologie (Grieks telos = doel en logos = leer) gaat men ervan uit dat alles op een doel gericht is. Bijvoorbeeld de “schepping “ met alles erop en eraan is er met een bepaalde bedoeling, er is a.h.w. van te voren over nagedacht en het gaat ergens naar toe. Er bestaat een of ander sturend kosmisch principe. Er zijn ook opvattingen, die niet-teleogisch zijn, bijvoorbeeld de evolutietheorie. Er hadden onder iets andere omstandigheden ook andere wezens kunnen ontstaan, en eigenlijk is de wereld die wij kennen “toevallig”. Plan of toeval dus.
Doarmer gelooft niet in deze tegenstelling, want hij verkeert in een wereld, waarin deze filosofische tegenstelling volkomen opgeheven is, er bestaan weliswaar plannen, er zijn bedoelingen, maar alles wat er gebeurt is meestal puur toeval en soms is net als in de evolutie de struggle for life bepalend. Doarmer vraagt zich nu ook af, of dat met de schepping niet precies zo gegaan is. Er was oorspronkelijk een bedoeling, misschien wel een leuke vuurwerkknal bij de big bang, maar het proces is compleet uit de hand gelopen en in het toppunt van verwarring is zelfs leven ontstaan. Men zou zich ook meer moeten richten op de vraag, wat is de oorspronkelijke bedoeling geweest van het ontstaan van alles en misschien blijkt wel, dat het bijproduct veel interessanter is! Ook dat laatste ondervindt Doarmer dagelijks.
Doarmer gelooft niet in deze tegenstelling, want hij verkeert in een wereld, waarin deze filosofische tegenstelling volkomen opgeheven is, er bestaan weliswaar plannen, er zijn bedoelingen, maar alles wat er gebeurt is meestal puur toeval en soms is net als in de evolutie de struggle for life bepalend. Doarmer vraagt zich nu ook af, of dat met de schepping niet precies zo gegaan is. Er was oorspronkelijk een bedoeling, misschien wel een leuke vuurwerkknal bij de big bang, maar het proces is compleet uit de hand gelopen en in het toppunt van verwarring is zelfs leven ontstaan. Men zou zich ook meer moeten richten op de vraag, wat is de oorspronkelijke bedoeling geweest van het ontstaan van alles en misschien blijkt wel, dat het bijproduct veel interessanter is! Ook dat laatste ondervindt Doarmer dagelijks.
dinsdag, oktober 17, 2006
It boaike mei de wjukjes
In mankelike dream Een melancholieke droom
Lucas Cranach (Melancholie)Mich däucht, ich träumte von Blätterfall,
Von weiten Wäldern und dunklen Seen,
Von trauriger Worte Widerhall –
Doch konnt’ ich ihren Sinn nicht verstehn.
Mich däucht, ich träumte von Sternenfall,
Von blasser Augen weinendem Flehn,
Von eines Lächelns Widerhall –
Doch konnt’ ich seinen Sinn nicht verstehn.
Wie Blätterfall, wie Sternenfall,
So sah ich mich ewig kommen und gehn,
Eines Traumes unsterblicher Widerhall –
Doch konnt’ ich seinen Sinn nicht verstehn.
Georg Trakl
zondag, oktober 15, 2006
Een paaruursvlieg
Er is wel eens gezegd, dat we slechts enkele uren van ons leven werkelijk leven. Dat is in bepaalde opzichten wel waar, doch in andere onjuist. Want die uitgehongerde hartstocht heeft mij nooit verlaten en uiteindelijk is het allerslechtste en het allerbeste in die hartstocht niets anders dan het leven zelf. Ongetwijfeld heb ik geprobeerd de slechte dingen, die die hartstocht in mij opwoelde, te verbeteren. Zoals ieder mens heb ik getracht mijn natuur zo goed en zo kwaad als het ging te verbeteren door de moraal. Helaas is mij dat het duurste van allemaal komen te staan. Soms kun je er door grote wilskracht – en die heb ik genoeg – in slagen volgens de moraal te leven, maar niet om te zijn.
Albert Camus
zaterdag, oktober 14, 2006
Gjin pipe Geen pijp
René MagritteDe verlichte Dionysius zegt, telkens als hij over God schrijft: Hij is een zijn boven alle zijn, een leven boven alle leven, een licht boven alle licht. Hij kent hem niets toe, en daarmee geeft hij aan, dat God aan alle definities ontsnapt en ver boven dat alles verheven is. Aanschouw je iets, of krijg je een of ander inzicht, dan is dat God niet; en wel hierom, omdat hij niet dit of dat is . Wie zegt: God is hier of hij is daar , moet je niet geloven.
Meister Eckhardt (ca. 1260 – 1328)
Eckhardt spreekt hier over een Syrische theoloog uit de 6de eeuw, de Pseudo-Dionysius de Areopagiet, die van mening is, dat God aan alle definities ontsnapt. Een “negatieve” theologie, God is dat allemaal niet, wat wij over hem trachten te zeggen. Bijvoorbeeld “God is goed” is slechts een manier van spreken, want God is niet goed, zoals een mens goed is. Men kan zich voorstellen, dat Eckhardt verdacht werd van ketterij.Verstandig als hij is, herroept Eckhardt zijn uitspraken. Na zijn dood worden 17 uitspraken van hem als zijnde “ketters” veroordeeld. Doarmer wantrouwt nog steeds katholieken, die achter hun huis een stapel hout hebben liggen, zogenaamd voor de open haard.
Meister Eckhardt (ca. 1260 – 1328)
Eckhardt spreekt hier over een Syrische theoloog uit de 6de eeuw, de Pseudo-Dionysius de Areopagiet, die van mening is, dat God aan alle definities ontsnapt. Een “negatieve” theologie, God is dat allemaal niet, wat wij over hem trachten te zeggen. Bijvoorbeeld “God is goed” is slechts een manier van spreken, want God is niet goed, zoals een mens goed is. Men kan zich voorstellen, dat Eckhardt verdacht werd van ketterij.Verstandig als hij is, herroept Eckhardt zijn uitspraken. Na zijn dood worden 17 uitspraken van hem als zijnde “ketters” veroordeeld. Doarmer wantrouwt nog steeds katholieken, die achter hun huis een stapel hout hebben liggen, zogenaamd voor de open haard.
vrijdag, oktober 13, 2006
It fernuverjen Het verwonderen
De hemelboog wordt sedert weken
slechts door jouw sterrenbeeld beheerst,
en of ik nimmer had gekeken
zie ik de wereld voor het eerst.
Wat is geweest is om het even
wat wordt van geen belang, zolang
ik zulke liefde nog kan geven
en zulke liefde nog ontvang.
Ik weet niet of dit nieuwe teken
mijn noodlot wel of niet vervult,
maar hart, ik sta voor deze weken
voor eeuwig bij je in de schuld.
J.P. Rawie
slechts door jouw sterrenbeeld beheerst,
en of ik nimmer had gekeken
zie ik de wereld voor het eerst.
Wat is geweest is om het even
wat wordt van geen belang, zolang
ik zulke liefde nog kan geven
en zulke liefde nog ontvang.
Ik weet niet of dit nieuwe teken
mijn noodlot wel of niet vervult,
maar hart, ik sta voor deze weken
voor eeuwig bij je in de schuld.
