woensdag, januari 03, 2007

In boek

Dit boek gaat over een waargebeurd verhaal, waarbij vrijheid, dood, liefde, hartstocht en zelfs de filosoof Nietzsche een rol spelen. De hoofdpersoon is een steenvoeger, klompenmaker, stroper en accordeonist, die Nietzsche leest. En zoals het gaat met die boeken, er is ook een film van gemaakt.

dinsdag, januari 02, 2007

In byljende hûn Een blaffende hond

In aardig wat gevallen maakt onnodige bedeesdheid het probleem groter dan het is. De publieke opinie is altijd tirannieker jegens degenen die haar duidelijk vrezen, dan jegens degenen die er onverschillig onder blijven. Een hond blaft luider en bijt sneller als mensen bang voor hem zijn dan wanneer ze hem met verachting behandelen en de mensenkudde heeft deze eigenschap ook in zekere mate. Als u laat merken dat u bang voor hen bent, bent u een gemakkelijke prooi, maar als u onverschilligheid laat blijken beginnen ze aan hun eigen macht te twijfelen en laten u sneller met rust…….. Conformistische mensen raken zwaar geïrriteerd door afwijkingen van de conventies omdat ze die afwijkingen als kritiek op zichzelf beschouwen. Ze vergeven echter de non-conformistische trekken in iemand die genoeg vrolijkheid en vriendelijkheid in zich heeft om zelfs aan de domste duidelijk te kunnen maken dat hij geen kritiek op hem heeft….. Het heeft natuurlijk geen zin de publieke opinie met opzet te tarten; wie dat doet laat zich er nog steeds door beheersen, zij het op een omgekeerde manier. Maar echte onverschilligheid ervoor is een teken van kracht en een bron van geluk.
Bertrand Russell

In dizige freon Een vage vriend

Stel u hebt een vriend, die mijnheer Jansen heet. Als fysiek object zijn zijn grenzen ietwat vaag, zowel omdat hij steeds elektronen verliest en weer nieuwe verwerft, als omdat een elektron, als stuk elektriciteitsdistributie, niet plotseling ophoudt op zekere afstand van zijn middelpunt. De oppervlakte van mijnheer Jansen heeft daarom iets spookachtigs en onwezenlijks, dat ge niet gaarne associeert met uw schijnbaar zo massieve vriend. Het is niet nodig ons in de subtiliteiten van de theoretische natuurkunde te verdiepen om duidelijk te maken, dat uw vriend Jansen op droevige wijze onbepaald is. Wanneer hij bezig is zijn nagels te knippen, is er een ondeelbaar ogenblik, gedurende hetwelk het twijfelachtig is, of zij nog deel van hem uitmaken of niet. Wanneer hij een stuk vlees eet - op welk ogenblik begint dat dan deel van hem uit te maken? Wanneer hij koolzuur uitademt, wanneer houdt dit dan op tot hem te behoren - als het zijn neusgaten verlaat? Zelfs wanneer we deze laatste vraag bevestigend beantwoorden, blijft er toch een eindige tijd, gedurende welke het twijfelachtig is, of bepaalde moleculen zijn neusgaten al dan niet zijn gepasseerd. Om deze en andere redenen is het twijfelachtig, wat nu wel deel uitmaakt van mijnheer Jansen, en wat niet. Dit wat betreft de vaagheid in ruimtelijk opzicht.
Bertrand Russell: De menselijke kennis
Russell wil met dit voorbeeld de beperking van de taal aangeven. Wat bedoelt iemand, als hij zegt “dit is mijn vriend Jansen” en de vaagheid zit dan niet alleen in het ruimtelijke, maar ook in de tijd. Taal is voor hem een onmisbaar werktuig, de taal geeft niet alleen uitdrukking aan gedachten, maar maakt ook gedachten mogelijk, die zonder taal niet zouden bestaan. De taal heeft echter een “grove benadering” van de werkelijkheid ,suggereert een concreetheid in objecten, die ze volgens de natuurkunde niet hebben. De filosoof heeft het probleem, dat hij gebruik maakt van de taal, maar tegelijkertijd deze “grove benadering” moet bestrijden.

maandag, januari 01, 2007

It nije jier

Doarmer wenst iedereen een gelukkig 2007
Doarmer winsket eltsenien folle lok en seine yn 2007

It nije jier begjint mei rein
sa’t ek it âlde einige,
it nije jier ûnthjit mei grize loften
sa’t ek it âlde die.
Faaks hat, wat barre sil,
al west, al tûzenfâldich,
om’t alles is,
yllúzje fan tiid en romte.

De stad E.

Earne yn’e stêd E. op in desimbermiddei

zondag, december 31, 2006

In twapetear Een tweegesprek

God:
Gij smaakt als een wijndruif,
gij geurt als een balsem,
gij straalt als een zon,
gij zijt een groei van mijn hoogste minnen.
De ziel:
Gij zijt mijn spiegelberg,
mijn lust voor het oog,
een verliezen van mijzelf,
een storm van mijn hart,
een vallen en ondergaan van mijn kracht.

Mechthild von Magdeburg (1207-1282)
Een middeleeuwse mystica .Haar belangrijkste werk is "Ein fließendes Licht der Gottheit".

zaterdag, december 30, 2006

Loaikje Luieren

Gustave Courbet (1819-1877)

donderdag, december 28, 2006

In grutte en in lytse tsjerke


Vervlogen dromen

Rûzje, rûzje wyn,
sjong dat liet fan wiere minne,
rûzje, rûzje, wyn,
fan dy leafde lang ferlyn,
Hja binne earne tein,
Yn’e stoarm fan hûs fertstaat,
dreamen binn’ ferflein
yn’t saffieren mearminsklaad.

G.Jonkman

Earne yn Fryslân Ergens in Friesland

Ik vond een tijdje geleden deze oude foto ergens tussen mijn boeken. Kan iemand mij vertellen in welk dorp deze kerk staat? Ik heb geen idee.

Ik fûn in skoftke ferlyn dizze âlde foto earne tusken myn boeken. Kin immen my sizze yn hokker doarp dizze tsjerke stiet? Ik soe it net witte.

woensdag, december 27, 2006

De wente De woning


Vol alcohol, zwaarmoedigheid
En eerbied voor de Maagd,
Woon ik in Friesland.
Niet mijn, Uw wil geschiede.

Reve

dinsdag, december 26, 2006

Een droevig verhaal

De vervuilde oude man strompelde door het donkere park, terwijl een ijskoude noordenwind met wat vergeten bladeren speelde. Hij had al twee dagen nauwelijks iets gegeten en hij had het gevoel alsof hij de intense kou nooit meer kwijt zou raken. Hij dacht, laat ik maar eens gaan slapen op dat bankje daar, toen ineens zijn gezicht opklaarde en zijn tong onwillekeurig langs zijn lippen bewoog. Zijn smoezelige ongeschoren gelaat werd levendig, want naast het bankje boven in de afvalbak zag hij een broodje liggen, weliswaar verschimmeld, maar toch een broodje!...... Hoe lang was dat al geleden? Terwijl hij bezig was het broodje wat schoon te krabben, zo te zien had iemand met hondenpoep aan zijn schoen er boven op gestaan, ontdekte hij naast de afvalbak een dode rat, weliswaar in verregaande staat van ontbinding, maar toch….. vlees! Hoe lang was dat al geleden? Hij kon zich het niet meer herinneren. Brood en vlees en dat nog wel op kerstavond. Had het geluk hem nu niet helemaal in de steek gelaten of was het meer dan alleen geluk? Snel pakte hij de dode rat, stopte hem tussen het broodje en zittend op de bank op deze koude kerstavond begon hij langzaam, van elk hapje genietend, te peuzelen. Hij merkte niet eens, dat de eerste dikke sneeuwvlokken naar beneden dwarrelden. Hij dacht aan vroeger, toen zijn leven er toch heel anders uitgezien had. Goed, vrienden had hij eigenlijk nooit gehad. Zelfs in zijn jeugd, hij was enig kind, had hij eens een gesprek tussen zijn ouders afgeluisterd en gehoord hoe zijn vader zei “ Ik zou er wel een maandsalaris voor over hebben, als die jongen eens opdonderde”. Nu verdiende zijn vader wel niet zo veel, maar toch was het een harde opmerking. En ondanks alles begrijpelijk, want hij wist zelf ook, dat hij niet deugde……….

Begin van een kerstverhaal, eens voorgelezen aan een onderw. instelling te A.

maandag, december 25, 2006

Sljochtwei tinke Gewoon denken

Bij de overgang van de wereld van het gewone denken naar die van de natuurkunde bleven verschillende veronderstellingen van het gewone denken gehandhaafd, zij het dan in gewijzigde vorm. We nemen bijvoorbeeld aan, dat de meubels van onze kamer blijven bestaan, wanneer wij ze niet zien. Het gewone denken meent, dat datgene, wat voortbestaat, datgene is, wat we zien, wanneer we kijken, maar de natuurkunde zegt, dat wat voortbestaat, de uitwendige oorzaak is van wat we zien,d.w.z. een uitgebreide verzameling van atomen welke voortdurend quantumtransformaties ondergaan. In de loop van deze transformaties stralen zij energie uit, welke, wanneer zij in aanraking komt met een menselijk lichaam, verschillende uitwerkingen heeft, waarvan sommige “waarnemingen” worden genoemd.
Bertrand Russell

Donkere gouwe en groen venushaar

Hylas ging erop uit om vers water te vinden en hij kwam bij een heldere poel. Daar wilde hij zijn waterkruik vullen, maar vervolgens werd hij door lieftallige nimfen het water ingetrokken. Hij is nooit weer teruggekomen.

