donderdag, maart 31, 2011

It barde op in maaitiidsjûn Het gebeurde op een voorjaarsavond

Zeg kleine ree in ’t groene woud

Gisteravond zat Doarmer in de trein, toen hij plotseling een dreun hoorde, alsof er iets tegen de trein geklapt was. De trein stopte en er werd meegedeeld, dat men ging kijken wat er precies was gebeurd. In de coupé ontstond meteen een groepsgevoel. Mensen, die kort daarvoor elkaar wat ongemakkelijk genegeerd hadden, knoopten nu als vanzelfsprekend gesprekken aan. Een dame verkondigde overtuigd “dat dit wel uren kon duren, zij had het eerder meegemaakt, zo’n trein werd eerst helemaal gereinigd, voordat men verder reed”, een andere passagier zei wel vijf keer “nu mis ik beslist mijn busverbinding”. Buiten de trein liepen in het donker een paar mannen met reflecterende jasjes en omdat een raampje openstond , had weer een ander gehoord, dat deze mannen hadden gezegd “kijk daar hangen de darmen”. Toen werd het even stil in de coupé. Even later kwam de mededeling “ wij rijden verder, het was een ree”. Zo ziet u maar weer, het gevaar dreigt niet alleen in het kreupelhout.

zaterdag, maart 26, 2011

Wedzje Wedden

De gebruikelijke toetssteen om vast te stellen of dat wat iemand beweert louter overreding of op zijn minst een subjectieve overtuiging, dat wil zeggen, een vast geloof is, is de weddenschap. Het komt vaker voor dat iemand zijn stellingen met zoveel vertrouwen en onverzettelijkheid uitspreekt, dat hij zich in het geheel niet schijnt te bekommeren om een mogelijke vergissing. Een weddenschap brengt hem aan het wankelen. Soms blijkt dan dat hij wel overreding bezit, maar slechts genoeg om de waarde ervan op één dukaat te kunnen schatten, en niet op tien. Want één dukaat durft hij nog wel in te zetten, maar bij tien begint hij zich bewust te worden van iets wat hij daarvoor niet in de gaten had, namelijk dat het toch mogelijk is dat hij zich vergist heeft.

Kant

woensdag, maart 23, 2011

Nei ferrin Na verloop

Die von Kant entdeckte Idealität der Zeit ist eigentlich schon in dem, der Mechanik angehörenden Gesetze der Trägheit enthalten. Denn was dieses besagt ist im Grunde, dass die bloße Zeit keine physische Wirkung hervorzubringen vermag; daher sie, für sich und allein, an der Ruhe oder Bewegung eines Körpers nichts ändert. Schon hieraus ergibt sich, dass sie kein physisch Reales, sondern ein transzendentales Ideales sei, d.h. nicht in den Dingen, sondern im erkennenden Subjekt ihren Ursprung habe……. Denn wirksam sind allein die Ursachen im Verlaufe der Zeit, keineswegs er selbst. Daher wenn ein Körper allen chemischen Einflüssen entzogen ist, wie z.B. ein Mammut in der Eisscholle an der Lena, die Mücke im Bernstein……. Jahrtausende nichts an ihm verändern.

Schopenhauer

zondag, maart 20, 2011

De stipe De steun

jah qaþ du im: ni waiht nimaiþ in wig; nih waluns nih matibalg nih hlaib nih skattans (= en hij zei tot hen: neem niets mee voor onderweg, geen staf of tas, geen brood of geld)

Lucas 9

Doarmer was vanmiddag wat bezig met vakantieplannen en dat is tegenwoordig wel lastig met alle mogelijkheden, maar gelukkig vindt hij als trouw lezer van het Woord daar altijd weer steun.

vrijdag, maart 18, 2011

Jin fersinne Zich vergissen

Het eigenlijke leven van een gedachte duurt slechts totdat ze aan de grensscheiding is gekomen die wordt gemarkeerd door de woorden………Zodra ons denken namelijk woorden heeft gevonden, is het al niet meer iets echt innerlijks en verliest het de ernst die zijn kern uitmaakt. Waar het begint te bestaan voor anderen, daar houdt ons denken op in onszelf te leven, zoals een kind zich van zijn moeder losmaakt, wanneer het zijn eigen leven begint. Zegt ook niet de dichter:
Ihr müsst mich doch nicht durch Widerspruch verwirren!
Sobald man spricht, beginnt man schon zu irren.

Schopenhauer

Met de dichter wordt Goethe bedoeld en hoewel Doarmer een grote bewondering voor Schopenhauer heeft, vindt hij toch dat deze wat negatief over woorden, over taal is. Doarmer deelt meer de opvatting, dat denken en taal elkaar versterken, hoe gebrekkig het middel taal misschien ook is. Door te denken en het gedachte uit te spreken, komt ook het denken weer op een hoger niveau. Eigenlijk “zonder denken geen taal” en “zonder taal geen denken”.

zaterdag, maart 12, 2011

De grûnslach foarmje Ten grondslag liggen

De tijd is geen empirisch begrip dat van een of andere ervaring is afgeleid. Want co-existentie of opeenvolging zou zelfs niet worden waargenomen wanneer de voorstelling van tijd niet a priori aan deze waarneming ten grondslag zou liggen. Alleen onder voorwaarde dat deze voorstelling in ons aanwezig is, kunnen we voorstellen dat iets op een en hetzelfde moment (tegelijk) of op verschillende momenten (na elkaar) is. De tijd is een noodzakelijke voorstelling die aan alle aanschouwingen ten grondslag ligt. We kunnen ten aanzien van de verschijningen de tijd zelf niet opheffen, hoewel we heel goed de verschijningen uit de tijd kunnen wegnemen. De tijd is dus a priori gegeven. Alleen in de tijd is alle werkelijkheid van de verschijningen mogelijk.

Kant

vrijdag, maart 11, 2011

Heuvelje Berispen

Eerder uit trots dan uit goedheid berispen we anderen voor de fouten die ze begaan. We tikken hen niet zozeer op de vingers om hun fouten te corrigeren, als om duidelijk te maken dat wij ervan gevrijwaard zijn.

Wie zich te zeer toelegt op het kleine wordt vanzelf onbekwaam voor het grote.

Zwijgen is het beste voor iemand die zichzelf niet vertrouwt.

We worden in het dagelijks leven meer gewaardeerd om onze gebreken dan om onze goede eigenschappen.

We zijn zo gewend ons te vermommen voor anderen dat we ons uiteindelijk voor onszelf vermommen.

La Rochefoucauld

zaterdag, maart 05, 2011

Kaartspylje Kaartspelen

Hjir sil it jûn barre ( Hier zal het vanavond gebeuren)

vrijdag, maart 04, 2011

Ferantwurdlikens Verantwoordelijkheid

Ik ben in de wereld geworpen, niet in de zin dat ik aan mijn lot overgelaten en lijdzaam in een vijandig universum vertoef, als een plank die op het water drijft, maar juist in de zin dat ik me opeens alleen en hulpeloos aantref, geëngageerd met een wereld waarvoor ik de volledige verantwoordelijkheid draag zonder me, wat ik ook doe, van die verantwoordelijkheid te kunnen losscheuren…………Wie in de angst zijn gesteldheid verwerkelijkt, de gesteldheid geworpen te zijn in een verantwoordelijkheid die zich zelfs tot zijn geworpenheid zelf uitstrekt, heeft geen spijt, geen wroeging en excuus meer; hij is nog slechts een vrijheid die zichzelf volledig ontdekt en waarvan het zijn in de ontdekking zelf is gelegen. Maar meestal ontvluchten we de angst in kwade trouw.

Sartre