J.P. Rawie
Een vonkje
God schept de wereld en alle dingen in een tegenwoordig nu, en de tijd die nu al duizend jaar voorbij is, is net zo tegenwoordig en nabij voor God als het tegenwoordige nu. De ziel die staat in een tegenwoordig nu, daarin brengt de Vader zijn eniggeboren zoon voort, en in diezelfde geboorte wordt de ziel weer in God geboren. Het is één geboorte: zo vaak de ziel wedergeboren wordt in God, zo vaak brengt de Vader in haar zijn eniggeboren zoon voort.
Ik heb al vaker gezegd: God schept deze hele wereld volkomen en helemaal in dit nu. Alles wat God ooit, zesduizend en meer jaren geleden, heeft geschapen, toen hij de wereld maakte, dat schept God allemaal nu. God is in alle dingen. Maar voor zover God goddelijk en voor zover God inzicht is, is God nergens zo waarachtig aanwezig als in de ziel: in het innerlijkste van de ziel en in het hoogste van de ziel.
Meister Eckhardt (middeleeuws mysticus)
De opvatting van Eckhardt doet pantheïstisch aan , alles is goddelijk, maar Eckhardt is voorzichtig en zegt, dat er in de ziel een gebied is, “ein funkelin gotlichis lichtis” . De mens kan hier het goddelijke te benaderen niet rationeel , maar met het hart . Doarmer waardeert het worstelen met de taal van deze mysticus, zijn pogingen om iets onder woorden te brengen. Op deze manier hebben de middeleeuwse mystici de woordenschat uitgebreid met veel nieuwe begrippen.
Ik heb al vaker gezegd: God schept deze hele wereld volkomen en helemaal in dit nu. Alles wat God ooit, zesduizend en meer jaren geleden, heeft geschapen, toen hij de wereld maakte, dat schept God allemaal nu. God is in alle dingen. Maar voor zover God goddelijk en voor zover God inzicht is, is God nergens zo waarachtig aanwezig als in de ziel: in het innerlijkste van de ziel en in het hoogste van de ziel.
Meister Eckhardt (middeleeuws mysticus)
De opvatting van Eckhardt doet pantheïstisch aan , alles is goddelijk, maar Eckhardt is voorzichtig en zegt, dat er in de ziel een gebied is, “ein funkelin gotlichis lichtis” . De mens kan hier het goddelijke te benaderen niet rationeel , maar met het hart . Doarmer waardeert het worstelen met de taal van deze mysticus, zijn pogingen om iets onder woorden te brengen. Op deze manier hebben de middeleeuwse mystici de woordenschat uitgebreid met veel nieuwe begrippen.
donderdag, oktober 12, 2006
woensdag, oktober 11, 2006
It klearebare neat
Er blijven dingen onzegbaar, maar dat ligt minder aan de taal dan aan ons perceptievermogen (of aan een gebrekkige taalvaardigheid). Vandaar dat de mystiek zijn unieke ervaring honderdmaal symboliseert en metaforiseert zonder tevredenheid. De mysticus wil paden betreden die onbegaanbaar zijn en het onnoembare benoemen door de overeenkomst te ontkennen met wat kenbaar is. In die opperste extase worden dan de bestaande waarden omgekeerd; wat is, is niet, het onkenbare wordt pas echt: ‘ Alle crêatûre sint ein lûter niht. Ich spriche niht, daz sie kleine sîn; sie sint ein lûter niht. Swaz niht wesens hât, daz ist niht. Alle crêatûre hâut kein wesen, wan ir wesen swebet an der gegenwertikeit gotes’.
Over de macht van de taal gesproken; wie hierbij niet onder de indruk raakt van de Umwertung aller Werte, mist ieder sprankje poëtisch besef.
F. Droste: Het taaldier mens
Over de macht van de taal gesproken; wie hierbij niet onder de indruk raakt van de Umwertung aller Werte, mist ieder sprankje poëtisch besef.
F. Droste: Het taaldier mens
dinsdag, oktober 10, 2006
In den beginne was het woord.......
Bij dat alles echter blijft de idee van Johannes gelden: In den beginne was het woord....... Wie religie, in zijn beperkte of in zijn ruime zin, wil losdenken van de taal, zal niet verder komen dan een vaag heimwee, een ongeformuleerde onvrede. Wie God wil denken, zal ‘God’ moeten zeggen……….
Over de verhouding van hersens en strottenhoofd is, genetisch bezien, alleen te vertellen, dat de ontwikkeling parallel geweest moet zijn. Over wat zich eerst ontwikkelde en wat daarna kwam is even weinig relevants op te merken als over de vraag wat fundamenteler is: het spreken of het denken. Voorlopig houden wij het er maar op, in gezelschap van eminente taalkundigen, dat de taal per se een abstract logisch systeem is en dat niet alleen Descartes maar ook onderzoekers van onze dagen de taal gelijk achten aan de abstract-logische gaven van de mens………..
De enfants sauvages bewijzen niets tegen de taal als menselijk specialisme, integendeel, ze bevestigen dat juist door de taal de mens zijn eigen belevingswereld vindt en volgroeit in zijn soortelijke bepaaldheid. Tweebenig, licht van kaak, met gespitste neus bewegen wij ons temidden der soortgenoten: juist door deze specialisaties in onze lange evolutiegeschiedenis konden we worden wie we zijn – pratende dieren.
F. Droste: Het taaldier mens
Over de verhouding van hersens en strottenhoofd is, genetisch bezien, alleen te vertellen, dat de ontwikkeling parallel geweest moet zijn. Over wat zich eerst ontwikkelde en wat daarna kwam is even weinig relevants op te merken als over de vraag wat fundamenteler is: het spreken of het denken. Voorlopig houden wij het er maar op, in gezelschap van eminente taalkundigen, dat de taal per se een abstract logisch systeem is en dat niet alleen Descartes maar ook onderzoekers van onze dagen de taal gelijk achten aan de abstract-logische gaven van de mens………..
De enfants sauvages bewijzen niets tegen de taal als menselijk specialisme, integendeel, ze bevestigen dat juist door de taal de mens zijn eigen belevingswereld vindt en volgroeit in zijn soortelijke bepaaldheid. Tweebenig, licht van kaak, met gespitste neus bewegen wij ons temidden der soortgenoten: juist door deze specialisaties in onze lange evolutiegeschiedenis konden we worden wie we zijn – pratende dieren.
F. Droste: Het taaldier mens
maandag, oktober 09, 2006
Onder woorden brengen
‘Nee,’ zegt de veroveraar,’ geloof maar niet dat ik het denken heb moeten afleren om een man van de daad te worden. Integendeel, ik kan heel goed omschrijven wat ik geloof. Want ik geloof het stellig en ik zie het helder en duidelijk voor me. Wantrouw de mensen die zeggen: ‘ Dit weet ik te goed om het onder woorden te kunnen brengen.’ Want als zij dat niet kunnen, komt het omdat zij het niet weten of , omdat zij uit luiheid, er alleen oppervlakkig over hebben nagedacht.