Al snel bemerkte hij een bron,
in een lage plaats, en eromheen was veel riet,

donkere gouwe en groen venushaar
en weelderige eppe en zich door het veen verspreidend hondsgras.
Midden in het water bereidden de Nimfen de dans voor,
de Nimfen die niet slapen, de verschrikkelijke godinnen voor mensen van het platteland,
Eunika en Malis en Nucheia met de lenteblik.

De jongen stak de grote beker naar voren in de rivier,
omdat hij hem erin wilde dopen, maar zij pakten allemaal zijn hand,
want liefde voor het Argivische kind had hun tedere harten van slag gebracht.

Uit:Theocritus, Idylle XIII

zondag, december 24, 2006

De laurier

Giovanni Tiepolo (1696-1770)
De nimf Daphne achtervolgd door Apollo, verandert in een laurier. De veroorzaker van dit alles, Cupido, verschuilt zich achter Daphne.

zaterdag, december 23, 2006

De earstling

De mens ging werken zonder zingen -
geen weet waarom, geen weet voor wie'n.
Onschuld en schoonheid, eerstelingen,
zijn wereld 's vijanden sindsdien.
Hebt gij, verrukt in huiveringen,
vannacht hun eersteling gezien?

Hij sprong te voorschijn, stond, en rilde
van drift en heldere onschuld, waar
een ronde maan de sneeuw der stilte
bescheen, en plots werd ik gewaar
de rechte lange hoorn, die trilde
van schoonheid en van doodsgevaar.

Laat zo 't gedicht geboren wezen
in een besprongen " nu en hier",
wanneer - een volle droom, gerezen
boven de sneeuw van het papier -
de schijfstift trilt van lust en vrezen,
hoorn van dat wild, onschuldig dier.

A.Roland Horst

Oer in doarp en in skriuwer

Voorjaar 1964. De inwoners van Greonterp begroeten een nieuwkomer: het is Gerard Reve, de volksschrijver die zich op dat moment nog Gerard Kornelis van het Reve laat noemen. Reve heeft een leegstaand arbeidershuisje in het midden van Greonterp gekocht. Hij blijft er zeven jaar wonen.
Het zijn jaren waaraan de Greonterpers tot op de dag van vandaag aan herinnerd worden. En soms is dat best vermoeiend, blijkt uit een telefoontje aan voorzitter J. Galema van Dorpsbelang Greonterp. ,,Reve? Ach, dêr is alles wol oer sein.”
Galema woonde jarenlang tegenover Reve, op de boerderij aan de overkant van de straat. Na enig aandringen vertelt hij dat hij goed kon opschieten met de bekende schrijver. Dat gold eigenlijk voor alle Greonterpers. ,,Der wie neat mis mei dy man. Hy wie moeilik foar himsels, net foar ús.”

Uit: Friesch Dagblad

vrijdag, december 22, 2006

It mearke Het sprookje

Gisteravond heeft Doarmer een sprookjesachtig feest gehad. Hij heeft werkelijk zijn ogen uitgekeken, want als visboer maak je dat nooit mee. Overal waren prachtig versierde kerstbomen en er was ook een grote trap met allemaal lampjes en dan de dansvloer…….! En iedereen had ook hele deftige kleren aan en was vrolijk ,er werd gedanst en gelachen en men riep snaakse dingen naar elkaar . Doarmer heeft natuurlijk niet zo veel opleiding gehad, soms begreep hij de moeilijke woorden, die de dames en de heren gebruikten niet, maar men deed vriendelijk tegen hem en hij mocht gewoon meedoen. Vooral de dames zagen eruit als prinsessen, en misschien waren ze dat ook wel en af en toe viel de mond van Doarmer open, zo mooi, hij wist helemaal niet, dat dit bestond. Hij zag ook een paar bekenden, die op de markt wel eens een visje kopen, zoals dr. Oetker, de huisvrouw te H. en Pistolen Pieter. Ook zij waren uitgelaten en Pistolen Pieter schoot af en toe met een zilverkleurig pistool in de lucht, wat de feestvreugde alleen nog maar vergrootte. Het was werkelijk een onvergetelijke avond en Doarmer wil bij deze iedereen bedanken, die ervoor gezorgd heeft, dat hij erbij mocht zijn en het bewijst maar weer eens, dat de kerstgedachte bij heel veel mensen nog leeft!

donderdag, december 21, 2006

woensdag, december 20, 2006

Krystfieling Kerstgevoel

De wite fûgel en de twirre

Sjoch yn’e loft op winterjûn
de wite moannefûgel,
dy’t mei syn wjukken sêft
de swiete twirre streaket,
sadat hja derten dûnset
yn it fiere ljocht
fan laitsjende stjerren.

dinsdag, december 19, 2006

De krystbeam en de fjoerkoer

Ook Doarmer heeft een kerstboom, natuurlijk geen echte boom, en ook het vuur in de vuurkorf is namaak, maar toch is het zo voor hem een beetje kerst.

De zwerver buiten de stad

Om onze Europese moraliteit eens uit de verte te bezien, om haar aan andere, vroegere of toekomstige, moraliteiten af te meten, daartoe moet men te werk gaan, zoals een zwerver te werk gaat, die wil weten hoe hoog de torens van een bepaalde stad zijn; daartoe verlaat hij die stad. Gedachten over morele vooroordelen vooronderstellen, willen zij geen vooroordelen over vooroordelen zijn, een positie buiten de moraal, een Voorbij Goed en Kwaad, waartoe men moet opklimmen, klauteren, vliegen…… de vraag is of men werkelijk naar boven kan. In hoofdzaak is het de vraag , hoe licht of hoe zwaar zijn we, het probleem van ons “soortelijk gewicht”. Men moet zeer licht zijn, om zijn wil tot perceptie tot in zulke verten en als het ware boven de tijd uit door te drijven, om zich ogen te verschaffen voor een overzicht over millennia en dan ook nog een klare hemel in deze ogen! Men moet zich losgemaakt hebben van veel wat juist ons Europeanen van vandaag drukt, remt, neerhoudt, zwaar maakt.

Fr.Nietzsche: Die fröhliche Wissenschaft

Oer de minske Over de mens

In het midden der wereld heb Ik u gesteld, opdat gij vrij naar alle zijden kunt rondzien, en uitzien waarheen het u behaagt. Niet hemels, niet aards, niet sterfelijk en ook niet onsterfelijk hebben wij u geschapen. Want gij moet uw eigen vrije triomferende werkmeester en beeldhouwer zijn en uzelf vormen uit de stof die gij verkiezen zult. Het staat u vrij tot de onderste trap van de dierenwereld te zinken, maar gij kunt u ook verheffen tot de hoogste goddelijke sfeer.
Hoe groot is de mildheid Gods! Welk een wonderbaar hoog lot is de mens geschonken! Voor hem het geschenk, dat hij verlangt! Hij kan zijn wat hij begeert! De dieren bezitten van de geboorte af alles wat zij ooit zullen bezitten. In de mens alleen strooide de Vader bij zijn geboorte het zaad tot allerlei werk en de kiemen van iedere soort van levenswijze.

Pico van Mirandola : Over de waardigheid van de mens (1496)

Het is alsof Sartre hier aan het woord is, maar Mirandola heeft een optimistischer kijk op de vrijheid , terwijl Sartre beweert , dat wij tot “vrijheid” veroordeeld zijn of we willen of niet.

maandag, december 18, 2006

Jûn Avond

Boerenmeisje blaast de hoorn.
De gele maan schijnt door de bomen.
Boerenmeisje koost de rozen
in de blauwe manen van het paard.

Bleker gaan haar handen door het donker
naar de rozen nijgen die de grond bevonken.
Gans verslonden in gepeinzen
voelt zij zonder droefnis zich verkwijnen
in de rozen van gepeinzen.
Maan en rozen graast het paard.
Als de moede mannen komen
is zij maan en rozen waard.

M.Gilliams

Trije foarbylden

Net als Lyotard gaat ook de Schotse denker Alasdair MacIntyre (prachtige naam!) uit van een maatschappij zonder “groot verhaal” en kan de hedendaagse moraal zich niet meer legitimeren. De standpunten over morele beginselen lopen sterk uiteen , men probeert wel het publieke debat te voeren met rationele argumenten, maar in wezen zijn deze discussies eindeloos en bevestigen alleen maar de onmogelijkheid van legitimering. De moraal heeft geen rationeel fundament. Nietzsche zei al, dat is altijd zo geweest ,“goed” en “kwaad” worden bepaald door de “machthebbers”. Maar wie heeft tegenwoordig de macht , nu er geen groot verhaal meer is? Voor MacIntyre is de maatschappij een arena van conflicten, ook hier heeft Nietzsche al het nodige over gezegd , maar interessant wordt hij, als hij beweert , dat onze maatschappij drie archetypen, men zou kunnen zeggen rolmodellen , oproept: de manager, de therapeut en de estheet . Zij symboliseren de vaardigheden, die men nodig heeft voor een “geslaagd” individueel leven met “waarden” als controle ,manipulatie en efficiëntie.

