donderdag, september 28, 2006

Betekenis Betsjutting

Wie aan alles wilde twijfelen, die zou ook niet aan de twijfel toekomen. Het spel van het twijfelen zelf veronderstelt al zekerheid.

"Ik weet het" betekent vaak: ik heb goede redenen voor mijn uitspraak. Dus wanneer een ander het taalspel kent, dan zal hij toegeven dat ik het weet. Een ander moet zich, als hij het taalspel kent, kunnen voorstellen hoe je zoiets kan weten.

Ludwig Wittgenstein


De filosoof Wittgenstein heeft zich veel met de betekenis van woorden beziggehouden. Een van de dingen, die hij benadrukt is, dat deze betekenis eigenlijk helemaal afhangt van “de omgeving”, hij noemt dit “een taalspel”. De betekenis bijvoorbeeld van “bewijs” is voor een rechtbank iets heel anders dan voor een natuurkundige en weer iets heel anders voor een historicus. De laatste zal bijvoorbeeld “van horen zeggen “ soms als bewijs moeten accepteren, voor een natuurkundige bestaat zo’n bewijs niet. Wittgenstein betrekt dit op alle betekenissen. Terwijl hij zo de betekenis van woorden “relativeert”, houdt hij ook een opruiming onder allerlei bestaande filosofische problemen, in de kern zijn het “taalproblemen” . Met de Tractatus probeerde Wittgenstein de filosofie in kaart te brengen en toen was het voor hem in grote lijnen opgelost. Voor de rest was er de uitspraak “Waarover we niet kunnen spreken , daarover moeten we zwijgen”.Een tijd lang heeft hij zich ook niet met filosofie beziggehouden, hij zette sowieso weinig op papier, sommige dingen weten we dan ook alleen via studenten, die zijn college’s volgden. Hij “improviseerde” dan veel.
Doarmer houdt van deze filosoof, omdat Doarmer in een omgeving werkt, waar ook een taalspel is, maar de spelregels zijn nogal onduidelijk.Eindeloze bijeenkomsten , omdat er woorden worden gebruikt, die voor de deelnemers verschillende betekenissen hebben. Soms vindt Doarmer dit leuk, want je kunt gewoon meepraten, als je maar die woorden gebruikt en wat je ermee bedoelt, dat weet je zelf niet eens, laat staan de anderen, maar het geeft een goed gevoel, vergelijk het met een preek, ook daar zit men om bepaalde dingen te beluisteren, die bij dat taalspel horen. De inhoud is in wezen niet belangrijk.
Wittenstein gaat nog verder : is het mogelijk de ander in een gesprek echt te “bereiken” , want wat zegt die ander ? Hij vraagt zich ook af wat wij eigenlijk willen als wij ons tot de ander richten en dat vraagt Doarmer zich soms ook af op zo’n bijeenkomst.

3 opmerkingen:

Anoniem zei

Wittgenstein: Filosofie is een soort van verregaande grammaticale verwarring.

Anoniem zei

Heidegger, ook niet de eerste de beste zegt hierover het zijne en wel: "De taal is het huis van het zijn" in "Sein und Zeit"

Anoniem zei

Als de taalspelen veranderen, veranderen de begrippen en met de begrippen de betekenissen van de woorden

Ludwig Wittgenstein