Albert Camus
Albert Camus
Skjinmeitsje
Doarmer (uitspraak: Dwarmur) heeft een opruiming gehouden onder de commentaren, omdat er onder de webloglezers onrust ontstond. Zelfs deze zeer tolerante fantasierijke groep begreep het niet meer en raakte verstoord. Een delegatie van hen verzocht Doarmer om tot verwijdering over te gaan. Nu gaat Doarmer beslist niet over één nacht ijs en heeft hij eerst overleg gepleegd met de geestelijk adviseur van deze weblog , de pastoor te H. en deze was heel duidelijk, “anpacken”, zei hij ,”en wel meteen, het doet mij denken aan die middeleeuwse ketters, elke vorm van toegeeflijkheid kan fataal worden, beter tien onschuldige commentaren verwijderen dan één schuldig commentaar laten staan, Hij, die het uiteindelijke oordeel geeft, zal wel zorgen, dat het goed komt”. Gesterkt door deze woorden heeft Doarmer toen gedaan, wat hij moest doen. Ja, webloglezers, een mens staat soms in zijn leven voor beslissingen , die niet meevallen en waar zouden wij dan zijn zonder een geestelijk raadsman.
zondag, oktober 08, 2006
Bwatsju
Door sommige sprekers van een bepaald westelijk Duits dialect wordt wel eens beweerd, dat het Fries een dialect zou zijn. De reden waarom zij dit zeggen laat zich gemakkelijk raden, maar het Fries heeft wel dialecten, drie grotere ,Woudfries, Kleifries en Zuidwesthoeks en een aantal kleinere. Het Woudfries wordt ook in het westen van de provincie Groningen gesproken. De verschillen tussen Kleifries en Woudfries zijn niet groot. Er zijn slechts 19 verschillen in de woordenschat. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk het woord voor zaterdag : in Kleifries sneon, in Woudfries saterdei.Uitspraakverschillen zij er meer. Bijvoorbeeld bij een woord als boartsje, bij webloglezers wel bekend. Dit woord betekent in het Duits spielen (dialectisch spelen, speuln enz.)
Het woord wordt in het Fries uitgesproken als : bwatsju
In het Woudfries heeft men de neiging om bjatsju te zeggen en in het Zuidwesthoeks met zijn specifieke u-klanken butsju.Niet elke Fries spreekt een dialect, Doarmer bijvoorbeeld kan dat nauwelijks.
It blomke en it wjerljocht
Dou bist foar my yn 't poarper fan de sinne,as jouns yn 't west de loft yn lôge stiet,
dou bist yn't boartsjen fan de bliere weachjes,
dou bist yn 't bloeijend blomke yn de mied'.
Dou bist hwer't skelle wjerljochtflitsen ljochtsje,
de tonger droanjend rôllet oer de wrâld,
yn 't ivich sniekleed fan de hege bergen,
yn 'hillich swijen fan it steatlik wâld.
Rixt
zaterdag, oktober 07, 2006
Frou mei sigaret
Jeanette GeisslerGodelieve B., lerares Nederlands op een scholengemeenschap in het oosten des lands, geniet van haar sigaretje, nadat zij in de plaatselijke schouwburg een opvoering van Die waerachtige ende seer wonderlycke historie van Mariken van Nieumeghen die meer dan seven jaren met den duvel woonde ende verkeerde bezocht heeft. Godelieve ziet veel overeenkomsten met haar eigen leven en zij overweegt in de komende vakantie een Maria bedevaart te ondernemen.
Orde of chaos
Hoe is al die orde die wij in de wereld ons heen zien, ontstaan ?
Newton
Elk heelal waarin intelligente wezens filosofische en wiskundige vragen kunnen opstellen, moet immers per definitie een heelal zijn van het soort dat wij waarnemen, hoe opmerkelijk het heelal op zichzelf ook is.Met andere woorden: zij houden vol dat er tenslotte niets bijzonders of geheimzinnigs is aan het feit dat wij een zeer geordend heelal waarnemen, omdat wij het in een andere toestand helemaal niet zouden kunnen waarnemen.
Dit soort redeneringen krijgt enige steun van de filosofie van het logisch positivisme, dat slordig gezegd, beweert dat het zinloos is om te spreken over iets wat nooit kan worden waargenomen. Wat voor zin heeft het om te praten over een heelal waarin geen bewuste waarnemers wonen.
Paul Davies
Het bovenstaande citaat komt uit een hoofdstuk uit “God in de nieuwe natuurkunde”, waar Davies spreekt over toeval of plan, de veel-werelden-theorie en het aardige vindt Doarmer ,dat Davies de middeleeuwer Ockham met zijn scheermes aanhaalt om op de zwakke punten in een bepaalde theorie te wijzen.
Elk heelal waarin intelligente wezens filosofische en wiskundige vragen kunnen opstellen, moet immers per definitie een heelal zijn van het soort dat wij waarnemen, hoe opmerkelijk het heelal op zichzelf ook is.Met andere woorden: zij houden vol dat er tenslotte niets bijzonders of geheimzinnigs is aan het feit dat wij een zeer geordend heelal waarnemen, omdat wij het in een andere toestand helemaal niet zouden kunnen waarnemen.
Dit soort redeneringen krijgt enige steun van de filosofie van het logisch positivisme, dat slordig gezegd, beweert dat het zinloos is om te spreken over iets wat nooit kan worden waargenomen. Wat voor zin heeft het om te praten over een heelal waarin geen bewuste waarnemers wonen.
Paul Davies
Het bovenstaande citaat komt uit een hoofdstuk uit “God in de nieuwe natuurkunde”, waar Davies spreekt over toeval of plan, de veel-werelden-theorie en het aardige vindt Doarmer ,dat Davies de middeleeuwer Ockham met zijn scheermes aanhaalt om op de zwakke punten in een bepaalde theorie te wijzen.
vrijdag, oktober 06, 2006
Ook al leeg?
Dat de hel bestaat geloof ik , maar niet dat er iemand in is. God zal nooit enig schepsel, hoe gering ook buiten Zich sluiten………. U moet de uiteindelijke dingen aan God overlaten, en alles wat de mensen over Hem beweren met een korrel zout nemen. De hoofdzaak is, dat Hij sterfelijk heeft willen worden met ons, opdat wij onsterfelijk zouden worden met Hem. ‘ En wij zullen voor zijn aanschijn ons hart geruststellen bij alles waarom het ons veroordeelt. Want God is groter dan ons hart.’
Gerard Reve in brief aan mejuffrouw G.C. Langereis
Gerard Reve in brief aan mejuffrouw G.C. Langereis
Het wordt stil in het voorgeborchte
Uit de krant:
VATICAAN - Paus Benedictus XVI zal later deze week een eeuwenoude katholieke traditie opzij schuiven en formeel het begrip 'voorgeborchte' afschaffen. De kerkvorst zou met die stap de zielen van miljoenen doodgeboren baby's willen redden, meldde de Britse krant The Times woensdag.
Volgens de rooms-katholieke traditie gingen de zielen van kinderen die voor of kort na de geboorte overleden zonder de doop te hebben ontvangen, niet direct naar de hemel, omdat ze niet door de doop van de erfzonde waren gereinigd. Ze gingen echter ook niet naar de hel, omdat ze geen kwaad hadden bedreven. Daarom waren katholieken ervan overtuigd dat ze naar het voorgeborchte of limbus gingen.
Benedictus was nooit overtuigd van het bestaan van de limbus. De toenmalige kardinaal Ratzinger verklaarde al in 1984 dat hij wel voelde voor afschaffing van de „hypothese”.
De paus schaft overigens alleen het voorgeborchte voor doodgeboren kinderen af. Het voorportaal van de hel voor mensen die leefden voordat Christus op aarde kwam, blijft volgens de katholieke kerk bestaan.
VATICAAN - Paus Benedictus XVI zal later deze week een eeuwenoude katholieke traditie opzij schuiven en formeel het begrip 'voorgeborchte' afschaffen. De kerkvorst zou met die stap de zielen van miljoenen doodgeboren baby's willen redden, meldde de Britse krant The Times woensdag.