De tewaterlating

D. met bezem en zelfbewuste tred op weg naar de proef.
Een opgeluchte D. na de proef

zondag, december 17, 2006

Geruchten

hoofd ener onderw. instelling
Geruchten en spanning overal.Wordt dit de nieuwe baas van D., als ze blijft drijven of krijgt pater Pierre zijn zin en wordt het de brandstapel? En wat als ze zinkt? Gaan er dan andere koppen rollen? De pater is nog lang niet uitgejaagd!

Fansels Vanzelfsprekend

Jean-Francois Lyotard schreef in 1979 een rapport met de naam La condition postmoderne. Hierin beschrijft hij de 'postmoderne' mens zonder vertrouwen in de grote verhalen, zoals bijvoorbeeld de emancipatie van de arbeiders volgens Marx of de verbreiding van de rijkdom volgens de kapitalisten . De mensen hebben te veel dingen zien gebeuren, die in strijd zijn met die grote verhalen. Net als Nietzsche zegt hij, dat er geen werkelijk algemeen levensdoel bestaat. Ieder wordt naar zichzelf terugverwezen en dit zelf stelt weinig voor, er staat niets of niemand aan het stuur van de geest en om deze” leegte” circuleren steeds weer andere woorden en driften. Niets is vanzelfsprekend. Volgens Lyotard moet je af en toe “ de roest van je bestaan schuren”. Je moet nieuwsgierig blijven naar een mogelijke invulling van de zin van het leven, maar je moet het antwoord steeds open houden, je moet je niet vastleggen. Dat is niet gemakkelijk. Schrijven en filosoferen zijn voor hem daden van verzet tegen de schijnbaar vanzelfsprekende gang van zaken.Hij zegt: ”Zekerheid hebben we niet nodig. Je kunt prima leven in onzekerheid, dat biedt je de ruimte om je eigen bestaan in te vullen. De zin van het leven? Je moet die vraag niet beantwoorden, denk ik. Je kunt dit beter openhouden, tot het eind. Op deze vraag is geen definitief antwoord mogelijk. Daarmee wil ik niet zeggen dat het leven zinloos is. Je moet er alleen steeds opnieuw een draai aan geven. Steeds opnieuw. De zin van het leven is het creëren van de zin van het leven, is het creëren van de zin van het leven, is het creëren van de zin van het leven.”

De sinne, it bern en de toarst.

Schrijvend met de zon op mijn hand
ademend tussen blote woorden
op de strandwei van het papier
zie ik een kind door de regels lopen,
zorgeloos, met ogen die alles
drinken tot op de bodem.Alles.

Als ik het roep bij mijn eigen naam
blijft het even tussen twee zinnen
wachten, kijkt mij verwachtend aan,
ledigt mij en laat mij achter:
dorstend boven een zee van taal.

Bert Voeten

zaterdag, december 16, 2006

Wat bliuwt oer Wat blijft over

Ik weet niet of ik u moet bezighouden met de eerste meditaties die ik er hield; want deze zijn zo abstract en zo ongewoon dat ze wellicht niet naar ieders smaak zullen zijn. Als men evenwel wil kunnen oordelen of mijn fundamenten voldoende stevig zijn, dan ben ik eigenlijk wel gedwongen er iets over te zeggen. Ik had allang opgemerkt dat men, als het om handelen gaat, zich vaak moet houden aan meningen waarvan men weet dat ze onzeker zijn, hoewel men moet doen alsof ze onbetwijfelbaar zijn, zoals hierboven gezegd is, maar omdat ik mij uitsluitend wilde wijden aan het onderzoek van de waarheid, meende ik nu dat ik het tegenovergestelde moest doen en al datgene waarvan ik mij kon voorstellen dat ik eraan zou twijfelen als absoluut onwaar moest verwerpen, teneinde na te gaan of er daarna nog iets zou overblijven waarvan ik mocht geloven dat het volledig onbetwijfelbaar is. Zo besloot ik dat, gegeven het feit dat onze zintuigen ons soms bedriegen, ik moest vooronderstellen dat niets is zoals het ons door de zintuigen wordt voorgespiegeld…… En ten slotte, overwegend dat we alle gedachten, die we hebben als we wakker zijn, ook kunnen hebben wanneer we slapen ( terwijl er dan in werkelijkheid geen een bij is die waar kan zijn), nam ik het besluit om te doen alsof alles wat mij ooit voor de geest was gekomen, niet meer waarheid bevat dan een bedrieglijke droom. Maar onmiddellijk daarop besefte ik dat, terwijl ik aldus wilde menen dat alles onwaar is, het noodzakelijk was dat ik, die dat dacht, iets ben.

Descartes – Discours de la méthode (1637)

De tsjoenster De heks

Op de weblog is nogal wat commotie ontstaan over de vraag of D. een heks is. Pater Pierre de Bree s.j. heeft het voorstel gedaan om haar aan een heksenproef te onderwerpen om zo vast te stellen of haar hemelse uitstraling niet slechts een list van de duivel is. Natuurlijk heeft de pastoor te H. zich meteen in zaak gemengd en contact opgenomen met de H.vader. Van de kant van de kerk is er geen enkel bezwaar tegen een dergelijke proef en omdat van uitstel alleen maar afstel komt, is besloten, dat de proef maandag a.s. om 14.05 uur in het kanaal tegenover het Ketternest zal plaatsvinden. De pastoor en de pater zullen beide erop toezien, dat men zich volledig aan de voorgeschreven procedure houdt en daarom hebben zij reeds een schema gemaakt. Ook D. heeft toegezegd te zullen meewerken, omdat zij overtuigd is van haar onschuld, ze zei “ Dan zijn meteen al die praatjes de wereld uit, het enige waar ik moeite mee heb, is de watertemperatuur in deze tijd van het jaar, maar Hij zal mij helpen”. De kade wordt enige tijd voor het verkeer afgesloten en de politie roept iedereen op zo veel mogelijk met het openbaar vervoer te komen gezien de te verwachten belangstelling.

vrijdag, december 15, 2006

Leafde yn har eagen

Mijn vrouwe draagt de liefde in haar ogen,
en dat waarnaar zij kijkt wordt zacht en goed.
Elk wendt zich naar haar toe, en wie zij groet,
voelt zich geroerd en wordt, het hoofd gebogen,

tot spijt om elke eigen fout bewogen,
terwijl zij achterdocht en overmoed
voor haar volmaakte schoonheid vluchten doet.
Ik eer haar. Steun mij, vrouwen, in mijn pogen.

In ’t hart van allen die haar horen spreken,
wekt zij zo’n deemoed dat men hen nadien
om hun zachtmoedigheid te meer waardeert.

Als zij ons even met een lach vereert,
beseffen wij dat wij een wonder zien
waarvoor ons woorden en begrip ontbreken.

Dante Alighieri (1265-1321)

De boze brief

Doarmer ontving vandaag een brief met de volgende inhoud:

Je weet, Doarmer, dat ik heus wel tegen een grapje kan, maar jij en B. zijn deze keer te ver gegaan. Nota bene op de dag, die voor mij de gelukkigste van het jaar had moeten zijn, komen jullie aanzetten met een “zogenaamd geschenk”, een heks op een bezemsteel en dat is wel het laatste, waarop ik zat te wachten. Jullie hebben daarmee mijn hele dag kapot gemaakt, ja, lees dat maar goed, kapot gemaakt. Waaraan heb ik dat verdiend? Vooral jij Doarmer valt mij ontzettend tegen. Wie heeft er steeds voor koffie gezorgd, als jij verkleumd van de kou binnenkwam? Denk daar maar eens goed over na! Ik heb na gisteren mijn conclusies dan ook getrokken. Jou en dat “vriendje” van je wil ik hier nooit meer zien en zeker niet op de dag, die de gelukkigste van het jaar moet zijn.

De groeten
D.

De lezers kunnen zich voorstellen, dat Doarmer erg schrok, toen hij deze brief las. Hij krijgt wel vaker boze brieven, maar deze sloeg alles. Waarom had D. eigenlijk een heks op een bezemsteel als geschenk gekregen? B. en Doarmer waren van plan een beeldje van een lief herderinnetje met een schaapje voor D. te kopen, maar de verkoopster in de winkel zei “ Dat moeten jullie niet doen, de moderne vrouw identificeert zich in de eerste plaats met de heks. Zo’n herderinnetje is veel te “vanille”. B. en Doarmer luisteren altijd goed, als ze iets over vrouwen kunnen leren en zij hebben dus die heks gekocht. En zo zien de lezers maar weer, dat door een klein misverstand een vriendschap helemaal voorbij kan zijn, want D. zal wel heel lang boos blijven.