Volgens de rooms-katholieke traditie gingen de zielen van kinderen die voor of kort na de geboorte overleden zonder de doop te hebben ontvangen, niet direct naar de hemel, omdat ze niet door de doop van de erfzonde waren gereinigd. Ze gingen echter ook niet naar de hel, omdat ze geen kwaad hadden bedreven. Daarom waren katholieken ervan overtuigd dat ze naar het voorgeborchte of limbus gingen.
Benedictus was nooit overtuigd van het bestaan van de limbus. De toenmalige kardinaal Ratzinger verklaarde al in 1984 dat hij wel voelde voor afschaffing van de „hypothese”.
De paus schaft overigens alleen het voorgeborchte voor doodgeboren kinderen af. Het voorportaal van de hel voor mensen die leefden voordat Christus op aarde kwam, blijft volgens de katholieke kerk bestaan.
Uit bovenstaand artikel is Doarmer duidelijk geworden, dat het voorgeborchte "in afgeslankte vorm" een doorstart maakt. Als hij het goed begrepen heeft, bevinden zich daar straks alleen nog maar figuren als Plato en een aantal andere grootheden, met wie op zich niets mis was, maar die alleen de pech hadden, voor de komst van Christus op deze aarde geleefd te hebben. Zij zullen de onschuldige kinderzielen missen. Doarmer weet niet, wat hij ervan moet denken, daarvoor weet hij te weinig van het voorgeborchte. Hoe ziet dat eruit, wat doet men de hele dag, wat wordt er gegeten? Op zich bevindt zich daar natuurlijk wel een aantal interessante personen. Een dialoog met Plato himself is natuurlijk nooit weg.
donderdag, oktober 05, 2006
Mildheid Myldens
Voorts moet U begrijpelijk schrijven, met een kop en een staart. Bijvoorbeeld niet beginnen met: ‘Daarom ging hij niet naar het feest’, want de lezer zal meteen de pest inkrijgen en zich afvragen: ‘Waar slaat dat “daarom” op?Wie is die “hij”?en wat is dat voor een kolerefeest?’ U zoudt bijvoorbeeld kunnen beginnen met: ‘Hoewel hij weinig zin had, en zich grieperig voelde, ging Frans Ottersen, scholier in de vijfde klas van het gymnasium te Zwolle, toch naar het feestje dat zijn oudere broer Hans, eerstejaars-student in de medicijnen, die op kamers in Amsterdam woonde’ etc. Alles zo exact mogelijk: hoe meer vastgelegd in de tijd Uw gegevens zijn – eventueel zelfs met precieze data - hoe tijdlozer Uw geschrift wordt, merkwaardigerwijs.
Vul Uw werk niet met zelfbeklag: U moet Uw ellende gebruiken, verwerken, dienstbaar maken aan Uw werk, en niet proberen medelijden op te wekken bij Uw lezer. Die heeft zelf al ellende genoeg en wordt er door afgestoten. Maar als U Uw leed door een geschrift een universele geldigheid zoudt weten te geven, dan ervaart de lezer zijn eigen treurnis ook als iets groots, universeel geldigs en kostbaars, en is Hij U dankbaar.
Verder geldt Tolstojs vermaning: ‘Wees scherp in Uw blik, doch mild in uw oordeel.’ Verdoezel niets, maar zie hen, die U kwaad hebben gedaan – als U dat kunt opbrengen - als slachtoffers van eenzelfde lot. En misbruik Uw werk niet om wraak te nemen op mensen, die niet schrijven en zich niet verweren kunnen, zoals Simon Vinkenoog en Ewald van Vugt doen, die onderwijzers, pastoors etc. herkenbaar of met volle naam vermelden. Daar is literatuur niet voor, vind ik.
Gerard Reve geeft in een brief een “schrijfadvies” aan mejuffrouw Hogenhout.
Vul Uw werk niet met zelfbeklag: U moet Uw ellende gebruiken, verwerken, dienstbaar maken aan Uw werk, en niet proberen medelijden op te wekken bij Uw lezer. Die heeft zelf al ellende genoeg en wordt er door afgestoten. Maar als U Uw leed door een geschrift een universele geldigheid zoudt weten te geven, dan ervaart de lezer zijn eigen treurnis ook als iets groots, universeel geldigs en kostbaars, en is Hij U dankbaar.
Verder geldt Tolstojs vermaning: ‘Wees scherp in Uw blik, doch mild in uw oordeel.’ Verdoezel niets, maar zie hen, die U kwaad hebben gedaan – als U dat kunt opbrengen - als slachtoffers van eenzelfde lot. En misbruik Uw werk niet om wraak te nemen op mensen, die niet schrijven en zich niet verweren kunnen, zoals Simon Vinkenoog en Ewald van Vugt doen, die onderwijzers, pastoors etc. herkenbaar of met volle naam vermelden. Daar is literatuur niet voor, vind ik.
Gerard Reve geeft in een brief een “schrijfadvies” aan mejuffrouw Hogenhout.
Roken Smoke
woensdag, oktober 04, 2006
Yn it oanbigjin skoep .........
De kerkvader Augustinus (354- 430) heeft zich ook met het begrip tijd beziggehouden. Men ging er vanuit, dat God tijdloos was, in God bestond geen vroeger of later, maar een eeuwig nu.Uiteraard had God de wereld geschapen, maar dan had je het probleem: Wat was er voor de schepping en waarom was de wereld niet eerder geschapen? Als God er voor de schepping al was, dan zou dat betekenen, dat hij “in de tijd” stond , de tijd zou in feite boven God staan. Het is duidelijk, dat zoiets niet acceptabel is. Augustinus lost dat elegant op: de vraag wat er voor de schepping was, is volgens hem onzinnig. Toen God alles schiep, schiep hij ook de tijd.( non in tempore sed cum tempore fixit Deus mundum ) Voor Augustinus is ook alleen het heden werkelijk. De herinnering is het heden van de voorbijgegane dingen. Het zou aardig geweest zijn als Augustinus een boek over de relativiteitstheorie gelezen zou hebben.
dinsdag, oktober 03, 2006
De parrebeam
Zie mijn hart, o God, zie mijn hart, waarmede gij medelijden hebt gehad in zijn diepe afgrond. Zie, laat mijn hart U thans zeggen, wat het daar zocht, en dat ik wel buitenmate slecht moet zijn geweest, omdat er geen verleiding was tot die slechte daad, doch deze om zichzelfs wil werd bedreven. Het was slecht en ik wilde het; ik wilde ondergaan; ik had mijn eigen zonde lief; niet datgene, waarom ik haar beging, maar mijn zonde zelf had ik lief. Een gemene ziel, die van het firmament neerviel, verdreven uit Uwe tegenwoordigheid, en die niets anders zocht in de schande, dan de schande zelf.
Augustinus: Confessiones (397-398)
Dit werk, betekenis Belijdenissen, is een autobiografie over zijn zondige jeugd. Je zou denken, als je het bovenstaande leest, hij moet iets heel ergs gedaan hebben. Nu de gebeurtenis waarop de passage betrekking heeft, is dat hij samen met een paar vrienden peren uit de perenboom van een buurman gestolen heeft, terwijl hij geen honger had. Dat laatste maakt de zonde zo groot. Het was puur kwaadwilligheid. Zo gaat hij hoofdstukken lang verder over deze gebeurtenis en dat schrijft een man, die zijn geliefde, bij wie hij een kind had, wegstuurde, omdat zijn moeder een geschikte vrouw voor hem had gevonden. Later kreeg hij berouw en is het toch nog goed met hem gekomen. Doarmer heeft alleen maar spijt van de zonden, die hij niet heeft begaan.