De hillige famylje


Stille nacht, Hillige nacht

Stille, nacht, hillige nacht,
Heech oer 't fjild, himelljacht,
't Bernke yn 'e krêbbe,
it slommet sa swiet,
Glimkjend yn sliep ta it ingleliet;
Lyts en dochs wûnder fan krêft,
Slomje no bernke, sliep sêft.

Stille nacht, Hillige nacht,
D' ierde jout lúst'rjend acht,
Fier oer de loft giet it boadskip rûn,
God hat wer nocht oan de minsken fûn,
Frede is d' ierde biskern,
Frede oan ús fan dit bern.

Oerset troch D. Kalma

donderdag, december 14, 2006

Rie fan 'e wolf

Rin net efter my
faaks lied ik net.
Rin net foar my
faaks folgje ik net.
Rin njonken my,
sadat wy as ien binne

Oersetting:
Loop niet achter mij
misschien leid ik niet.
Loop niet voor mij
misschien volg ik niet.
Loop naast mij,
zodat wij als één zijn

van het internet

woensdag, december 13, 2006

De E code



Welke rol heeft Pistolen P. in de hele affaire gespeeld ? Wat is de betekenis van de raadselachtige code op dat groene bord? En wie is die geheimzinnige figuur in het blauw bij de kerstboom? Kortom allemaal vragen, of beter gezegd mysteries, die Doarmer de laatste tijd bezighouden.

dinsdag, december 12, 2006

Desimberkjeld Decemberkou

Uit de serie dinsdagmiddaggedichten:

Hjoed , tiisdei, samar in petear
oer gewisse yn A.
Semantyk yn’ e desimberkjeld,
it deistige moetet de ferbjustering
foar it each, dat sjocht,
foar it ear, dat harket.
Emoasjes, ôfwiksele troch sifers,
sile yn dizige wurden
oer ûngelikense weagen,
in wolf tusken de skiep.

maandag, december 11, 2006

De wei en de skilen

De weg naar de Waarheid
is bezaaid met schillen

In flecht fûgels

En toen zijn hand de gouden lier bewoog,
Appollo’s gave, een klankenrijke zon,
was’t, of door’t grauw op de Acheron
een vlucht van schitt’rende gele vogels vloog.

En nu voor’t eerst cirkelde in lichte boog
om schimm’lig dodenland een horizon,
waar ’t grijs van de affodil tot roos begon
te ontvlammen, nu ’t van Orpheus vol zich zoog.

’t Leek, of de bovenwereld naar de Nacht
was neergezonken, nu tot wereldpracht
openstraalden Orpheus’ metamorfosen:

zijn purpren mantel was door eigen licht
een morgenhemel, en zijn wit gezicht
een stille Olympus, vol apotheosen.

J.A. Dèr Mouw

zondag, december 10, 2006

De waarheid, de schillenboer en de marktvrouw

Vandaag had Doarmer een aantal bijzondere ontmoetingen. Eerst kwam hij de Waarheid tegen. Hij had altijd gedacht, dat de Waarheid niet bestond, maar dat blijkt dus een vergissing te zijn. Toen Doarmer dit de Waarheid vertelde , moest zij , de Waarheid is uiteraard een vrouw, ontzettend lachen. “ Ja “, zei ze, “ dat misverstand kom ik wel vaker tegen, maar ik besta wel degelijk, dat zie je toch.” Dat kon Doarmer niet ontkennen en hij maakte meteen van de gelegenheid gebruik om de Waarheid een vraag te stellen. “ Ben ik aardig ?”, vroeg hij. “ Dat ben jij. “ antwoordde de Waarheid meteen. Opgelucht liep Doarmer verder, want de Waarheid had gesproken. Even later zag hij langs de weg naast een bak een schillenboer met een hart van mos zitten, die op nieuwe schillen wachtte. “ Volgens mij heb jij de Waarheid gezien”, riep de schillenboer “ doe je daar ook iets mee?” Tja, dacht Doarmer, wat moet je ermee , je kunt de Waarheid onder ogen zien, maar dan houdt het wel op. “Vergiss mich”, hoorde hij de schillenboer nog roepen, maar Doarmer liep stevig verder en na ongeveer een half uur stapte hij de herberg van het stadje D. binnen. Daar had hij zijn derde ontmoeting, want aan de bar zat een vrouw, die hij kende van de markt. “Je moet je haar niet kammen, anders word ik boos”, zei ze. Een boze marktvrouw is wel het laatste, wat Doarmer wil en hij beloofde meteen nooit weer een kam aan te raken. “ Zo mag ik het horen” gromde de vrouw “ terwijl ze een jenever achterover sloeg, “ maar spreek je de waarheid, ik vertrouw je niet helemaal, je bent het type computerreparateur.” Doarmer probeerde nog uit te leggen, dat hij eigenlijk een onschuldig kind is, dat naïef door de wereld dwaalt, maar de marktvrouw bleef onverbiddelijk. “ Vraag de schillenboer maar, die zit verderop bij een bak en anders de Waarheid zelf, want die loopt daar ook ergens rond”, zei Doarmer wanhopig. De marktvrouw greep hem bij de kraag en keek hem diep in de ogen en zei “ Nu moet jij eens goed luisteren, ventje , de Waarheid loopt niet rond, maar bevindt zich altijd op een vaste plaats, zodat zij gevonden kan worden en een schillenboer daarentegen zit niet op schillen te wachten maar loopt rond met de kar om ze te verzamelen, jij kletst maar wat.” De woorden van de marktvrouw raakten Doarmer diep en terwijl zij nog steeds stevig zijn kraag vasthield, besefte hij, dat het wel eens lastig is als je het leven als een grote droom beschouwt.

zaterdag, december 09, 2006

It each fan 'e sinne Het oog van de zon

‘t Wyt fen myn hert in sin
iz Galathæe.Ick bin
trog her snie-wijt, in wirde
oon her, ijn ljeafde, buw’n;
ick kin’t fen her naet hirdde,
æf ick flamje’ az in uwn’.

O goune Galathæe!
Môcht ick mey dy, ijn free,
Libbje, ik hie wâd in winsche.
O! ‘k nijd’ nin forst, ho heag,
‘k wier de lockigste minsche,
dy aerne ’t sinne’ eag seag.

Gysbert Japix

Goedkarre Goedkeuren

Het is niet waar, dat het onbewuste doel in de ontwikkeling van ieder bewust wezen (dier, mens, mensheid enz.) diens “hoogste geluk” zou zijn; veeleer is er op alle trappen der ontwikkeling een bijzonder en onvergelijkbaar, hoger noch laag, maar gewoon hoogsteigen geluk te bereiken. Ontwikkeling is niet uit op geluk, maar op ontwikkeling en verder niets. Slechts wanneer de mensheid een algemeen erkend doel zou hebben, zou men zich kunnen voorstellen “ zo en zo moet er gehandeld worden”: voorlopig bestaat een dergelijk doel niet. Dus dient men de eisen der moraal niet in betrekking te brengen met de mensheid, dit is onredelijk en onserieus. De mensheid een doel aanbevelen is heel iets anders: dan wordt het doel gedacht als iets dat aan onze goedkeuring wordt overgelaten; gesteld dat de mensheid haar goedkeuring hecht aan wat wordt voorgesteld, dan zou zij zichzelf vervolgens ook een moraalwet kunnen geven, eveneens vanuit haar eigen goedkeuring. Maar tot dusver moest de moraalwet boven de goedkeuring staan: men wilde deze wet eigenlijk niet geven, maar haar ergens nemen ofwel ergens ontdekken ofwel ergens vandaan bevolen krijgen.

Friedrich Nietzsche: Morgenröte

Nietzsche redeneert in dit stuk eigenlijk heel democratisch. Hij stelt, dat de moraal (goed en kwaad) afhankelijk is van waar wij naar toe willen, ons doel. Dit doel is er volgens hem niet en daarom is het zinloos om vast te stellen, wat goed en kwaad is. Voor Nietzsche kan het hoogste geluk nooit het doel der mensheid zijn, omdat dit puur individueel bepaald is. Tot nu toe, zegt hij, wordt de moraalwet ergens “van boven” gehaald. Goed en kwaad worden in feite bepaald door de machthebbers, die daarmee hun eigen doel nastreven. Grappig is het woordje voorlopig, als hij zegt voorlopig bestaat een dergelijk doel niet. Er is dus nog hoop voor de moraalridders!

vrijdag, december 08, 2006

De aksje

De fruitmandactie is in volle gang. Op bovenstaande foto een enthousiaste medewerk(st)er van de pastoor te H., die vol trots een kist zelfgeplukte tomaten toont en dat allemaal voor Henk. Hartverwarmend!
Comité van aanbeveling:
pastoor te H.
de H.vader
Prof. Dr.P.T. Olmenbos
Dr. Oetker

donderdag, december 07, 2006

It fertriet Het verdriet

Het is december, Sinterklaas is geweest, maar de spanning is dan nog niet uit de lucht, want over twee weken komt .......... het kerstpakket!!!! Doarmer kan het in die tijd nauwelijks uithouden, zo is hij ermee bezig, in zijn gedachten loopt hij al in een badjas met een koffertje achter zich aan, terwijl hij smult van een ananas. De schrik was dan ook ontzettend groot, toen hij vandaag in de stad dr. Oetker tegenkwam , de doctor fietste langs het kanaal met de kraag omhoog tegen de harde wind in en somber kijkend riep hij, “ Ik vrees het ergste voor het kerstpakket dit jaar, wie gaat daar nu voor zorgen?”. Meer zei hij niet en hij fietste moeizaam trappend verder, een verbijsterde Doarmer achterlatend. Dit is zo erg en Doarmer vraagt zich af of ooit de zon nog zal terugkeren in zijn leven?