Augustinus: Confessiones (397-398)
Dit werk, betekenis Belijdenissen, is een autobiografie over zijn zondige jeugd. Je zou denken, als je het bovenstaande leest, hij moet iets heel ergs gedaan hebben. Nu de gebeurtenis waarop de passage betrekking heeft, is dat hij samen met een paar vrienden peren uit de perenboom van een buurman gestolen heeft, terwijl hij geen honger had. Dat laatste maakt de zonde zo groot. Het was puur kwaadwilligheid. Zo gaat hij hoofdstukken lang verder over deze gebeurtenis en dat schrijft een man, die zijn geliefde, bij wie hij een kind had, wegstuurde, omdat zijn moeder een geschikte vrouw voor hem had gevonden. Later kreeg hij berouw en is het toch nog goed met hem gekomen. Doarmer heeft alleen maar spijt van de zonden, die hij niet heeft begaan.
Nu No
Uit het feit, dat er geen universeel moment “nu” bestaat, volgt ook dat onze nette indeling in verleden, heden en toekomst niet meer klopt. Deze begrippen hebben wel betekenis in iemands onmiddellijke omgeving, maar zijn niet overal geldig.Men gaat er meestal zonder nadenken vanuit dat de toekomst nog ongevormd en onbepaald is; het verleden is voorbij en bestaat alleen nog in de herinnering. Men gelooft graag dat verleden en toekomst niet bestaan en dat er steeds maar één moment van werkelijkheid tegelijk bestaat. De relativiteitstheorie verklaart dergelijke opvattingen tot nonsens.
Hij (de fysicus) vat tijd niet op als een reeks gebeurtenissen die plaatsvinden. In plaats daarvan zijn verleden en toekomst er gewoon en strekt tijd zich uit in verleden en toekomst vanaf elk gegeven moment, op dezelfde manier als ruimte zich uitstrekt vanuit elk gegeven punt. De vergelijking is zelfs meer dan analogie want ruimte en tijd zijn in de relativiteitstheorie onontwarbaar met elkaar verwikkeld en vormen een geheel dat fysici ruimtetijd noemen.
We beginnen te vermoeden dat tijd niet werkelijk “stroomt”, behalve in onze geest.
Paul Davies
Uit een kindertijd
Rilke :Aus einer Kindheit
Das Dunkeln war wie Reichtum in dem Raume,
darin der Knabe, sehr verheimlicht, saß.
Und als die Mutter eintrat wie im Traume,
erzitterte im stillen Schrank ein Glas.
Sie fühlte, wie das Zimmer sie verriet,
und küsste ihren Knaben: Bist du hier?...
Dann schauten beide bang nach dem Klavier,
denn manchen Abend hatte sie ein Lied,
darin das Kind sich seltsam tief verfing.
Es saß sehr still. Sein großes Schauen hing
an ihrer Hand, die ganz gebeugt vom Ringe,
als ob sie schwer in Schneewehn ginge,
über die weißen Tasten ging.
Fedde Schurer : Ut in bernskheit
It tsjuster wie in rykdom net to neamen
Dêr’t jouns de lytse jonge yn weikrûpt wie.
As mem dan troch de doar kaem, as yn dreamen,
Tinkele ’t glês dat yn ‘e hoekspyn stie.
Hja fielde sels har kommen as forried,
En streake sêft de lytse man oer ’t hier-
Dan seagen beide skruten nei’t klavier;
Hwant mannich joun wist hja in seldsum liet,
dat djip troch dizze bernesiele gong.
Hy stiet hiel stil. Syn wide stoarjen hong
Mar oan har hân, mei ringen swier beladen,
Dy’t taestend, as yn sniedúnpaden,
Dan oer de wite toetsen gong.
Das Dunkeln war wie Reichtum in dem Raume,
darin der Knabe, sehr verheimlicht, saß.
Und als die Mutter eintrat wie im Traume,
erzitterte im stillen Schrank ein Glas.
Sie fühlte, wie das Zimmer sie verriet,
und küsste ihren Knaben: Bist du hier?...
Dann schauten beide bang nach dem Klavier,
denn manchen Abend hatte sie ein Lied,
darin das Kind sich seltsam tief verfing.
Es saß sehr still. Sein großes Schauen hing
an ihrer Hand, die ganz gebeugt vom Ringe,
als ob sie schwer in Schneewehn ginge,
über die weißen Tasten ging.
Fedde Schurer : Ut in bernskheit
It tsjuster wie in rykdom net to neamen
Dêr’t jouns de lytse jonge yn weikrûpt wie.
As mem dan troch de doar kaem, as yn dreamen,
Tinkele ’t glês dat yn ‘e hoekspyn stie.
Hja fielde sels har kommen as forried,
En streake sêft de lytse man oer ’t hier-
Dan seagen beide skruten nei’t klavier;
Hwant mannich joun wist hja in seldsum liet,
dat djip troch dizze bernesiele gong.
Hy stiet hiel stil. Syn wide stoarjen hong
Mar oan har hân, mei ringen swier beladen,
Dy’t taestend, as yn sniedúnpaden,
Dan oer de wite toetsen gong.
maandag, oktober 02, 2006
Herfstdag
Rainer Maria Rilke
Herbsttag
Herr: es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren laß die Winde los.
Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.
Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.
Yn it Frysk troch Fedde Schurer:
Hjerstdei
’t Is tiid. De greate simmer is foarby.
Liz oer de sinnewizers, Hear, dyn skaden,
en oer de paden jow dyn winen frij.
Jit nou de lêste fruchten folheit yn;
gun har noch in pear sudelike dagen,
om har nei de foleining ta to dragen,
en driuw dyn swietens yn har swiere wyn.
Dy’t nou gjin sté hat bout it him net mear.
Dy’t ienlik is bliuwt ienlik. Hy sil hifkje,
weitsje, hwat lêze, lang omstannich briefkje
en ûngeduerich dwale om hûs en hear,
as brune blêdden troch de leanen drifkje.
Herbsttag
Herr: es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren laß die Winde los.
Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.
Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.
Yn it Frysk troch Fedde Schurer:
Hjerstdei
’t Is tiid. De greate simmer is foarby.
Liz oer de sinnewizers, Hear, dyn skaden,
en oer de paden jow dyn winen frij.
Jit nou de lêste fruchten folheit yn;
gun har noch in pear sudelike dagen,
om har nei de foleining ta to dragen,
en driuw dyn swietens yn har swiere wyn.
Dy’t nou gjin sté hat bout it him net mear.
Dy’t ienlik is bliuwt ienlik. Hy sil hifkje,
weitsje, hwat lêze, lang omstannich briefkje
en ûngeduerich dwale om hûs en hear,
as brune blêdden troch de leanen drifkje.
De tiid hâldt wol skoft
Hoe sterker de zwaartekracht, hoe sterker de tijdkromming. Er bestaan sterren waar de greep van de zwaartekracht zo sterk is , dat de tijd daar vergeleken met de onze een paar procent vertraagd is. Als de zwaartekracht van zo’n ster maar een paar maal groter zou zijn, zou de tijdkromming steeds groter worden totdat bij een kritische waarde van de zwaartekracht de tijd helemaal tot stilstand zou komen. Vanaf de aarde gezien zou het oppervlak van de ster bevroren zijn in onbeweeglijkheid. Wij zouden deze buitengewone tijdsopheffing echter niet kunnen waarnemen, omdat het licht waarmee we dit zouden moeten zien ook door dezelfde traagheid is gegrepen en de frequentie ervan is gedaald tot ver buiten het zichtbare gebied van het spectrum. De ster zou zwart lijken.Theorie wijst uit dat een ster in deze toestand niet kan blijven bestaan, maar moet bezwijken onder zijn eigen immense zwaartekracht en in een microseconde zou imploderen tot een ruimtetijd-singulariteit, waarbij een gat in de ruimte overblijft – een zwart gat. De tijdkromming van de ex-ster blijft bestaan in de lege ruimte. Een zwart gat is dus de snelle weg naar de eeuwigheid.