Fertizing oeral Verwarring alom

Het is waar, dat een wiskundige, die door een schipbreuk op een onbewoond eiland beland is en in bezit is gebleven van een potlood en aantekenboekje, zal trachten zijn eenzaamheid dragelijk te maken door een berekening, dus de taal der wiskunde zal gebruiken. Het is eveneens waar, dat soms iemand een dagboek bijhoudt, dat voor geen ander oog dan het zijne is bestemd. En ook in het dagelijkse leven gebruiken de meeste van ons woorden, wanneer zij bij zichzelf denken. Toch blijft het hoofddoel van de taal: mededeling aan anderen, en om deze mogelijk te maken, moet zij een algemeen karakter hebben, en geen particulier taaltje van de spreker alleen zijn. Het gevolg daarvan is, dat juist het allerpersoonlijkste in de menselijke ervaring de neiging heeft te vervluchtigen tijdens dit proces van omzetting van de taal. Sterker nog: het algemene karakter van de taal zelf is een hersenschim. Een bepaalde combinatie van woorden zal gewoonlijk door competente hoorders worden uitgelegd op een wijze, die voor hen allen gemeenschappelijk is, maar desalniettemin zal zij niet voor allen dezelfde betekenis hebben. Verschillen, die geen betrekking hebben op de juistheid of onjuistheid van een mededeling, zijn in de regel van weinig praktische betekenis, en worden derhalve genegeerd Het gevolg daarvan is, dat wij allen overtuigd zijn, dat ons persoonlijke wereldje in veel sterkere mate overeenstemt met de algemene wereld, dan in werkelijkheid het geval is.

Bertrand Russell

woensdag, december 06, 2006

Doarmer en de kevers

Doarmer regelt het verkeer in het buitengebied. U ziet, dat hij onverstoorbaar volledig opgaat in de taak, waarvoor hij hier op aarde is, naast de vishandel uiteraard.

maandag, december 04, 2006

Gies Ganzen

Iedereen die een beetje op de hoogte is van de gang des levens in de vogelwereld, weet dat er tussen de wilde en de tamme ganzen, hoe verschillend ze verder ook zijn, een soort onderling begrip bestaat. Als je de trek van de wilde ganzen in de lucht hoort en er lopen tamme ganzen rond beneden op de grond, dan merken die dat onmiddellijk, tot op zekere hoogte begrijpen ze wat het is. Daarom stijgen ze ook op, slaan met hun vleugels, gakken en vliegen in chaotische, lelijke wanorde een stukje vlak over de grond, en dan is het weer voorbij.

Søren Kierkegaard (1813-1855)

Jitris goed en kwea Nog eens goed en kwaad

Of God goed genoemd kan worden vóór de schepping.

Men vraagt echter of God, voordat hij de dingen geschapen had, goed genoemd kan worden, en uit onze definitie schijnt te volgen dat God een dergelijk attribuut niet gehad heeft, omdat wij zeggen dat een ding, als het alleen in zichzelf beschouwd wordt, noch goed, noch slecht genoemd wordt. Velen zal dit ongerijmd voorkomen, maar ik weet niet waarom. Wij kennen immers vele attributen van dit soort aan God toe, die voordat de dingen geschapen werden, hem niet toekwamen, behalve in mogelijkheid, zoals wanneer hij schepper, rechter, barmhartig enz. genoemd wordt. Daarom behoeven dit soort argumenten ons niet op te houden.

Spinoza

De opvatting, die Spinoza over goed en kwaad heeft, doet denken aan de opvattingen van Nietzsche. Goed en kwaad zijn relatieve begrippen. Spinoza zegt “ Een ding op zichzelf beschouwd noemt men niet goed of slecht, doch alleen met betrekking tot een ander ding... Daarom kan ieder ding in verschillende betrekkingen en terzelfder tijd goed en slecht genoemd worden.” Op God toegepast betekent dit dus, dat God pas “goed” genoemd kan worden als er iets anders is ten opzichte waarvan hij “goed” kan zijn. Spinoza betrekt dit ook op zijn andere eigenschappen. Dus wat zou Hij zonder ons moeten?

zondag, december 03, 2006

Er is altijd een pontje

De werkelijkheid laat zich door niets veranderen dan door de geest. Daar ben ik wel achter. Om de dingen anders te maken hoef je ze niet aan te raken, je moet ze alleen anders zien. Het is niets. Het licht moet er even op vallen, dat is alles, zoals op de gravure achter het glas. Ineens merk je hem op en je kunt nauwelijks nog geloven dat hij je daarvoor altijd was ontgaan. Dit is dat ongrijpbare kosmische proces. Ik ken het. Ik heb het ervaren. Noem het liefde en ik ben een magiër.

Voor mij is het tenminste altijd een enorme troost geweest, voegde ik eraan toe, te weten dat men op een dag alles achter zich kan laten en zich – wanneer het nodig is – van zijn bestaan kan verwijderen, letterlijk, zoals een slang die zijn huid heeft achtergelaten tussen twee stenen.

“Hiervoor heb ik mijn hele leven gegeven,” snikte ik, “van alle aardse geneugten heb ik afstand gedaan om op een dag over het water naar de overkant te kunnen lopen.” Christus’ gezicht vertrok van medelijden. “Ach “, sprak de Heiland, “Wat zonde van je tijd, een paar honderd meter verder vaart een pontje.”

Japin: Een schitterend gebrek

zaterdag, december 02, 2006

Doarmer bij Sinterklaas

As pykjes Als kuikentjes

Maar de derde groep, die dan nog overblijft, die van de kleinmoedigen en ongelukkigen, zal naar ons toe kruipen en het aan onze voeten uithuilen: “Ja, gij hebt gelijk gehad, gij alleen doorgrondt zijn mysterie en wij keren tot u terug. Redt ons van onszelf!”En als zij uit onze handen de broden ontvangen, zullen zij natuurlijk duidelijk inzien dat wij het brood dat zij uit eigen arbeid hebben verworven van hen wegnemen om het vervolgens weer te verdelen zonder dat er sprake is van enig wonder. Dan zullen zij zien dat wij geen stenen in brood veranderen , maar voorwaar, zij zullen blijer zijn met het feit dat zij het brood uit onze handen ontvangen dan met het brood zelf!........ De kudde zal zich weer bijeenvoegen en onderwerpen en dan voorgoed. Dan zullen wij hun het kalme en nederige geluk verschaffen dat past bij de zwakke schepselen, die als zodanig geschapen werden….. Zij zullen schuchter naar ons opzien en zich in angst tegen ons aandrukken als kuikentjes tegen de kloekhen. Zij zullen zich over ons verwonderen en ontzag voor ons hebben en trots zijn op ons omdat wij zo machtig en wijs zijn dat wij die hele miljoenkoppige woelige kudde konden temmen. Zij zullen sidderen voor onze toorn, hun geest zal versagen, hun ogen zullen zich snel met tranen vullen als bij vrouwen en kinderen, maar slechts op een enkel gebaar onzerzijds zullen zij weer vrolijk zijn en lachen en stralend van vreugde een kinderliedje zingen. Zeker, wij zullen hen dwingen te werken……….

Dostojevski: De grootinquisiteur uit De gebroeders Karamazov

De grootinquisiteur, de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder, legt in deze woorden aan Christus, die als gevangene teruggekeerd is op aarde, uit, dat het volk helemaal niet vrij wil zijn.

Foarby goed en kwea

De lytse wite ienhoarn,
mearkeëftige suverens
mei sulveren wjukken,
boppe goed en kwea,
tusken momkape en fleane,
dûnsjend yn in twirre
fan frijdom.

vrijdag, december 01, 2006

Oer de tiid Over de tijd

Tenslotte kunnen wij ons vóór de schepping geen tijd of duur voorstellen: deze zijn met de dingen begonnen. Tijd is immers de maat van duur, of liever: is niets anders dan een vorm van denken. Daarom vooronderstelt de tijd niet slechts ieder willekeurig geschapen ding, maar vooral denkende mensen. Duur houdt echter op wanneer de geschapen dingen ophouden te zijn, en begint wanneer de geschapen dingen beginnen te bestaan. Geschapen dingen zeg ik, want dat God geen duur toekomt doch slechts eeuwigheid, hebben wij boven reeds voldoende overtuigend aangetoond. Daarom vooronderstelt duur geschapen dingen, of impliceert ze op z’n minst. Zij die zich echter duur en tijd voorstellen vóór de geschapen dingen, lijden aan hetzelfde vooroordeel als degenen die buiten de materie een ruimte verzinnen, zoals op zichzelf al duidelijk is. Tot zover de definitie van de schepping.