Tijd vat men tegenwoordig op als iets dynamisch. Tijd kan rekken en krimpen, buigen en zelfs helemaal ophouden in een singulariteit. De snelheid, waarmee een klok loopt is niet absoluut, maar hangt af van de beweging of van de zwaartekrachtstoestand van de waarnemer.
Paul Davies
zondag, oktober 01, 2006
Verandering Feroaring
Wat gebeurt er als er iets ontstaat? De filosoof Hegel zegt hier het volgende over:
Er is nog niets en er moet iets ontstaan. Het begin is niet het zuivere Niets, waaruit iets te voorschijn moet komen; het begin heeft dus ook al het Zijn tot inhoud. Het begin omvat dus beide: Zijn en Niets; het is de eenheid van Zijn en Niets; ofwel het is het Nietzijn dat tegelijkertijd Zijn is en Zijn, dat tegelijkertijd Nietzijn is.
Voor Hegel komen Zijn en Niets samen in de verandering, het worden. Het ligt voor de hand, dat Hegel hiermee tegen de traditionele logica inging: iets kan niet tegelijkertijd zijn en niet zijn en ook alles moet zijn of niet zijn. Doarmer zou wel eens willen weten, wat Wittgenstein van bovenstaand citaat zou zeggen. Aan de andere kant echter, als je in een omgeving zit waar voortdurend dingen veranderen, dan heb je wel af en toe wel het gevoel “Is het er nu of is het niets”?
Er is nog niets en er moet iets ontstaan. Het begin is niet het zuivere Niets, waaruit iets te voorschijn moet komen; het begin heeft dus ook al het Zijn tot inhoud. Het begin omvat dus beide: Zijn en Niets; het is de eenheid van Zijn en Niets; ofwel het is het Nietzijn dat tegelijkertijd Zijn is en Zijn, dat tegelijkertijd Nietzijn is.
Voor Hegel komen Zijn en Niets samen in de verandering, het worden. Het ligt voor de hand, dat Hegel hiermee tegen de traditionele logica inging: iets kan niet tegelijkertijd zijn en niet zijn en ook alles moet zijn of niet zijn. Doarmer zou wel eens willen weten, wat Wittgenstein van bovenstaand citaat zou zeggen. Aan de andere kant echter, als je in een omgeving zit waar voortdurend dingen veranderen, dan heb je wel af en toe wel het gevoel “Is het er nu of is het niets”?
As in moarnsdream
Iemand die na vele bittere gevechten tegen zijn eigen natuur tenslotte de eindoverwinning heeft behaald, is enkel nog als zuiver kennend wezen, als heldere spiegel van de wereld over. Hem kan niets meer bang maken, niets meer emotioneren, want alle duizend draden van het willen die ons mensen aan de wereld gebonden houden en ons in de vorm van begeerte, vrees, afgunst of woede onder voortdurend lijden heen en weer sleuren, die heeft hij doorgesneden. Met een rustige glimlach kijkt hij nu terug op de hersenschimmen van deze wereld die er ooit in slaagden ook zijn gemoed te bewegen en te pijnigen, maar die nu onverschillig voor hem staan, als schaakstukken wanneer het spel is afgelopen of als uitgetrokken carnevalsvermommingen in de ochtend die ons de nacht tevoren nog voor de gek hielden en aan het schrikken maakten. Het leven in al zijn verschijningsvormen zweeft nog slechts ergens voor hem uit, als een ijle verschijning, als de lichte ochtenddroom van iemand die al half ontwaakt is, waar de werkelijkheid al doorheen schemert zodat de dromer er niet meer door misleid kan worden. En net als deze droom lost het tenslotte op in het niets zonder abrupte overgang.
Arthur Schopenhauer
Doarmer vindt de beelden, die Schopenhauer gebruikt, mooi bijvoorbeeld “als een lichte ochtendddroom”, maar met zijn levensopvatting heeft hij wat moeite. Achter alles zit volgens Schopenhauer “de blinde levenswil”, die alleen maar wil overleven en dat meedogenloos doet. Als wij door de illusies, “de sluier van de Maya” in het Hindoeisme, heenprikken en deze werkelijkheid zien, dan, zegt Schopenhauer, zouden wij ermee kappen. Hij vond het leven eigenlijk maar niets, vervuld van lijden , als mens heb je alleen maar de keuze beul of slachtoffer te zijn en zelfs dan geldt: kweller en gekwelde zijn één.
Arthur Schopenhauer
Doarmer vindt de beelden, die Schopenhauer gebruikt, mooi bijvoorbeeld “als een lichte ochtendddroom”, maar met zijn levensopvatting heeft hij wat moeite. Achter alles zit volgens Schopenhauer “de blinde levenswil”, die alleen maar wil overleven en dat meedogenloos doet. Als wij door de illusies, “de sluier van de Maya” in het Hindoeisme, heenprikken en deze werkelijkheid zien, dan, zegt Schopenhauer, zouden wij ermee kappen. Hij vond het leven eigenlijk maar niets, vervuld van lijden , als mens heb je alleen maar de keuze beul of slachtoffer te zijn en zelfs dan geldt: kweller en gekwelde zijn één.
zaterdag, september 30, 2006
Muurduwen Muorretriuwe

Een nieuw beroep: muurduwer.
Steeds meer huizen worden gebouwd met constructiefouten en het is vaak niet meer mogelijk om bij de noodgedwongen ontruimingen de bewoners elders onderdak te bieden. Veel gemeentes hebben nu de oplossing in een andere richting gezocht, de muurduwers. Deze duwers duwen in ploegendiensten van acht uur met hun voeten tegen de muren om zo instorting te voorkomen. Op de foto hierboven ziet u zo'n duwster aan het werk. De verwachting is dat in de komende jaren duizenden van zulke duwers nodig zullen zijn. Verschillende HBO-instellingen zijn hier al op ingesprongen en zijn gestart met de opleiding "muurduwen "
Wurk om 'e nocht
Of het nu om musiceren gaat of om filosoferen, om schilderen of om dichten – een werk van een genie is niet iets dat ergens toe dient. Nutteloosheid is de karakteristiek voor de werken van het genie, het is er de adelbrief van. Alle overige werken van mensenhand zijn er voor de instandhouding of vergemakkelijking van onze existentie, alleen die speciale waarvan hier sprake is zijn dat niet. Het zijn de enige producten die er uitsluitend omwille van zichzelf zijn en in die zin zijn ze op te vatten als de bloesem of als de zuivere opbrengst van ons bestaan. Bij het genieten ervan gaat dan ook ons hart open, want dan duiken wij op uit de aardse dampen van onze behoeftigheid. Analoog hieraan zien wij ook elders het schone maar zelden met het nuttige verenigd. ………..De mooiste gebouwen zijn niet nuttig: een tempel is geen huis om in te wonen. Dat een mens met edele en zeldzame talenten noodgedwongen louter nuttige bezigheden moet verrichten waartoe ook de banaalste persoon in staat zou zijn geweest, dat is alsof een schitterende, met het fraaiste schilderwerk versierde vaas als kookpot werd gebruikt. En nuttige lieden vergelijken met lieden van genie, dat is als het vergelijken van bakstenen met diamanten
Arthur Schopenhauer
Na het lezen van deze tekst heeft Doarmer zich voorgenomen, nooit weer iets nuttigs te ondernemen. Ook bij zaken, die hem worden opgedragen zal hij de vraag stellen “Het dient toch nergens toe , hoop ik.” Gelukkig is Doarmer werkzaam in een sector, waar hij zich al jarenlang bezig moet houden met dingen, die nergens toe dienen. Wat dat betreft werken er in deze sector alleen maar geniën .
Arthur Schopenhauer
Na het lezen van deze tekst heeft Doarmer zich voorgenomen, nooit weer iets nuttigs te ondernemen. Ook bij zaken, die hem worden opgedragen zal hij de vraag stellen “Het dient toch nergens toe , hoop ik.” Gelukkig is Doarmer werkzaam in een sector, waar hij zich al jarenlang bezig moet houden met dingen, die nergens toe dienen. Wat dat betreft werken er in deze sector alleen maar geniën .
vrijdag, september 29, 2006
As nimmen heart, is d'er gjin lûd
Im Kosmos und in der Geschichte erweitern wir ständig die Grenzen unseres Wissens. Es ist, als ob wir uns in der unabschlieβbaren Unendlichkeit des kosmisch und des geschichtlich Realen verlieren. Vor beiden wird die verschwindende Geringfügigkeit unseres Daseins bewuβt.
Aber der Kosmos? Er schweigt. Weiβ er von sich? In seiner Stummheit finden wir nicht das geringste Zeichen, daβ er ein Wissen von sich selbst hat. Wir aber wissen von ihm. Wir sind die auβerordentlichen Wesen, die von dem Gröβten, dem Kosmos, wissen und ihn erforschen können. Das Bewuβtsein der Nichtigkeit unseres Menschseins schlägt um in das Gegenteil.
Wenn wir nichts vom Kosmos wüβten, ist es dann nicht so, als ob er gar nicht wäre? Das klingt absurd.Aber wir fragen: Was wäre das für ein Sein, das nichts von sich weiβ und das von niemandem gewuβt wird? Wäre es die bloβe Möglichkeit des Gewuβtwerdens? Etwas, das gleichsam wartet, daβ es zur Erscheinung komme für ein Wesen, dem es erscheint? Sind wir, dieses Nichts im Kosmos, nicht das eigentliche Sein, nämlich das Auge, dem die Welt erscheint?
Ist der Gegenstand (=voorwerp) an sich da? Wir meinen ihn als solchen, der ist und zu dem wir kommen. Wir nennen ihn ein Etwas, ein Ding, ein Sachverhalt, ein Objekt. Doch er ist so, wie er sich zeigt, für uns. Weil wir sind, ist er so, wie er ist.
Karl Jaspers
Aber der Kosmos? Er schweigt. Weiβ er von sich? In seiner Stummheit finden wir nicht das geringste Zeichen, daβ er ein Wissen von sich selbst hat. Wir aber wissen von ihm. Wir sind die auβerordentlichen Wesen, die von dem Gröβten, dem Kosmos, wissen und ihn erforschen können. Das Bewuβtsein der Nichtigkeit unseres Menschseins schlägt um in das Gegenteil.
Wenn wir nichts vom Kosmos wüβten, ist es dann nicht so, als ob er gar nicht wäre? Das klingt absurd.Aber wir fragen: Was wäre das für ein Sein, das nichts von sich weiβ und das von niemandem gewuβt wird? Wäre es die bloβe Möglichkeit des Gewuβtwerdens? Etwas, das gleichsam wartet, daβ es zur Erscheinung komme für ein Wesen, dem es erscheint? Sind wir, dieses Nichts im Kosmos, nicht das eigentliche Sein, nämlich das Auge, dem die Welt erscheint?
Ist der Gegenstand (=voorwerp) an sich da? Wir meinen ihn als solchen, der ist und zu dem wir kommen. Wir nennen ihn ein Etwas, ein Ding, ein Sachverhalt, ein Objekt. Doch er ist so, wie er sich zeigt, für uns. Weil wir sind, ist er so, wie er ist.
Karl Jaspers
donderdag, september 28, 2006
Betekenis Betsjutting
Wie aan alles wilde twijfelen, die zou ook niet aan de twijfel toekomen. Het spel van het twijfelen zelf veronderstelt al zekerheid.
"Ik weet het" betekent vaak: ik heb goede redenen voor mijn uitspraak. Dus wanneer een ander het taalspel kent, dan zal hij toegeven dat ik het weet. Een ander moet zich, als hij het taalspel kent, kunnen voorstellen hoe je zoiets kan weten.
Ludwig Wittgenstein
De filosoof Wittgenstein heeft zich veel met de betekenis van woorden beziggehouden. Een van de dingen, die hij benadrukt is, dat deze betekenis eigenlijk helemaal afhangt van “de omgeving”, hij noemt dit “een taalspel”. De betekenis bijvoorbeeld van “bewijs” is voor een rechtbank iets heel anders dan voor een natuurkundige en weer iets heel anders voor een historicus. De laatste zal bijvoorbeeld “van horen zeggen “ soms als bewijs moeten accepteren, voor een natuurkundige bestaat zo’n bewijs niet. Wittgenstein betrekt dit op alle betekenissen. Terwijl hij zo de betekenis van woorden “relativeert”, houdt hij ook een opruiming onder allerlei bestaande filosofische problemen, in de kern zijn het “taalproblemen” . Met de Tractatus probeerde Wittgenstein de filosofie in kaart te brengen en toen was het voor hem in grote lijnen opgelost. Voor de rest was er de uitspraak “Waarover we niet kunnen spreken , daarover moeten we zwijgen”.Een tijd lang heeft hij zich ook niet met filosofie beziggehouden, hij zette sowieso weinig op papier, sommige dingen weten we dan ook alleen via studenten, die zijn college’s volgden. Hij “improviseerde” dan veel.
Doarmer houdt van deze filosoof, omdat Doarmer in een omgeving werkt, waar ook een taalspel is, maar de spelregels zijn nogal onduidelijk.Eindeloze bijeenkomsten , omdat er woorden worden gebruikt, die voor de deelnemers verschillende betekenissen hebben. Soms vindt Doarmer dit leuk, want je kunt gewoon meepraten, als je maar die woorden gebruikt en wat je ermee bedoelt, dat weet je zelf niet eens, laat staan de anderen, maar het geeft een goed gevoel, vergelijk het met een preek, ook daar zit men om bepaalde dingen te beluisteren, die bij dat taalspel horen. De inhoud is in wezen niet belangrijk.
Doarmer houdt van deze filosoof, omdat Doarmer in een omgeving werkt, waar ook een taalspel is, maar de spelregels zijn nogal onduidelijk.Eindeloze bijeenkomsten , omdat er woorden worden gebruikt, die voor de deelnemers verschillende betekenissen hebben. Soms vindt Doarmer dit leuk, want je kunt gewoon meepraten, als je maar die woorden gebruikt en wat je ermee bedoelt, dat weet je zelf niet eens, laat staan de anderen, maar het geeft een goed gevoel, vergelijk het met een preek, ook daar zit men om bepaalde dingen te beluisteren, die bij dat taalspel horen. De inhoud is in wezen niet belangrijk.