Spinoza (1633- 1677)

De opvatting van Spinoza over de tijd lijkt veel op die van de kerkvader Augustinus (354- 430) , namelijk dat de tijd gelijk met de schepping geschapen is en dat dus de vraag ”wat was er voor de schepping?“ onzinnig is. De opmerking, dat tijd niets anders is dan een vorm van denken vindt men later ook bij Immanuel Kant (1724 -1804).

Verloop van een b. op t. gesprek

Zo eindigt het..........

Zo begint het....... Let op de rustige, afwachtende houding.

Het hemelsblauwe boekje

Vandaag bladert Doarmer verder in het mysterieuze hemelsblauwe boekje, zich steeds afvragend wie die onbekende vrouw toch was en waarom zij juist hem dat boekje had gegeven. In het boekje wordt gesproken over Plato, het Vaticaan, wolven enz., dus echt een boekje voor Doarmer , waar hij erg blij mee is , maar tegelijkertijd is hij ook een beetje verdrietig, want de mooie vrouw is zo plotseling verdwenen zonder een aanwijzing achter te laten. Of toch…. Er staat voor in het boekje een opdracht in sierlijk handschrift geschreven. Doarmer kan het niet goed ontcijferen, maar dat komt nog wel.

Een ander citaat uit het boekje (waarschijnlijk bedoeld voor managers)

“Wij zouden allemaal perfect gelukkig zijn indien wij al de energie die wij besteden om onze stommiteiten te herstellen, zouden aanwenden om deze stommiteiten te vermijden”.




donderdag, november 30, 2006

It diske De kraam

Vandaag stond Doarmer zoals gebruikelijk op donderdag achter zijn viskraam op de markt , toen er vrouw op hem af kwam, die zo mooi was, dat Doarmer even dacht, dat hier om een vroege kerstengel ging. Hij kon nog net de woorden “Kan ik u misschien helpen?” over zijn lippen krijgen, zo gefascineerd was hij door de haast bovenaardse schoonheid van de vrouw. Zij schudde zachtjes met haar hoofd en haar haren hadden de kleur van de novemberzon. “ Ze moet een hele dure kapper hebben”, dacht Doarmer, “ hoe kan ze zo mooi zijn?” “ Ik heb iets voor je”, zei ze haast fluisterend met een stem, die hem diep zijn ziel trof en ze duwde hem een boekje in handen. Verbaasd keek Doarmer naar het hemelsblauwe boekje en toen hij weer naar de vrouw keek, was ze verdwenen. Zou het dan toch een engel geweest zijn? Even meende Doarmer, dat hij iets in de lucht zag vliegen, maar waarschijnlijk was het een vogel . Nog helemaal onder de indruk bladerde hij door het boekje, het bleek vol met citaten te staan en één daarvan was:

“ Wie bang is voor de wolf, moet wegblijven uit het bos”

Dostojevski : De speler.

De speler, dacht Doarmer, spelen boartsje? Het boartersplak? Wat kon dit allemaal betekenen?

Manifestaasje

Groep kaderleden op weg naar H.

Dit weekend was er een grote manifestatie van de Partij van de Dieren in H. Duizenden leden verzamelden zich bij het stadion en gingen daarna in optocht naar het centrum om daar naar een toespraak van de huisvrouw , de plaatselijke voorzitster van de partij, te luisteren.Ze wilden zo op passende wijze uiting geven aan hun blijdschap over de verkiezingsuitslag. In haar toespraak riep de huisvrouw op tot solidariteit met dieren, die het bijzonder moeilijk hebben zoals de werkezel, de onderw.ondersteunende aap en de ongelikte beer.
Enthousiaste toeschouwers, die de optocht zagen, begonnen spontaan met stukjes brood te gooien. Kortom het was een groot feest daar in H.

woensdag, november 29, 2006

Eangje Angstig zijn

De angst komt voort uit het besef vrij te zijn, van steeds weer te moeten beslissen over de eigen existentie…… Vooreerst is het in de wereld zo geregeld door talloze voorschriften, gewoonten,overtuigingen en waarderingen, dat er meestal van werkelijke keuze geen sprake is.Maar dat neemt niet weg, dat ik toch nog dikwijls voor een keuze gesteld kan worden, die mijn hele zijn in het geding brengt. Doch ook dan kan ik de angst ontwijken in een vluchthouding. Het is zelfs uitermate moeilijk, de angst niet te ontlopen. Het lijkt wel of ons meest geëigend gedrag tegenover de angst juist de vlucht is. Wij vluchten voor de angst in de verstrooiing. ….In de kwade trouw trachten wij onszelf een onaangename waarheid te verbergen of een aangename waarheid wijs te maken. Het merkwaardige van de kwade trouw is echter…. dat ik mijn blik afwend van de angst , omdat ik weet waarvan ik mijn blik af moet wenden.

Delfgaauw over Sartre

De mens is veroordeeld tot vrijheid. Net als Nietzsche vindt ook Sartre vrijheid niet eenvoudig en de kudde wil eigenlijk ook geen vrijheid.

Dûnsje ûnder it swurd Dansen onder het zwaard

Hoe zal men vrij kunnen leven en toch zonder wet?.....Nietzsche antwoordt, en zijn antwoord aanvaardt de risico’s : Damocles heeft nog nooit zo goed gedanst, als toen het zwaard boven zijn hoofd zweefde. Het onaanvaardbare aanvaarden, zich houden aan het onhoudbare. Vanaf het ogenblik waarop men erkent dat de wereld zonder doel is, vanaf dat ogenblik stelt Nietzsche voor in de onschuld van de wereld te geloven, te erkennen dat ze zich aan ieder oordeel onttrekt, omdat dit oordeel op geen enkel bedoeling kan berusten en bijgevolg alle waardeoordelen te vervangen door een enkel, de wereld in volheid beamend en bejubelend ja. Zo zal aan de volkomen wanhoop de oneindige vreugde ontspringen, aan de blinde slavernij de meedogenloze vrijheid.. Vrij zijn is juist, op niets gericht te zijn, de vrije geest bemint wat noodzakelijk is; de diepe gedachte van Nietzsche is juist dat de noodzakelijkheid aller verschijnselen, indien deze volkomen en ongebroken is, geen enkele dwang met zich mee brengt. De totale aanvaarding van een totale noodzaak, ziedaar de paradoxale definitie van de vrijheid. De vraag “vrij van wat?”is dan vervangen door de vraag “vrij voor wat?’. Vrijheid en heldenmoed vallen samen; de vrijheid is de ascese van de grote man, “de sterkst gespannen boog”.

Albert Camus over Nietzsche

dinsdag, november 28, 2006

Tarieding Voorbereiding

Voorbereiding is het halve werk. Onderw. persoon controleert revolver, voordat hij les gaat geven.

maandag, november 27, 2006

Diervriendelijk

De Ljouwerter:

BALK - Kinderjuf Inge uit Gaasterland is verrast door de impact van Boer zoekt Vrouw. Met twee andere vrouwen strijdt ze in de KRO-serie om de gunsten van boer Gerrit uit Kollumerland. Ze kan de deur bijna niet uit of ze wordt op haar tv-avonturen aangesproken. ,,Leuk mar ek in bytsje benearjend. It makket kwetsber, dêr moast dy net yn fersinne.''
De opnames vonden deze zomer plaats. Hoewel ze over de uitslag niets mag verklappen, vindt Inge wel dat Gerrit door de makers te veel wordt neergezet als bijdehand en brutaal. Hij kan volgens Inge ook heel serieus zijn en toont zich erg diervriendelijk.

De funksje De functie

Onze tijd komt mij voor gekarakteriseerd te zijn door wat men zou kunnen noemen een woekering van de idee functie….. Het individu neigt ertoe zichzelf te zien en door anderen gezien te worden als alleen maar een bundel functies….. De dood verschijnt tenslotte vanuit dit objectieve en functionele standpunt als buitengebruikstelling, als onbruikbaarwording, als terecht komen bij het afval.
Het is nauwelijks nodig de indruk van verstikkende triestheid te schilderen die uitgaat van een wereld die zo om de functie draait. Dit leven in een wereld van alleen maar functies mondt uit in vertwijfeling, omdat deze wereld in werkelijkheid leeg is, omdat ze hol klinkt….. Er moet zijn – of er zou moeten zijn – Zijn, zal niet alles gereduceerd worden tot een spel van op elkaar volgende en onsamenhangende verschijnselen, of, om met Shakespeare te spreken, tot een verhaal verteld door een idioot. Aan dit Zijn, aan deze werkelijkheid begeer ik vurig op een of andere wijze deel te hebben – en misschien is dit verlangen zelfs reeds in werkelijkheid tot op zekere hoogte een deelhebben, hoe rudimentair ook.

Gabriel Marcel (1889 – 1973)

De lijstekster en haar partij


zondag, november 26, 2006

In oare sûndfloed

Om de mensen te straffen zond Zeus een zondvloed uit over de wereld. Alleen Deukalion (zoon van Prometheus) en Pyrrha bleven in leven. Prometheus had namelijk zijn zoon aangeraden een schip te bouwen. Na de zondvloed kwam het schip terecht op de Parnassus. Omdat ze niet wisten hoe ze de aarde opnieuw moesten bevolken, gingen ze naar het orakel van Themis, dat hun vertelde: "Ga heen, sluier jullie hoofd, maak jullie dichtgeknoopte mantels los en werp de botten van jullie grote moeder in jullie voetspoor."Na een tijdje komen ze erachter dat de aarde de grote moeder is en dat de stenen haar beenderen zijn. Zo smijten ze stenen achter zich en wordt de mens herschapen. De door Deukalion geworpen stenen veranderden in mannen, die door Pyrrha in vrouwen.
Uit wikipedia

De lytse disoarder De kleine wanorde

Daarom heb ik reeds eerder opgemerkt dat volgens mijn beginselen alle individuele gebeurtenissen zonder uitzondering uitvloeisels zijn van een algemeen plan. Men moet zich niet verwonderen dat ik deze dingen probeer te verduidelijken door vergelijkingen, ontleend aan de zuivere wiskunde, waar alles regelmatig toegaat en waar het mogelijk is om moeilijkheden op te klaren door een nauwkeurig onderzoek, dat ons genot schenkt, om zo te zeggen, van het aanschouwen van de ideeën van God. Men kan een opeenvolging of reeks van getallen opstellen, die schijnbaar geheel onregelmatig is, waarin de getallen groter en kleiner worden schijnbaar zonder regel; en toch kan hij die de sleutel van het geheim bezit en de oorsprong en bouw van deze opeenvolging van getallen begrijpt, een regel aangeven die het duidelijk maakt dat de reeks geheel regelmatig is, en zelfs dat zij mooie eigenschappen heeft…. In die zin kan men het schone woord van Bernard van Clairvaux toepassen: Ordinatissimum est minus interdum ordinate fieri aliquid: Het behoort bij de grote orde dat er enige kleine wanorde is.

Leibniz (1710)
Doarmer houdt ook van deze “lytse disoarder”, hij moet zich niet indenken, dat alles goed geregeld is, alles onder controle. Zou er dan nog “leven” zijn op aarde? Waarschijnlijk alleen maar een levensloopregeling. Dat volgens Leibniz er toch “een grote orde” is, misschien, zolang Doarmer er maar geen last van heeft, voor hem, als eendagsvlieg, is dat ook niet van belang.

zaterdag, november 25, 2006

Zoekplaatje

Waar staat Xenophanes op deze afbeelding van de filosofenschool? De Griekse filosoof en dichter, die wel de eerste agnost genoemd wordt. Hij leefde van ca. 570 – 475 v.Chr. Van hem is de uitspraak: “De stervelingen menen dat de goden verwekt zijn evenals zij, en kleren, een stem en gestalte hebben als zij. Ja, als de ossen en paarden handen bezaten en kunstwerken konden scheppen, zoals de mensen, zouden de paarden de goden als paarden afbeelden, de ossen daarentegen als ossen…. In werkelijkheid hebben de mensen nooit iets zekers aangaande de goden geweten en zullen dat ook nooit weten.” Veel later in de 19e eeuw zal Feuerbach eigenlijk hetzelfde beweren. Deze filosoof zegt, dat alle eigenschappen, die men aan God toeschrijft, ontstaan uit het zelfinzicht van de mens. In de goddelijke alwetendheid bijvoorbeeld ziet hij slechts de menselijke wens om alles te weten. Het geheim van de theologie is de antropologie. "Dat, wat de mens niet werkelijk is, maar wat hij wil zijn, dat maakt hij tot zijn God, of dat is zijn God". En de mens schiep God. Volgens Feuerbach ligt aan de wortel van elk godsgeloof het egoïsme.

vrijdag, november 24, 2006

Het Doarmer-effect



Het Droste-effect is een visueel effect, waarbij een afbeelding een verkleinde versie van zichzelf bevat. Voor de verkleinde afbeelding geldt weer hetzelfde, enz. Dit proces van zelfverwijzing heet recursie. In theorie kan dit oneindig doorgaan. Het effect is vernoemd naar Droste, een producent van cacao.Op de cacaoblikken was een verpleegster afgebeeld die een plateau vasthad met daarop hetzelfde blik cacao, waarop dan weer hetzelfde stond, enz. In de literatuur is het Droste-effect een effect waarbij men een verhaal in een verhaal in een verhaal... heeft.

(uit Wikipedia)

De baarnende toarst De brandende dorst

Ganymed
Wie im Morgenglanze
Du rings mich anglühst,
Frühling, Geliebter!
Mit tausendfacher Liebeswonne
Sich an mein Herz drängt
Deiner ewigen Wärme
Heilig Gefühl,
Unendliche Schöne!

Daß ich dich fassen möcht
In diesen Arm!

Ach, an deinem Busen
Lieg ich, schmachte,
Und deine Blumen, dein Gras
Drängen sich an mein Herz.
Du kühlst den brennenden
Durst meines Busens,
Lieblicher Morgenwind!
Ruft drein die Nachtigall
Liebend nach mir aus dem Nebeltal.

Ich komm, ich komme!
Wohin? Ach, wohin?

Hinauf! Hinauf strebts!
Es schweben die Wolken
Abwärts, die Wolken
Neigen sich der sehnenden Liebe.
Mir! Mir!
In euerem Schoße
Aufwärts!
Umfangend umfangen!
Aufwärts an deinen Busen,
Alliebender Vater!

Johann Wolfgang Goethe

donderdag, november 23, 2006

Net fergrieme

Wij hebben niet een korte levenstijd, maar wij verspelen er veel van. Het leven is lang genoeg, en het is ons voor het volbrengen van allerbelangrijkste dingen rijkelijk toegemeten, als het maar in zijn geheel goed gebruikt wordt…… tenslotte overvalt het onvermijdelijke einde ons en dan bemerken wij dat voorbij is waarvan wij nooit gemerkt hebben dat het voorbij ging. De zaak ligt zo, wij hebben niet een kort leven gekregen, maar wij maken het kort; wij zijn niet arm , maar verkwistend. Het is ermee als met grote en vorstelijke rijkdommen, die wanneer zij aan een verkeerde eigenaar toevallen in korte tijd verstrooid zijn, terwijl een matig vermogen aan een goede beheerder toevertrouwd, door het goed gebruiken ervan groeit. Zo biedt onze levensduur aan diegene die er goed gebruik van maakt veel ruimte.

Seneca (ca. 50 n.C.)

Doarmer weet het niet zeker, maar hij denkt dat Seneca dit voor bepaalde beroepsgroep heeft geschreven. Eigenlijk gaat het om het oude probleem " Is er wel een leven voor de dood?"

woensdag, november 22, 2006

Ik tink, dêrom bin ik

Vervolgens ging ik aandachtig na wat ikzelf was; ik bevond dat ik mij kon voorstellen dat ik geen lichaam had, en dat er geen wereld was noch enige plaats waar ik was, maar dat ik mij toch niet kon voorstellen dat ikzelf niet bestond, en dat juist daartegenover uit het feit dat ik aan het denken was om de werkelijkheid van andere dingen te betwijfelen met grote evidentie en zekerheid volgde dat ik bestond; terwijl wanneer ik alleen maar opgehouden had met denken en al het andere dat ik mij had voorgesteld werkelijk geweest was, ik geen enkele reden zou gehad hebben om te geloven dat ik bestond; hieruit concludeerde ik dat ik een zelfstandigheid was waarvan het gehele wezen of de natuur niets anders is dan denken, en die om te bestaan geen plaats nodig heeft noch van enige stoffelijke zaak afhangt. Dit Ik dus, d.w.z. de ziel door welke ik ben wat ik ben, is geheel onderscheiden van het lichaam; zelfs is zij gemakkelijker te kennen dan dit, maar ook als zij dit niet was, zou zij niet minder zijn al wat zij is.
Hierna vroeg ik mij af wat in het algemeen vereist wordt in een stelling om waar en zeker te zijn; want daar ik er zo juist een gevonden had waarvan ik wist dat ze dat was, zocht ik ook te weten te komen waarin deze zekerheid bestaat. Ik merkte op dat er in het: Ik denk, daarom ben ik, niets is dat mij zeker maakt dat ik de waarheid spreek, behalve dat ik zeer duidelijk inzie dat men om te denken moet bestaan.

Descartes :Discours de la méthode 1637
De menselijke waarneming is onbetrouwbaar, zodat je aan de hele waargenomen “werkelijkheid” kunt twijfelen. Je kunt volgens Descartes echter niet twijfelen aan het feit dat je twijfelt.

Prûs Bevallig

Swieter as de weachjes brûze
brekkend tsjin ‘t biblomme strân
scil myn lieafde dy omrûze
dy, myn prûze
blom yn ’t moaije Gelderlân.

P.J. Troelstra

Oersetting:
Zoeter dan de golfjes bruisen
brekend op het met bloemen bedekte strand
zal mijn liefde om jou ruisen
om jou, mijn bevallige bloem uit het mooie Gelderland.