Wittenstein gaat nog verder : is het mogelijk de ander in een gesprek echt te “bereiken” , want wat zegt die ander ? Hij vraagt zich ook af wat wij eigenlijk willen als wij ons tot de ander richten en dat vraagt Doarmer zich soms ook af op zo’n bijeenkomst.
woensdag, september 27, 2006
dinsdag, september 26, 2006
maandag, september 25, 2006
Het voordeel van het dragen van schoenen
Nog één keer de schilder B.Met dit werk wil de schilder laten zien, dat mannen al op jeugdige leeftijd de voorkeur geven aan blondines, vooral als deze ook nog schoenen dragen. Let vooral op de gelaatsuitdrukking van het meisje rechts. Dodelijk. Dit in tegenstelling tot het meisje links, deze heeft haar plaats al geaccepteerd.
Als de avond komt As de jûntiid komt
‘k Scil for dy sjonge, as de jountiid komt,
wrâld, libben, minsken swije,
stiltme in wûnd’re wijing jowt
wirden en melodije.
‘k Scil for dy sjonge, as’t lúst’rjend hert
siele stimme forstiet,
trillet tomjitte de hertslach fen ’t swiet-
lûdich songene liet.
‘k Scil for dy sjonge! – de jountiid komt,
twiljocht oer alles leit….
yn ús klanken, yn ús muzyk,
om ús de ûneinichheid.
Rixt
wrâld, libben, minsken swije,
stiltme in wûnd’re wijing jowt
wirden en melodije.
‘k Scil for dy sjonge, as’t lúst’rjend hert
siele stimme forstiet,
trillet tomjitte de hertslach fen ’t swiet-
lûdich songene liet.
‘k Scil for dy sjonge! – de jountiid komt,
twiljocht oer alles leit….
yn ús klanken, yn ús muzyk,
om ús de ûneinichheid.
Rixt
Nieuwe oren Nije earen
Dies Buch gehört den Wenigsten. Vielleicht lebt selbst noch keiner von ihnen. Es mögen die sein, welche meinen Zarathustra verstehn; wie dürfte ich mich mit denen verwechseln, für welche schon heute Ohren wachsen? Erst übermorgen gehört mir. Einige werden posthum geboren.
Die Bedingungen, unter denen man mich versteht und dann mit Notwendigkeit versteht, ich kenne sie nur zu genau. Man muβ rechtschaffen sein in geistigen Dingen bis zur Härte, um auch nur meine Ernst, meine Leidenshaft auszuhalten. Man muβ geübt sein , auf Bergen zu leben, das erbärmliche Geschwätz von Politik und Völker-Selbstsucht unter sich zu sehn. Man muβ gleichgültig geworden sein, man muβ nie fragen ob die Wahrheit nützt, ob sie Einem Verhängnis wird..... Eine Vorliebe der Stärke für Fragen, zu denen niemand heute den Mut hat; der Mut zum Verbotenen; die Vorherbestimmung zum Labyrinth.
Die Bedingungen, unter denen man mich versteht und dann mit Notwendigkeit versteht, ich kenne sie nur zu genau. Man muβ rechtschaffen sein in geistigen Dingen bis zur Härte, um auch nur meine Ernst, meine Leidenshaft auszuhalten. Man muβ geübt sein , auf Bergen zu leben, das erbärmliche Geschwätz von Politik und Völker-Selbstsucht unter sich zu sehn. Man muβ gleichgültig geworden sein, man muβ nie fragen ob die Wahrheit nützt, ob sie Einem Verhängnis wird..... Eine Vorliebe der Stärke für Fragen, zu denen niemand heute den Mut hat; der Mut zum Verbotenen; die Vorherbestimmung zum Labyrinth.
Friedrich Nietzsche: uit voorwoord der Antichrist
zondag, september 24, 2006
De waterlelies in het geel
Gisteren 23 september was het de dag van de” betinking”. Op het “Reaklif” werd de slag bij Warns herdacht. Op deze weblog heeft al eens een beschrijving hiervan gestaan. De invasievloot, die komend over de toenmalige Zuiderzee op de kust van het “heitelân” landde en een leger aan land zette, dat vervolgens compleet in de pan gehakt werd. Elk jaar wordt deze overwinning herdacht en zo hoort het ook, overwinningen herdenk je en je laat het aan je tegenstander over om je nederlagen te vieren. Tijdens de betinking werd een nieuwe Friese vlag gepresenteerd, een gemeenschappelijke vlag voor alle Frieslanden. In deze vlag zitten vier pompeblêden, de vlag is van het Scandinavische type, dit om de banden van Friesland met dat gebied te onderstrepen. Het is de bedoeling dat deze vlag ca. 3,8 miljoen mensen aanspreekt op hun Friese identiteit. Op het twiljocht kunt u de vlag zien.
zaterdag, september 23, 2006
Oer leafde, emoasjes en hertstocht.
De manie van de moralisten eist niet de controle over de passies maar de uitroeiing ervan. Zij komen steeds tot dezelfde conclusie: enkel de ontkrachte mens is de goede mens.
Nietzsche, Der Antichrist
De vergeestelijking van de zinnelijkheid heet liefde; zij betekent een grote triomf over het christendom.
Nietzsche, Afgodenschemer (Götzendämmerung)
In de filosofie worden “rede” en “passie” vaak tegenover elkaar gezet. De “passie” wordt dan als negatief gezien, iets wat hoe dan ook vermeden moet worden. Afstandelijkheid , apatheia, is het ideaal. Zo niet voor de filosoof Nietzsche, voor hem is de tegenstelling er niet en misschien dat hij zelfs “de passie” boven de “rede” stelt. Nietzsche vond ook het lichaam belangrijk en hij spreekt spottend over de christelijke “ Leibsverächter”. Voor hem bestaat het leven niet uit ontzegging (waarom zou je dat doen?) en nederig zijn, dit zijn oude slavengewoontes, maar uit passie en uitbundigheid. Niet voor niets heet één van zijn werken “ Die fröhliche Wissenschaft”, waarin hij een gepassioneerd leven verdedigt, waarin men niet schenkt uit medelijden, maar uit overvloed, waarin men niet bang is voor emoties, maar ze juist als kracht ervaart.
Als je op je zwaard vertrouwt, hoef je geen schild mee te dragen.
Nietzsche, Der Antichrist
De vergeestelijking van de zinnelijkheid heet liefde; zij betekent een grote triomf over het christendom.
Nietzsche, Afgodenschemer (Götzendämmerung)
In de filosofie worden “rede” en “passie” vaak tegenover elkaar gezet. De “passie” wordt dan als negatief gezien, iets wat hoe dan ook vermeden moet worden. Afstandelijkheid , apatheia, is het ideaal. Zo niet voor de filosoof Nietzsche, voor hem is de tegenstelling er niet en misschien dat hij zelfs “de passie” boven de “rede” stelt. Nietzsche vond ook het lichaam belangrijk en hij spreekt spottend over de christelijke “ Leibsverächter”. Voor hem bestaat het leven niet uit ontzegging (waarom zou je dat doen?) en nederig zijn, dit zijn oude slavengewoontes, maar uit passie en uitbundigheid. Niet voor niets heet één van zijn werken “ Die fröhliche Wissenschaft”, waarin hij een gepassioneerd leven verdedigt, waarin men niet schenkt uit medelijden, maar uit overvloed, waarin men niet bang is voor emoties, maar ze juist als kracht ervaart.
Als je op je zwaard vertrouwt, hoef je geen schild mee te dragen.
Uitspraak van Doarmer op een congres van visboeren
Abonneren op:
Posts (Atom)


