De werberte De wedergeboorte

Dat was even paniek. Het boartersplak was onbereikbaar. Doarmer heeft van alles geprobeerd, maar niets lukte. Maar vanochtend , zittend tegenover dr.Oetker, zag hij ineens het licht en zie daar : het boartersplak verscheen weer. Doarmer is nu van plan opnieuw een bedevaart te ondernemen, want zonder Zijn hulp was niet gelukt.

Een dankbare Doarmer

dinsdag, november 21, 2006

Het dakraam

Het is dinsdag en Doarmer kijkt door een dakraam naar de wolken en naast hem zit Bacio. Zij vindt, dat men te weinig echt in haar geïnteresseerd is. Dat komt, zei Doarmer, omdat jij te veel overkomt als een koele carrièrevrouw en dat schrikt af. Ik zal eraan werken, zei Bacio, want het is een probleem voor mij. Dit gesprek zette Doarmer aan het denken. Wat is er toch veel leed op deze wereld, waarvan wij geen idee hebben. Dat een vrouw als Bacio zich eenzaam voelt! Ook Doarmer heeft zo zijn problemen, gisteren had hij weer “in ferjitten jûn “, een vergeten avond. Het gekke was deze keer echter, dat Doarmer niet alle herinnering is kwijtgeraakt, een gevoel van warmte en de geur van koffie is blijven hangen. Het is een merkwaardig verschijnsel, zo’n gat in de tijd.

maandag, november 20, 2006

In liet

De taal is linich en wol tûk
en komt de wrâld in ein benei.
Mar as ik sjoch en fiel en rûk
dan komt de dichter yn my frij.
Dêr by it wetter en de greiden,
dêr by it rûzen fan de reiden,
dêr by de blommen en de kij
begjint it libben wer opnij.
Wy boartsje lang en swiet
en kleurt de sinne read,
dan wyndert troch it gea
in leafdesliet.

B. Huisman

Een stukje lever

zondag, november 19, 2006

Feroaring Verandering

Het twiljocht is van uiterlijk veranderd. Doarmer was wat aan het spelen en toen is dit ontstaan. We moeten het maar accepteren. Het twiljocht is niet stabiel en er gebeuren vreemde dingen.

Oerdwealskens Overmoed

Bedecke deinen Himmel, Zeus,
Mit Wolkendunst
Und übe, dem Knaben gleich,
Der Disteln köpft,
An Eichen dich und Bergeshöhn;
Musst mir meine Erde
Doch lassen stehn
Und meine Hütte, die du nicht gebaut,
Und meinen Herd,
Um dessen Glut
Du mich beneidest.

Ich kenne nichts Ärmeres
Unter der Sonn als euch,Götter!
Ihr nähret kümmerlich
Von Opfersteuern
Und Gebetshauch
Eure Majestät
Und darbtet, wären
Nicht Kinder und Bettler
Hoffnungsvolle Toren.

Da ich ein Kind war,
Nicht wusste, wo aus noch ein,
Kehrt ich mein verirrtes Auge
Zur Sonne, als wenn drüber wär
Ein Ohr, zu hören meine Klage,
Ein Herz wie meins,
Sich des Bedrängten zu erbarmen.

Wer half mir
Wider der Titanen Übermut?
Wer rettete vom Tode mich,
Von Sklaverei?
Hast du nicht alles selbst vollendet,
Heilig glühend Herz?
Und glühtest jung und gut,
Betrogen, Rettungsdank
Dem Schlafenden da droben?

Ich dich ehren? Wofür?
Hast du die Schmerzen gelindert
Je des Beladenen?
Hast du die Tränen gestillet
Je des Geängsteten?
Hat nicht mich zum Manne geschmiedet
Die allmächtige Zeit
Und das ewige Schicksal,
Meine Herrn und deine?

Wähntest du etwa,
Ich sollte das Leben hassen,
In Wüsten fliehen,
Weil nicht alleBlütenträume reiften?
Hier sitz ich, forme Menschen
Nach meinem Bilde,
Ein Geschlecht, das mir gleich sei,
Zu leiden, zu weinen,
Zu genießen und zu freuen sich,
Und dein nicht zu achten,Wie ich!

J. W. v. Goethe

Prometheus is het symbool van de vrije mens, hij lijdt, hij heeft pijn, maar hij knielt voor niemand. Eigenlijk was deze Prometheus een Fries, die zegt “Leaver dea as slaaf”. Prometheus heeft veel dingen gedaan, die de goden niet bevielen. Daarom liet Zeus hem , als straf voor zijn hybris (=overmoed), vastketenen aan een rots en elke dag kwam een roofvogel om een stukje uit zijn lever weg te pikken, dat vervolgens weer aangroeide, maar dit alles kon de wil van Prometheus niet breken. Goethe voelde zich in zijn jongere jaren verwant aan deze Prometheus, zoals uit bovenstaande gedicht blijkt. Prometheus vergelijkt hier Zeus met een boos kind en hij zegt, denk je werkelijk, dat ik voor het leven wegvlucht, omdat niet alles lukt (weil nicht alle Blüten reiften). Mooi is ook de zin “Und das ewige Schicksal, meine Herrn und deine“ . Ook de goden zijn onderworpen aan het noodlot. Een prachtige relativering van de goddelijke almacht , die je in de oude godenverhalen overal vindt.

zaterdag, november 18, 2006

Zonder beelden

Gij moet God liefhebben zonder wederliefde d.w.z. niet omdat God liefdevol is, want God is niet liefdevol. Hij is boven alle liefde en wederliefde. “Hoe moet ik God dan liefhebben?” Gij moet God niet geestelijk liefhebben, d.w.z. uw ziel moet niet-geestelijk zijn en ontdaan van al het geestelijke; want zolang de ziel geest-vormig is, heeft zij beelden; zolang zij beelden heeft, heeft zij eenheid noch eendracht; zolang zij geen eendracht heeft, bemint zij God niet recht, want bij ware liefde komt het op eendracht aan. Daarom moet uw ziel niet-geestelijk zijn, vrij van al wat geest is en moet zij geestloos daar staan; want indien gij God liefhebt als God, als geest, als persoon en als beeld – dat alles moet weg. “Hoe moet ik hem dan liefhebben?” Gij moet Hem liefhebben gelijk Hij is: een niet-god, een niet-geest, een niet-persoon, een niet-beeld, maar als een louter, zuiver, rein Eén, gescheiden van alle tweeheid; en in dat Ene moeten wij eewiglijk wegzinken van niets tot niets.

Meester Eckhart (ca 1310)

Hoe "leeg" kan een mens worden? De mysticus Eckhart volgt de via negativa, de "weg van de ontkenning". De negatieve theologie stelt: alles wat ik over God beweer, schiet tekort, want Hij is oneindig verheven boven alles wat ik over Hem kan zeggen. (Dionysius de Areopagiet : "over God zijn beweringen ontoereikend en ontkenningen waar.” ) Zogenaamde zekerheden worden op losse schroeven gezet en hier is een overeenkomst met de benadering in het zenboeddhisme. Zoals al eerder gezegd, men kan zich voorstellen, dat Eckhart beschuldigd werd van het hebben van ketterse opvattingen.

Berekenbaar

Dit is nu de lange geschiedenis van de herkomst van de verantwoordelijkheid. De taak een dier te fokken dat beloften mag doen, impliceert, zoals we al hebben begrepen, als eerste voorwaarde en voorbereiding een andere taak, namelijk de mens eerst tot op zekere hoogte noodzakelijk, eenvormig, gelijk onder gelijken, regelmatig en bijgevolg berekenbaar te maken. Het enorme karwei van wat ik de “zedelijkheid van de zede” heb genoemd – het eigenlijke werk van de mens aan zichzelf gedurende de langste tijd dat de menselijke soort heeft bestaan, zijn hele voorhistorische werk vindt hierin zijn zin, zijn grote rechtvaardiging, hoeveel hardheid, dwingelandij, stompzinnigheid en idiotisme het ook in zich heeft: de mens werd met behulp van de zedelijkheid van de zede en de sociale dwangbuis werkelijk berekenbaar gemaakt.

Fr. Nietzsche: Zur Genealogie der Moral

vrijdag, november 17, 2006

Een terugblik In weromsjen

Lokkich

Ik schrijf omdat ik wil schrijven
dat ik gelukkig ben.

Op een dag zal het zover zijn
en zal ik schrijven –
met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden,
en met rode oren en rode wangen:
ik ben gelukkig.

Als ik daarna ooit nog twijfel
en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij
of zelfs reddeloos verloren,
kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:
gelukkig.

T.Tellegen

Voor de doctor

Dichters
Oh psychiater, wat kijk je weer ernstig
wat is er, wat hebben we misdaan?
Wij dichters -- stuk voor stuk puddinkjes in ruimte
en tijd tot in eeuwigheid -- ook al zijn wij dan
slechts puddinkjes, crème de cacao, vanille
of mislukt, de MUZE redt ons puddinkjes
en zo niet dan vragen wij ootmoedig:
is DOKTER OETKER in de zaal?

Riekus Waskowsky (1932-1977)